Home » Korte Verhalen » Archief » Jaar 2010 » Juli 2010

Juli 2010

^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^^

GELOOF JIJ???

 

''Als je zo doorgaat, stuurt de lieve heer jou naar de hel'' sprak de godsdienstleraar al op de lagere school tegen mij.
''Nou, daar geloven wij thuis toch niet in'' mopperde ik terug.  
En het werd weer bivakkeren op de gang, tot de bel zou gaan.  Vroeger moest je van thuis een briefje getekend meebrengen naar school als de je godsdienstlessen mocht volgen.
En aangezien mijn moeder vond dat je er nooit slechter van werd, gaf zij mij een getekend briefje mee .Ik begreep niets van die Bijbelse verhalen, want in mijn kinderlijke logica moesten Adam en Eva toch ook een vader en moeder hebben?
En wat later in die verhaaltjes begreep ik er helemaal niks van. Twee broers die elkaar de hersens inslaan? Lekker verhaaltje. Ik kon ook nergens, nu nog niet, de moraal vinden. Ik begreep ook nooit hoe Mozes, zo oud al, alleen die berg opklom en later terugkwam met twee zware platen waar de tien geboden opstonden.
 ''Was Mozes zo sterk dan?" vroeg ik aan de godsdienstleraar.
''Ja, dat zal zowaar wel'' en die kale wilde doorgaan met zijn verhaal. Maar hij kende Leny nog niet, ik was een snufkut pur sang en wilde altijd alles weten, trouwens nu nog.

''Ik snap het niet, hoe kan zo'n ouwe kerel van wel over de honderd jaar zich een breuk tillen aan twee stenen en in die tijd bestonden er volgens mij geneens bijtel." En hup, weer de gang op. 
Ik heb heel vaak die gang bezocht tijdens de godsdienstlesjes van een uurtje. Voor die man was het een kwelling, voor mij een uurtje vol met vragen.
Die vragen had ik ooit later aan een Jehova's getuige die ik onnadenkend op een zondagmorgen binnenliet om een discussie aan te gaan over den bijbel Ze hebben het geweten, zijn ook nooit meer aan mijn deur geweest..
En waarom niet?

Ten eerste vertelde ik hen dat ik lesbisch was (bah bah bah, dat wordt de hel)
Ten tweede vertelde ik dat ik een Joodse achtergrond had (dubbel bah.bah.bah)En ik vroeg toen al of Jezus op zijn leeftijd niet getrouwd was, of was hij homo.
De twee jehova's lieten van schrik de koffie staan die ik hen serveerde.
Ja je blijft tenslotte gastvrouw nietwaar.
In ieder geval, ik geloof niet in een hel. Die hel maak je op aarde zelf wel mee. Dan ben je blij dat de hemel voor je open staat.Want hoe je het went of keert, in ieder mens zit iets slechts en goeds.
Maar het goede zal bij de meeste mensen overwinnen. De hel, dat is de zon in de Sahara, als je daar loopt zonder bescherming op je tets.
De hemel, is als je gelukkig bent in je relatie, gelukkig met je gezondheid, gelukkig met jezelf....
Dat is toch een Godsgeschenk.
Daar hebben wij de hel niet voor nodig..

©

http://klapdoos.web-log.nl/.a/6a013483bd13ef970c0133f1825cb7970b-800wi

VREEMDE NACHT

14-1.large.jpg

Ik ruik haar parfum en voel mij zwevend de hemel in gaan, met één verschil zij zweeft met mij mee. Mijn God wat is zij mooi. Een paar gitzwarte ogen, wenkbrauwen die als twee golven op haar gelaat de zweetdruppels van mijn gezicht wegpoetsen als ik haar volle lippen op de mijne voel. Haar lange haren vallen als een deken over mijn naakte schouders.
Haar mooie kleine neus die zo volmaakt in dat gelaat past raakt mijn wang. Mijn lichaam gloeit en broeit van top tot teen. Mijn tepels raken die van haar. Zij voelen net zo hard aan als de hare en met mijn tong laat ik haar tepelringen proeven van mijn liefde voor haar.

Het genot is wederzijds. Ik voel haar handen over mijn lichaam glijden en kronkelen en kreunend beantwoord ik haar gebaren in lichaam en geluid.
Wij smelten samen tot één.
Zij rolt zich op mij en onze heupen draaien als op commando dezelfde kanten op. Ik voel haar lippen zakken langs mijn borsten, zo naar mijn navel en al wat ik kan doen is kreunen en mijn vingers door heur haar woelen, haar borsten betasten, haar tepels masseren terwijl haar tong verder zoekt naar de plek die mijn lichaam al in brand zet.
Zij weet waar zij moet zoeken. Ik til haar half op en draai mijn lichaam zo om zodat ook ik van haar kan proeven en zij laat zich gelaten leiden door mijn dominante aanwijzingen die ik zwijgend aangeef.

Zij ligt tussen mijn benen en ik tussen de hare. Ik ruik haar geur, haar lichaam is de mijne en met draaiende bewegingen wil ik dat zij tot een climax komt. Zij wil hetzelfde. Kreunend voel ik dat haar tong diep gaat en ik? Ik doe hetzelfde bij haar, dit is leven, dit is genieten, dit is liefde.
Schokkende bewegingen en een schokkende heupbeweging geven aan dat haar hoogtepunt niet lang meer duurt. Ik wil het nog even uitstellen, draai mij weer om en kruip nu op haar, druk mijn tepels tegen de hare en zoek haar mond. We zuigen elkaar op en onze benen klemmen zich vast aan elkaar.
Mijn God als dit genieten is wil ik mijn leven lang genot ervaren met dit mooie schepsel dat even de mijne is. Maar het moment is goud waard. Ik voel haar vingers bij mij naar binnen glijden en ik draai mee met haar bewegingen, doe bij haar hetzelfde en ineens is daar de explosie van beiden.

Tegelijk komen wij tot een climax. Ik zie vuurwerk, voel mijn lendenen branden van genot en kreun en wil haar naam roepen.
Maar dan ineens besef ik dat ik niet eens weet hoe haar naam is. Droom ik? Is dit een fantasie die ik beleef. Waarom kan ik niet eens op haar naam komen?

Ik til verbaast mijn hoofd op en kijk naar haar. Ze is weg. Al wat ik zie is een donkere kamer, naast mij ligt mijn vriendin te slapen. Ik doe verbaasd en hevig teleurgesteld het nachtlampje aan. Mijn vriendin wordt wakker en geeuwt: “Is er iets?”, vraagt zij slaperig.
“Nee, hoor ga maar verder slapen, ik had een nachtmerrie”, antwoord ik.
“Wil je er over praten?” dramt zij nog even door.
Nee,  er valt niets meer te praten besef ik nu eindelijk. Deze liefde is voorbij als ik mijn heil al moet zoeken bij vrouwen die in mijn dromen mijn leven tot een genot maken. Dan kan ik voor mezelf wel uitmaken dat deze relatie al gedoemd is tot mislukken.
Maar God wat was zij prachtig.

Enigszins teleurgesteld doe ik het lampje weer uit in de hoop dat zij nog terugkomt in mijn droom om het even af te maken, want de kriebels zijn nog niet weg. Doch de teleurstelling is groot. Maar niet groter dan het besef dat je relatie na een natte droom gedoemd is om te mislukken omdat de spanning er al niet meer is tussen ons, wat ooit eens was.

©by Leny Kruis

 

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

klokken-15824-1.large.gif

 

Geen tijd.

 

Tringgggggggggggg …., schaars gekleed open ik de deur: “mogen wij een paar minuten van uw tijd vragen om ……” “NEE!!!!! Ik heb geen tijd, ik kom net me nest uit en dan mot ik eerst koffie waarna ik pas aanspreekbaar ben, dus NU EVEN NIET!” Chagrijnig knal ik de deur dicht. Twee weken later: tringgggggggggggg …. Ik open de deur en: “Mogen wij een paar minu……” “NEEEE!!!!!Ik heb geen tijd want ik sta net onder de douche en nu sta ik een kou ‘tje te vatten want het tocht.”

 

Hoe relatief is tijd eigenlijk, vraag ik mij af. Terwijl ik dit denk lig ik op de bank en staar naar de hemel; ik laat mijn gedachten hierbij de vrije loop. Tijd wordt pas relatief als je er bij stilstaat, vreemde paradox is dit. Het schouwspel van de wind, die de wolken langs de blauwe hemel drijft en ze snel in andere vormen doet veranderen, zorgt ervoor dat ik langzaam in slaap val.

 

Er staat iemand tegen mij te praten, wat hij zegt hoor ik in eerste instantie niet. Dan dringt het langzaam tot mij door: er volgt een dialoog over tijd. Het gaat over hoe ik met mijn tijd om ga; dat ik nergens tijd voor heb of voor mijn part ergens hoe dan ook tijd voor vrijmaak. Haast, haast, haast altijd maar die haast en geen tijd hebben; geen tijd hebben voor niets.

“Maar beste man,” zei de stem: “u leeft nu in de tijd dus u hebt nu alle tijd die u zich maar wensen kunt.” Niet begrijpend keek ik hem aan. “U voert vele nietszeggende argumenten aan om te vluchten in uw denkwereld. Behalve dat tijd relatief is wat kunt u mij nog meer vertellen over tijd?” “Nou uuhhhhh …. hm …” Verder kwam ik niet. “En dat bedoel ik nu: u bent verblindt door uw eigen visie, vakblind bent u. Het wordt tijd dat u uw tijd opnieuw leert waarderen.”

 

Een bonk maakt mij wakker. Ik was van de bank gelazerd en kijk beteuterd hoe ik als niemendal hulpeloos op de grond lig. Inmiddels zijn er donderwolken zichtbaar en de regen valt met bakken uit de hemel. Een hemel die ik zojuist nog de hemel in prees.

 

Mijn grijze cellen evalueren het gebeuren en laten mij beseffen dat ik inderdaad in de tijd leef en de tijd heb; zelfs meer tijd dan ik mij wensen kan. Immers: hoeveel seconden leef ik al, hoeveel minuten, hoeveel uren, hoeveel jaren? Zou ik dan binnen dit gebeuren niet een paar minuutjes kunnen vrijmaken voor een ander, voor een medemens? Nu heb ik de kans, ik ‘heb’ nu de tijd.

 

Als ik straks de pijp uit ben, dan pas heb ik geen tijd meer; dan ben ik eeuwig.

 

Prlwytskovsky.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

vriendschaop5.large.jpg

Dinsdag 27-2-07.

Sporen in de sneeuw.

Het was windstil en de zon stond aan een strakke blauwe lucht. Met mijn handen diep in mijn zakken voelde ik de vorst aan mijn oren knabbelen. Het heeft vannacht gesneeuwd en de hele omgeving is in een wit laken gehuld. Bomen, struiken, takken en muurtjes alles is bedekt met een witte hoed. Sneeuw geeft ook altijd zo een bijzondere gedempte atmosfeer.

Op sommige plaatsen komt de sneeuw zelfs tot aan mijn knieën en bij elke stap hoor ik de sneeuw onder mijn laarzen kraken. Op de hoek sta ik stil en luister ….: niet één geluid is er te horen, zelfs geen vogel. Witte strepen van vliegtuigen sieren de fel blauwe hemel en soms zie ik een glimp van het vliegtuig dat op grote hoogte geluidloos overvliegt en weerkaatst in het zonlicht.

Een buurman schuift met zijn handen de sneeuw van zijn auto en kijkt lachend naar mij. Met twee handen pakt hij sneeuw en maakt er een bal van die hij naar mij gooit. Gillend lachend loop ik weg maar kan de sneeuwbal niet ontlopen, in mijn nek spat de bal uit elkaar.

Nadat ik was overgestoken zag ik de dijk waar mijn vrienden met hun sleeën vanaf gleden. Wij waren met zes en hadden maar twee sleeën. Bovenaan de dijk stapte ik op een slee, op mijn buik liggend. Een klein zetje maar en dan met een rotgang van de dijk afglijden, over het grindpaadje naar het grasveld voor de vijver om dan met een bloedgang het ijs op te glijden. Uitglijdend en balancerend loop ik terug naar de dijk waar een andere vriend staat te wachten om naar beneden te glijden. Aan de overkant staat onze school en ik zie mijn klaslokaal, daarboven de tweede van links, dat is mijn derde klas. Naast de school staat de kerk en zijn klok wijst al kwart over vijf aan. Snel moet ik naar huis, om half zes komt mijn vader thuis en gaan wij eten.

Het is avond en ik kom laat huis van mijn werk. De straat is egaal glad dicht gesneeuwd en heel even moet ik terug denken aan vroeger, als kind in de sneeuw. Ik blijf voor de voordeur staan en kijk over de stoep naar de witte sneeuwdeken; ik luister naar de gedempte geluiden. Op de parkeerplaats zie ik voetsporen van een kat die tussen de geparkeerde auto’s doorlopen. Het is al bijna middernacht en ik ga snel naar binnen; scheren en een warme douche en dan lekker naar bed.

Ik zal net zijn ingedommeld toen er met een ringvinger hard op het raam werd getikt. Helemaal de beroerte geschrokken stond ik op, deed het gordijn open en keek naar buiten maar ik zag niets. Ik trok een lange jas aan, deed de voordeur open en keek naar de sneeuw. Egaal glad lag het sneeuwdek voor het raam zonder één voetspoor. Verbaasd en niet begrijpend sloot ik de deur en ging terug naar bed maar kon de slaap niet vatten.

In die zelfde week overleed mijn vader.

 

Prlwytskovsky.

foto©leny Kruis

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~Gleufhoeden.~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

hoed3-2.large.gif

Mijn vader had drie gleufhoeden. Een grijze voor de zondag en de kerkgang, maar ook voor recepties en feestelijkheden. De tweede, een bruine, was voor doordeweeks. De derde gleufhoed, een zwarte, was voorbestemd voor begrafenissen; samen met een bijbehorend donkerblauw driedelig pak.

Het donkerblauwe pak met de zwarte hoed werd jarenlang in de kast opgeborgen en door moeder goed ingekapseld want er zou eens mot in kunnen komen. God behoede ons daarvoor. Één keer heb ik hem dat pak met hoed zien dragen, op de begrafenis van mijn oom Piet. Daarna nooit meer, want er was eenvoudigweg geen familie meer over om dood te gaan. Maar als jaren later plotseling een goed bevriende buur overlijdt blijkt het donkerblauwe pak ineens enkele maten te klein.  En dat, na pas na twee keer dragen.Hij kwam tegenover mij zitten en begon te praten, zowaar een zeldzaamheid.

”Kijk,” zei hij, “nu ga ik mijn laatste pak kopen. ”“Waarom.” vroeg ik hem? “Je wordt toch heel oud?”

“Als je 65 jaar wordt dan koop je nog eenmaal een pak,” zei hij, “daarna nooit meer. Alleen nu, vanwege de buurman, moet het een paar jaar eerder. 

Voorwaar, een man van gewoontes en tradities.Hij toog naar de kledingwinkel en liet zich een nieuw driedelig donkerblauw kostuum aanmeten. Thuisgekomen pakte hij trots zijn nieuwe aankoop uit, verkleedde zich en toog  in vol ornaat naar de begrafenis van buurman.  

Hierna hing hij het pak in de kast, afwachtend of hij het ooit nog nodig zou hebben.Twee jaar later overleed hij zelf.

“Trek hem zijn driedelige blauwe pak aan,” zei ik, “en leg zijn zwarte hoed op het deksel van de kist.”De kist zakte langzaam weg met de hoed eenzaam op het deksel. Omstanders gooide symbolisch schepjes aarde op het deksel en probeerde hierbij de hoed niet te raken.Nu ben ik net zo oud als mijn vader destijds.

Zou ik?

 @Prlwytskovsky.

                                              AN OLD FASHION HEAD

hoed6-2.large.gif

                    

My dad owns three heads. A grey one for the Sunday to visit the church and for party’s. And a second, a brown one, for a normal weekdays. The thirth head, a black one was reserved for funerals, together with a dark blue suitThis darkblue suet was taking good care by my mother and she hangs the suet into the locker in case of … God have our soles for it.

Only once I’ve seen him dressed with his dark blue suet and black head. It was on the funeral from my uncle Peter. After this time I’ll never saw him in this outfit anymore, because there was simply no family left to die 

But after a couple of years, when a good friend neighbor died his outfit seems to be to small at once. And this after only one time to were it.He sits next to me and spoke to me, a very special moment.“Look” he said, “now I go to purchase my last suet.”“Why”, i ask him, “You’ve goanna be very old?”

“If you started to be 65 years you’ve goanna buy your last suet,” he said, “after this you’ll never do this anymore. Only now, because of our neighbor I had to do it some years earlier."

A man of habits and traditions.He went to the store and purchases a brand new suet. Proudly he came home and demonstrated his suet to us, and went to the funeral of our neighbor.After the funeral he came home and hangs his suet into the locker, waiting if he needed his suet ever.Two years later he’ll died himself.

“Dress him into his blue suet” I said. “And put his black head onto the coffin.

Slowly the coffin goes into the earth. People put some earth onto the coffin and pray, and try to miss the black head.Now I am just as old as he was, at that time.

Shell i ….?

@Prlwytskovsky.

``````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````````

maan-hart.large.jpg

ER IS MEER TUSSEN HEMEL EN AARDE.

                                 

Weer die teringbel, dus ik ren voor de zoveelste keer naar de voordeur, open deze en zie … niemand! Dit gaat mij een beetje de keel uithangen en ik zin op wraak, maar hoe.

 

Het hok waarin ik op mijn computer verhaaltjes pleeg te schrijven, bevind zich aan de galerijkant. Als er weer wordt gebeld sta ik meteen op en kijk naar buiten maar zie niemand. Wel hoor ik iemand met een korte snelle pas weglopen. Belletje trek?

 

Kort daarna gaat de benedenbel, ik grijp de huistelefoon en hoor een kind vragen of ik de benedendeur wil openen. Ik reageer er niet op en wil verder gaan met waar ik mee bezig was. Met mijn hand nog op de huistelefoon leunend gaat de bovenbel weer, ik ruk meteen de deur open en steek mijn kop naar buiten. Ik hoor snelle stappen op de galerij en kijk meteen naar waar het geluid vandaan komt. Een blond knulletje rent naar het verkeerde einde van de galerij: het stuk dat dood loopt.

 

Nu heb ik je denk ik en trek een sprintje achter die knaap aan. Met open armen loop ik de hoek om en zie…… niemand! Helemaal niets, niemand. Dat kan toch niet? 3 seconden zat hij voor mij, op een doodlopende galerij op de negende etage? Word ik gek? Zie ik ze karren? Niet begrijpend loop ik mopperend over de galerij terug naar mijn huisdeur en kijk naar beneden. Op de parkeerplaats zie ik datzelfde mannetje staan, hij lacht naar mij en zwaait. Knorrend kijk ik hem aan maar de afstand is te groot om zijn gezicht goed te kunnen zien.

 

Maanden later loop ik door het park, het park waar ik al eerder over schreef dat er zo verlaten bij lag. Ik ga aan de waterkant zitten en kijk naar de voetballende kinderen. Ineens komt er een bal in mijn richting en met een snoekduik vang ik hem op. Als ik opsta om de bal met een rotschop terug te schieten zie ik een kind voor mij staan, een blond jochie. Net iets te lang kijken wij elkaar aan. Hij pakt de bal af en rent terug naar de groep. Zo snel ik kan ren ik er achteraan en aanschouw de groep maar nergens is dat blonde jochie te bekennen, opgelost in lucht. Net als destijds op de galerij.

 

Op een zeldzame mooie dag in juni, in het jaar des Heren 2010, zit ik met een biertje op balkon en lees een blaadje. Een beweging neem ik waar, aan mijn linkerzijde. Wat het is weet ik niet, mogelijk is het een duif want die pesten mij al zolang ik hier woon. Mijn ogen laat ik in hun kassen naar links rollen, zonder mijn hoofd te bewegen. Een kind staat mij over de balustrade aan te kijken, terwijl dat huis naast mij al weken leeg staat. Het is dat onbekende blonde jochie. Langzaam beweeg ik mijn hoofd in zijn richting. Hij glimlacht verlegen.

“Wie ben je?” vraag ik.

 

Zoals verlegen kinderen kunnen draaien zo draaide hij ook.

“Jij kent mij niet,” zegt hij, “maar je had mij gekend kunnen hebben.”

Deze woordpuzzel begreep ik niet en vraag hem mij dit uit te leggen. Toen ik hem recht aankeek zag ik hem in een waas oplossen en verdwijnen. Nu zat ik recht op mijn stoel want dit leek op magie, op een verschijnsel van buiten onze aardse dimensie. Bijna verslikte ik mij in de laatste slok van mijn biertje toen ik rechts een beweging zag. Ik bedacht mij geen moment, sprong op en rende het balkon op, regelrecht met mijn smoel tegen het zonnescherm aan. Vloekend en tierend stond ik daar, vooral kwaad op mijn eigen stommiteit. Het kind lachte zich in een deuk en ik keek om waar dat geluid vandaan kwam.

 

Hij zit in mijn stoel en kijkt mij aan. Langzaam loop ik op hem af en ga tegenover hem op het beton zitten, met mijn rug tegen de balustrade; wij kijken elkaar nu recht aan.

“Wil je wat drinken?” vraag ik hem.

 Nee, schudt hij.

“Wie ben je?” vraag ik hem nogmaals.

“Waarom ben jij weggegaan?” antwoord hij retorisch.

“Slimmerik, jij beantwoordt mijn vraag met een tegenvraag?”

“Ja,” zegt hij, “van jou geleerd.”

“Maar ik ken je helemaal niet,” zeg ik, “help mij eens; waar moet ik zoeken?”

“Denk eens ver terug, heel ver terug. Waarom ben je toen weggegaan? Nu kan ik niet verder en moet ik hier blijven.”

“Wat bedoel je,” vraag ik, “waar heb je het over?”

“Jij bent bij mijn moeder weggegaan voordat ik kon komen en daarom moet ik nu hier blijven.” 

Ik denk na over zijn woorden, woorden van een kind die mij tot beschamend stilzwijgen manen; een zeldzaamheid. Hij ziet mijn emotie en lacht verlegen naar mij.

“Begrijp je het nu?” zegt hij. “In de wereld waarin ik leef worden wij steeds jonger en jonger. Als wij baby zijn, daarna pas, kunnen wij in jou wereld geboren worden om in jou wereld ouder te worden en daarna te sterven om terug te keren naar mijn wereld, snap je? Dat is de cyclus. En jij hebt dat doorbroken door weg te gaan bij mijn moeder.”

 

Nu valt langzaam het kwartje bij mij en ik wil hem aanraken maar ik voel niets, ik grijp door hem heen.

 “Raak mij aan?” vraag ik hem. Maar hij lacht alleen maar en zijn verschijning wordt steeds waziger. Hij tilt zijn hand op en zwaait waarna hij verdwijnt. 

Ik raak het kussen aan waar hij op gezeten heeft maar ik voel niets, ik tuur mijn omgeving af maar zie niets; ik roep maar ik hoor niets. Niets heb ik er meer van vernomen.

 

Was dit een bericht uit een andere wereld? 

Prlwytskovsky

 

foto van leny kruis

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

kissing-ladys.large.jpg

Over liefde

Zij keek mij aan en ik zag aan haar ogen dat zij meer wilde dan een eenvoudig gedag zeggen bij de lift waar wij beiden op stonden te wachten. Ik kende haar niet en met een glimlach op mijn gezicht vroeg ik haar of zij hier pas in de flat woonde. Ja, was het zachte antwoord. Een fluwelen stem, een zachte toon over die volle lippen die vroegen gewoon om gekust te worden.

Ik wist dat zij daar geen bezwaar tegen zou hebben, dat soort instinct is nooit wetenschappelijk bewezen maar de antennes van lesbische of biseksuele mannen of vrouwen werken altijd als de beste. In mijn geval heb ik nog nooit mis geschoten.

Het kriebelde door mijn lichaam en in mijn onderste helft van mijn lichaam begonnen de vlinders hun vleugels uit te slaan. Nu zag ik haar vol in het gezicht, niet van drie hoog boven af de trap af lopen of de lift instappen, heel alleen. Nooit zonder man of vrouw. Ik rook en zag mijn kans, moest alleen uitkijken dat zij niet zou schrikken van mijn aandringen.

Ik wilde haar niet kwijt. Stelde mij voor en vertelde haar zo tussen neus en lippen door dat ik hier al 8 jaar woonde, alleen en dat het mij hier beviel. Zij knikte en vertelde dat zij hier pas een paar maanden woonde, ook alleen. Het beviel haar wel. Ik wist allang dat zij vanaf het begin dat ik de verhuiswagen zag degene was die ik al jaren zocht. Wat was ik idolaat van deze vrouw, waarvan ik de naam nog niet eens kende. Een naambordje had ik nog niet gezien en in het telefoonboek hoefde ik niet te zoeken omdat ik haar naam natuurlijk niet wist. Internet maakte mij ook niet wijzer. Dus alles was nieuw voor mij. Behalve de liefde die ik voelde voor haar. Dit was niet zomaar een kleine verliefdheid die na een paar maanden weer overgaat en als je het lichaam hebt verkend fiets je weer naar de volgende vrouw om weer andere ontdekkingen te doen.

Nee dit was totaal anders. Zij was degene die mijn leven zou gaan veranderen, als zij maar wilde.
Dat was de vraag die ik mijzelf nog steeds stelde toen wij voor het eerst bij de lift oog in oog met elkaar stonden en elkaar voor het eerst spraken.

De keren dat ik haar haastig achterna rende de trap af als ik haar zag, was ik altijd net te laat. Ik zag haar dan haar auto instappen en wegrijden. Maar nu zou ik haar niet laten gaan.

Of zij zin had om bij mij een kopje koffie te drinken als ze zin had tenminste. Bescheidenheid is altijd een raakvlak waar de meeste mensen voor zwichten, zolang je maar niet aandringt. Mijn versierkunst wilde ik niet op haar uitproberen, bang om haar kwijt te raken,

Maar de koffie werd geaccepteerd en zij ging met mij mee naar mijn flat. Daar is zij nog. Ik had mijn antennesysteem nog intact, het werkte nog. Ook zij was nieuwsgierig naar mij bleek later bij de gesprekken die wij hadden. Nu zijn wij al drie jaar samen en nog is de liefde hevig, vol passie en vol emotie. Wij houden van elkaar.

Toch vraag ik mijzelf soms af, wat zou er gebeurt zijn als ik haar niet om dat ene bakje koffie had gevraagd bij de lift.
Niemand zal het weten en eerlijk gezegd...ik wil het niet weten.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

smiley-krijgt-knal-1.large.gif

                                  Gevoeligheden.

Het kabeltje van de telefoonaansluiting dat achter in mijn computer hoort te zitten is eruit gevallen en achter de kast verdwenen. Ja ik weet het, ik ben ouderwets bezig want waarom werk ik nog met een modem terwijl ik zelf over een kabelaansluiting beschik? Maar toch, een modem is net even iets anders maar vooral handig met faxen dus moest en zou dat kabeltje achter de kast vandaan worden gehaald en wel op zondag want daar leent een dergelijke dag zich uitstekend voor. Vooral als het regent wat in dit geval niet zo was, dus ik roep bij voorbaat al rampspoed over mij af.

 

Eerst alle goedbedoelde en door mijzelf verzamelde rotzooi het kamertje uitsmijten; kwestie van ruimte maken. Onder mijn bureau staat een ladekastje dat ik liet staan, want daar kon ik wel achterdoor kruipen met mijn lenige afgetrainde lichaam.

 

Eenmaal onder het bureau gekropen bleek het niet zo simpel als ik had gedacht want ik had ooit in een helder moment de kabels gebundeld en de naweeën hiervan openbaren zich nu want ik moet de plastic bindstripjes losknippen met een kniptangetje, dat uitgerekend in de onderste lade van het reeds vermelde ladekastje lag. Op gevoel trek ik de lade open en vind het kniptangetje waarmee ik de strips voor zoveel als nodig, losknip. De eerste keer dat ik m’n hoofd stoot aan de muur zeg ik nog niets want dat hoort er gewoon bij, part of the job zeg maar.

 

Maar als ik wil gaan verzitten en bij deze handeling het bureau een halve meter optil lokt dit toch een kakofonie aan woorden uit waarvan ik niet wist dat ik ze ooit had geleerd; dit lucht wel op. Zelf ben ik een erg gevoelig type, als ik bijvoorbeeld met een hamer op mijn vingers sla dan voel ik het bij wijze van spreke al maar tweemaal achtereen m’n knar stoten is toch teveel van het goede.

 

Eindelijk kan ik bij het kabeltje komen, ik grijp het vast en leid het naar het andere einde waar de computer staat. Dit alles voltrekt zich onder mijn bureau in een ruimte van 70cm hoog, 1 mtr breed en 70cm diep, dit om de lezer een idee te geven welke fratsen ik moet uithalen voor zo’n klote kabeltje.

 

Nu dat kabeltje weer op z’n plek ligt moet ik onder het bureau vandaan kruipen om aan de andere kant de zaak weer aan te sluiten. Eindelijk sta ik weer overeind, doe een stap opzij en ……… openstaand laatje vergeten. Ik lazer languit de kamer uit met het ladekastje achter mij aan waarbij de laden keurig hun inhoud op de grond deponeren met dingen zoals een doosje met schroefjes en meer van dat kleine spul. Gloeiende-gloeiende …., hierbij schiet zelfs mijn woordenschat tekort.

 

Na het kabeltje achter in de aansluiting van de computer te hebben gestopt veeg ik de kamer aan en schep de opgeveegde berg rotzooi terug in de laden. Zwijgend sluit ik de laden en start de computer op; alles werkt weer zoals het hoort. Nu maar wachten tot er een fax binnen komt, iets dat eenmaal per acht maanden voorkomt.

 

@Prlwytskovsky.

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

leren-lopen.large.gif

                                 Een klote dag.

 

Zaterdagochtend vroeg, de klok heit 10 en ik ontdek dat m’n koffiefilterzakkies op zijn dus noodgedwongen scheur ik, ongeschoren en ongewassen met de kleding van gisteren even snel aangeschoten, met mijn vervoermiddel naar de buurtsuper voor een verse lading koffiefilterzakkies. Hebbe ze niet! Shit! Dan de volgende super die een paar straten verderop zit. Uitverkocht!  Gloeiende-gloeiende …. , en dat op mijn nuchtere maag terwijl ik nog niet één druppel koffie heb geconsumeerd. Dan neem ik maar een maatje kleiner mee want koffie mot er komme, verdomme; en gauw!

 

Dat ik blond ben blijkt als ik thuis het koffieblik opentrek en de bodem kan zien, zelfs in de koffiebonenmaalmolenvantanteJo die aan de muur hangt is niet één boon meer aanwezig; ik schraap van pure armoede de laatste restjes uit de hoeken van het blik en heb bij elkaar toch net genoeg voor één bakkie leut om wakker te worden.

 

“Ehhh … even terug Peet, waar zit niet ene boon meer in?”

“In de koffiebonenmaalmolenvantanteJo!”

“Aha, en waas daa voorn ding?”

“Da’s een ouderwetse wandkoffiemolen met een grote houten dop bovenop waar de bonen ingaan met een zwengel aan de voorkant en zo’n glazen bakkie eronder die de gemalen koffie opvangt.”

 

Kijk, mijn tante Jo zaliger had deze handbediende koffiemolen gebruiksklaar aan de muur hangen, echter toen zij zich ter rustte begaf op haar 89e jaar, God hebbe haar ziel, heb ik die molen zogezegd geërfd wat op zich een Godswonder mag heten maar goed; in elk geval niet om als decoratie in de hoek te smijten want in huize Peet is dat ding nog steeds functioneel, mits er bonen in zitten wel te verstaan wat in dit geval niet zo was. Tante zelf verdenk ik er ondertussen van gereïncarneerd te zijn als huisvlieg dus mep ik bij voorbaat elke vlieg die in mijn buurt kom naar de eeuwige jachtvelden wat mij niet altijd lukt en dat was tante eigen om een ander de plank mis te doen slaan, maar dat is een ander verhaal.

 

Nu wij het over vliegen hebben valt het mij ineens op dat als ik het toilet op ga dat de vliegen eruit komen stormen; ze willen zelfs niet eens meer op mij komen zitten en bezien wat ik aan het begin neerschreef zou dit misschien een hint zijn om eens te gaan douchen? Strak plan, dus ik begin met scheren, zeep me kinnebak eens lekker in en pak het mes: bot! Geen punt, ik pak een nieuwe en zie dat het houdertje leeg is.

 

ME SCHEERMESSIES ZIJN OP!!!

 

Godsamme, dan maar met dat botte mes over me bek schraapen met alle gevolgen van dien naar zodadelijk zal blijken. Na een snel en slap bakkie en een bruine boterham met basterdsuiker, want dat schijnt naar men zegt goed voor mij te zijn, kleed ik mij verder aan en begeef mij wederom op weg naar de voor mij zo vertrouwde buurtsuper.

 

Ik stap in de lift en druk op de B knop. De lift stopt onderweg op de 5e etage en mijn homosexuele buurman stapt binnen.

 “Ha die Peter hoe is het nu met je?” Vraagt hij geaffecteerd en met de hem zo eigengemaakte vrouwelijke handgebaartjes; “wat zie je eruit joh heb je gevochten?”

“Neeje, ga nie goe” antwoordde ik chagrijnig, “me scheermessies zijn op dus met een bot mes geschoren en verder zit het allemaal wat tegen vandaag grrrrrrrr … , klote dag dus.”

“Ohw jongen toch.” En hierbij prikte hij vriendschappelijk in mijn ribben maar net toen ik hem hiervoor een schop voor z’n donder wilde geven ging de liftdeur open en liep hij met samengebonden knieën voor mij uit naar de uitgang. Dat was zijn redding.

 

Bij de buurtsuper aangekomen prakte ik mijn scheurijzer in één van de vrije vakken en wel dicht bij de ingang van de super, mazzel dus. Naar bleek waren er meerdere artikelen niet verkrijgbaar en bij de aardappels stonk het als de pest, wat zeg ik, het rook er naar een stel onderbroeken zoals die mogelijkerwijs kunnen ruiken na 4 weken achtereen gedragen te zijn en vervolgens 8 weken in de wasmand te hebben gelegen. Tegen een vakkenvuller zei ik dat het een kutzaak aan het worden is maar hij haalde zijn schouders op en flikkerde de artikelen in de schappen zonder verder acht te slaan op klanten, waartoe ik mijzelf reken.

 

Thuisgekomen vis ik de verse puntjes en de paling uit de tas. Een biertje en 2 broodjes paling als lunch, ach jongens … het had minder gekund.

 

@Prlwytskovsky.