Home » Charley » Archief » Jaar 2014 » September 2014

September 2014

 

 

MIJN VIJANDEN

 

 

Ook ik heb ze. De vijanden van het bos. Het wordt verdulleme een heel leger hier voor de deur. Daar gaat mijn rust. En maar lachen die limbo-rockers. Geen woord krijg ik uit die glimlachende mandarijnen, zij zien de hele wereld lachend aan, dag en nacht en ik zie die gasten als vijanden.

Waarom? Nou omdat er steeds meer komen! Daarom.

Eerst was daar Lowie, daar kon ik vrede mee hebben, die knakker keek je alleen lachend aan met zijn cocktailprikker oortjes, toen kon ik het wel hebben. Die ene, ach wat was dat nou voor knakker een eenhapscracker. Die kon mij geen kwaad doen en Leen was er zoet mee, die was ook eens verliefd op een gozer.

Maar toen kwam mama Claudy met Sowie, toe maar nog zo een lachende hutsekluts! Alsof dat nog niet genoeg was kwam daar het licht van haar leven. Een boskabouter die zij Japie noemt en aangezien Japie zijn licht aandoet als de zon is verdwenen zit die knakker natuurlijk eerste rij in het legertje dat er inmiddels is gekomen. Want het stopte niet bij dat lichtpaleis, nee hoor mama Claudy wilde Leny ook eens verwennen, die doos vraagt nooit wat, heeft nooit wat nodig,  is een saai stukje mens die je alleen blij kunt maken met dit soort van bosmannetjes die niet eens kunnen praten.

img-0076.large.jpg

Komen die twee hutsemutsen terug van de grote wereldstad, vol met pakken en dozen, ik er gelijk bij natuurlijk in de zakken en dozen neuzen en wat zie ik???Ja hoor, weer drie van die lachende mandarijnen. Een fruitschaal vol met mannetjes die nooit die glimlach van die tronies halen.

En valt er wat te lachen soms? Weten ze niet dat ik de baas ben over het veld en de rotstuin van mama Leen? Hebben zij niet in de gaten dat zij ook maar als versiersels neergezet worden? Nou als dat om te lachen is dan spoor je volgens mij ook niet helemaal in je bovenetage.

Maar goed mama Leen apetrots met weer drie van die galbakkies naar de overkant  en zet ze naast Lowie, Sowie en Japie.

Heb je al namen?" vroeg mama Clau natuurlijk nog. Die weet dat Leen alles en iedereen een  andere naam geeft en ja hoor daar kwam ze al.

"Nou deze vind ik wel leuk om hem Doppie te noemen, omdat hij zo een rare dopkanis heeft!' Heeft zij haar eigen toeter wel eens bekeken? Lekker makkelijk als je niks terug kunt zeggen. Maar ook deze drie hadden die grijns op hun toeter, die kan ik er dus niet aframmelen, heb ik al eens geprobeerd doch helaas het enige dat ik voelde was de pijn aan mijn voetje, dus die aframmeling vergeten we deze keer maar. Die ene had een plantenbak voor zijn buik en zijn broekje zakte af, de viezerik.

'Oké en hoe noem je die andere twee dan?", lachte mama Claudy.

"Even nadenken, we moeten in de ietjes blijven, dus die noem ik Joppie en deze dan maar  Droppie" besloot Leen en zette het leger ietjes met plant en al voor de rotstuin, foto's gemaakt ( zeker om bekend te maken dat ze bevallen is van een nieuwe drieling) en ik zit hier voor het legertje zwijgende boskabouters die én licht geven én blijven lachen, al valt de hemel naar beneden, zij blijven lachen.

Aan de andere kant weten ze nu in ieder geval dat ik alle kans heb om weg te lopen al is het aan een  lijn van vijf meter en tegenwoordig mag ik met mama Claudy ook loslopen naast haar als ze even de schuur ingaat of als ze bezig is in haar bostuin. Er komen altijd mensen kijken naar haar tuin en dat zit ik trots met mijn derrière in de tuin trots naar mijn mama Claudy te kijken die dan aan de mensen vertelt wat ze allemaal gedaan heeft en alle namen van al die planten kent. Kijk en dan zie je het verschil tussen mij en die bosknakkers, zij blijven waar ze neergezet worden met een kruidenplant erin, dat is het enige waar Leen verstand van heeft en mama Claudy, gossie die kan er wat van hoor. Ik ben hartstikke trots op haar.

En toch ook wel een beetje op mama Leen, want ondanks alles is het best een vrolijk gezicht als de gordijnen in de ochtend opengaan en zes van die lachebekjes kijken je vrolijk aan zonder zelfs maar iets te zeggen is je ochtend dan toch al goed. Nooit een ochtendhumeur, nooit een narrige bui als het regent of als er miertjes over hen lopen, ze zijn lief voor de vlinders. Ik heb eigenlijk het idee dat ik mijn enigste vijand ben.

Want wees nou eerlijk, wie lacht er elke dag die God je geeft??

Zij wel en dat brengt mijn mama's ook altijd gelijk in een leuke en goede stemming. Dus vijanden?

Ach toch maar niet.

 

Love and huggies van Charley

 

 

 

 

                        Charley is het beu.

 

Verveeld kijkend vanuit zijn hemelse kattenmand spied Charley van links naar rechts door zijn vertrek. Bekende dingen ziet hij, en dingen die hem totaal niets zeggen. Maar in het bijzonder is daar die foto van zijn aards mama’s. Daar blijven zijn oogjes altijd aan hangen. Zijn herinnering komt weer terug en daarmee ook zijn wens om weer door het landje te schooieren. De kattenhemel ja. Een verschijnsel dat elke weldenkende kat zich toewenst, maar uiteindelijk o zo saai en ‘te’ keurig vervelend is voor Charley. Sip kijkt hij naar de rand van zijn mand.

 

Dan gaat Charley naar buiten en loopt door de winkelstraat. Niemand te zien daar. Ja …. Er loopt een kapsonespoes op haar gemak midden op de straat en Charley blaast gemeen naar haar zonder dat dit resultaat geeft. Verderop loopt hij langs de visboer. Daar waar Harry ooit een makreel heeft gejat en die zij samen op aten op het landje om de hoek. De visboer jaagt Charley met wilde armgebaren weg maar zo gemakkelijk gaat dat niet. Charley springt in zijn dijbeen en zet er flink zijn tanden in. Zo: dat zal hem leren! Denkt Charley.

 

Om de hoek is dat veldje met dat hoge gras waar Charley graag even wegdroomt. Genoeglijk gaat hij in de zon liggen, uit het zicht, en verstopt tussen de hoge grashalmen. Dan knikkebolt Charley in slaap en droomt. Hij droomt dat de opperbaas bij hem in het gras komt zitten; vragend wat eraan scheelt omdat Charley er zo somber uit ziet.

‘Nahh…’ Zegt Charley. ‘Ik mis mijn aardse mama’s zo erg vandaag. Ik zou er direct weer naar terug willen.’

‘Je weet toch dat zoiets niet gaat hé Charley? Maar misschien, heel misschien nemen jouw aardse mama’s wel een nieuwe poes? Een kitten? Dan kan ik misschien wel iets voor je doen dat jij daarin kan terugkeren naar de aarde. Maar weet dat je dan ook nooit meer naar hier kunt terug komen hé?’

Charley ontwaakt langzaam en merkt dat het zonnetje verdwijnt. Ineens zit hij rechtop en herinnert zich zijn droom. Wat een padstelling heeft hij daar. Terug naar zijn aardse mama’s is natuurlijk het mooiste wat Charley zich kan voorstellen, maar nooit meer terugkeren naar hier? Naar de kattenhemel?

 

Charley steekt de straat over en loopt op de melkbar af. Onderweg komt hij poes Princes weer tegen. Dat arrogante kreng. Onverwachts omhelst Charley haar en geeft haar een dikke tongzoen om meteen door lopen naar Yvette de barhond die al met open voorpoten op hem staat te wachten. Als Yvette vraagt of alles goed is barst Charley in tranen uit en werpt zich in Yvette’s voorpoten.

 

Nadat Charley alles aan Yvette heeft verteld drinken zij samen een grote bak water en toasten op elkaar gezondheid. Dan gaan zij samen de straat op en wandelen door het park.

‘Charley’. Zegt Yvette zachtjes. ‘Er bestaan nu eenmaal geen pasklare antwoorden jongen; alleen maar keuzes. En wat jij over de opperbaas gedroomd hebt zijn de reflecties van je geest, van dingen die jij te graag wil.’

 

Een kerkklok slaat vijf keer en Charley weet dat hij terug moet, terug naar de orde van de dag en zijn plek achter het bureau weer moet innemen. Met een knuffel neemt hij snorrend afscheid van Yvette en loopt terug naar zijn wereld.

Aan de overkant ziet Charley de opperbaas staan en deze knipoogt vriendelijk naar hem. Hierdoor opgepept zet Charley er meteen de pas in en bijna fluitend stuift hij zijn kantoor binnen. Daarbij loopt hij pardoes een verbaasde Harry omver.

 

Hoe dat verder gaat? Wie weet daarover een volgende keer.

 

©Alley Cat.

zwaaiende-kat.large.gif