Home » Korte Verhalen » Archief » Jaar 2011 » April 2011

April 2011

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

UIT ETEN.

 

Het echtpaar zit samen op de bank en de zondag gaat langzaam aan hen voorbij. Voor de man is het de langste dag van de week, zijn voetbalclub heeft de wedstrijd in verband met de regen afgelast en vrouwlief ziet daarmee haar geijkte lees middag de mist ingaan. Dus nu zitten ze samen elkaar aan te kijken en manlief zegt “Heb je zin om een spelletje te doen?”

“Hé jij denkt altijd aan sex”, is het verkeerd begrepen antwoord van vrouwlief.

“Nee trut ik bedoel een spelletje kaart, of een dvdtje kijken of gewoon iets samen doen, effe naar buiten voor een wandeling zit er toch niet in met die regen!”

‘O dat, ik dacht even dat je naar bed wilde.”

“Nou het is er anders wel lekker weer voor.” De toon van de man klinkt verveeld en hij verveelt zich ook. Dit is voor het eerst sedert héél lange tijd dat hij de zondag thuis is en dat is vreemd. Door de week heb je zo je planningen samen, het werk, het getokkel onder het eten, eigenlijk dezelfde dingen die je elke week steeds hetzelfde doet. Daar schrikt hij van en beseft ineens dat dit huwelijk de kant uitgaat van een sleur huwelijk, iets waar zij beiden van tevoren hadden afgesproken dat hén dit niet zou overkomen, zoals zoveel stellen dit wel op hun pad zagen gebeuren en eindigden altijd in een scheiding.

“Wat zullen we nou eens doen,”vraagt de man geschrokken aan vrouwlief en hoopt dat zij met een oplossing komt. Hij weet het echt niet momenteel.

“Zullen we vanavond eens uit eten gaan lijkt je dat wat?”, vraagt de vrouw

“Je hebt al vlees uit de vriezer gehaald, maar die kun je in de koelkast doen toch?”, Hij is blij dat zij een spontaan idee heeft.

“Ja dat lukt wel, maar waar heb je trek in?”

“Nou we kunnen naar de chinees gaan of…”. Vrouwlief onderbreekt hem direct.

“Zie je daar heb je hem weer, altijd chinees, er zitten hier diverse soorten restaurants in de stad en jij wilt chinees, nou dat kunnen we ook thuis laten bezorgen, of een pizza ook zo origineel!”“Laten we dan naar de Mexicaan gaan, die heeft lekker eten”, oppert manlief.

“Ja de groeten, wil je soms dat ik de hele nacht op de wc zit met al die kruiden en bonen?”

“Of die Portugees bij de brug.”

“Daar moet je weken van tevoren reserveren, het is er veel te klein trouwens net als de Italiaan. Als ik daar een pizza bestel mag ik wel een zaagmachine meenemen en zorgen dat die vliegende schotel niet op het tafeltje naast mij schiet als ik ga zagen, wat een ballenten zeg!”

De man zucht en loopt naar de keuken om het vlees in de koeling te doen, ondertussen bedenken welke oplossingen er nog over zijn, zo veel restaurant zijn er nou ook weer niet dat je zomaar ergens naar binnen stapt. Je moet er natuurlijk wel trek in hebben.

“Wat dacht je van die nieuwe Japanse zaak met die Sushi?”, brult hij vanuit de keuken.

“Jij denkt toch niet dat ik rauwe vis ga eten maf, ik lust niet eens een zoute haring!”

Lopend vanuit de keuken brult hij haar toe: “Wat wil je nou in hemelsnaam eten, als je zo doorgaat heb ik al geen honger meer!”

“Denk nou niet dat het weer een patatje oorlog wordt, want als we zo doorgaan is hier de oorlog al begonnen”, speelt zij de beledigde onschuld.

“Ik heb niet eens trek in patat” snauwt hij terug. En ja hoor de toon is gezet en de zondag wordt toch nog gezellig.

“Laten we nou eens rustig praten, waar heb jij trek in”, probeert hij de boel maar te sussen.

“Ik heb momenteel geen honger, maar als je ergens wilt gaan eten wil ik het wel op tijd weten want ik moet mij wel omkleden. Kan moeilijk met een joggingpak en gymschoenen de deur uit”.

‘Ja oké dat snap ik, maar waar heb je trek in!”

“Nou gewoon in een lekkere warme hap, niets bijzonders hoor, als ik maar niet met honger de deur weer uitga van zo een restaurant wan de weinige hoeveelheden voor veel geld dat je dan krijgt”.

“Zullen we dan naar dat Hollandse restaurant gaan”, vraagt hij met hoopvolle vreugde in de stem.

“Kijk dat is nou typische zo een restaurant waar je met honger de deur uitgaat, je krijgt allerlei liflaffies die je niet kent, die niet te pruimen zijn, een rekening van hier tot Tokio en met honger de deur uit. Vraag maar aan Jennie die is er laatst geweest”.

“Ik geloof je wel, dus die ook niet. Nou mijn opties zijn op, heb jij nog een idee?”, vraagt de man moedeloos.

“Ach laat maar”. Ze staat op en loopt naar de keuken, trekt de vriezer open en haalt er broodjes uit.

“Wil je een kroket op je brood of zal ik er wat hamburger bij grillen!”

 ©leny kruis

copyscap.large.jpg

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

DUISTERNIS

 

Als de televisie de laatste tonen laat horen en de knop wordt uitgedrukt is het stil in de haast donkere kamer. Alleen een kleine schemerlamp brand nog. Zij loopt er naar toe en terwijl zij de schakelaar omzet doet zij direct het grote licht in de woonkamer aan zodat zij niet struikelt in het donker. Het slaat eigenlijk nergens op, want het is verspilde energie, maar het idee gaf haar innerlijke rust. En het is al zo donker om haar heen. De geluiden, ach daar is zij al aan gewend en het laatste nieuws vult zij zelf wel met plaatjes die praten, doch de duisternis die zij achter haar ogen voelt maken haar droevig en gelukkig is de angst die zij maanden had, verdwenen, zij voelt nu waar zij loopt, weet de weg in huis en kan elk geluid dat haar niet bekend voorkomt herkennen.

 

Het blind zijn was voor haar een handicap waar zij niet mee kon en wilde leven. Het instituut waar zij een tijdje logeerde om aan haar nieuwe status van blinde te wennen had een ommekeer in haar leven moeten worden, maar juist daardoor was zij verbittert en grimmiger de wereld ingegaan met het idee dat haar tijd wel weer kwam.

Ooit kon zij zien, kleuren gewaarworden, de zon in haar gezicht voelen en van de warmte genieten van die grote gele bol daarboven in een strakblauwe hemel. Nu was het nog maar een enge droom. Maar de werkelijkheid was helaas anders. Door een stomme ruzie met haar ex-man en het feit dat hij zijn woede uitte door zoutzuur in haar gezicht te gooien omdat zij om een scheiding wilde vragen waren haar straf nu dat zij blind door het leven ging. Haar ex zat nog steeds vast, maar ooit zou er een dag komen dat hij vrij zou komen en dan? Zou hij haar opzoeken en zien wat hij teweeg had gebracht.

Hij had al gehoord dat zij blind geworden was aan beide ogen en dat had hem een paar maanden psychische hulp gekost in de gevangenis, maar dat was niet genoeg voor haar. Hij zou ook moeten boeten voor het feit dat zij niets meer van de wereld kon zien, alleen ruiken en horen. Zij kon zich bij thuiskomst uit de kliniek wonderwel heel goed redden in deze donkere wereld. Alles wat zij hoorde was voor haar een foto die zij omzette in levende beelden, dus in gedachten had zij haar eigen televisiekanaal gecreëerd. Nu kon zij er mee leven, maar ooit zou er een dag komen dat hij weer voor haar stond en dan?

 

Zoutzuur teruggooien? Dan zat zij straks vast,  dus dat was geen optie. Haar plannen en haar haatgevoelens werden met de dag sterker en wilder van vorm.  Van alles had zij hem al in gedachten aangedaan, alleen met deze handicap dat zij niets meer kon zien van en in het leven maakte dat haar haat jegens hem steeds dieper en dieper ging zitten. Haar woede kende geen grenzen en haar ooit diepe liefde voor hem was al tanende toen zij erachter kwam dat hij een korte verhouding had met haar beste vriendin. Toen begon zij over een scheiding en dat was zijn eer te na, een knallende ruzie en gegooi met servies en glazen en omvallende stoelen, hij gooide met spullen, zij sloeg en voordat zij er beiden erg in hadden waren zij beiden in de hitte van de strijd in de keuken beland.

 

Hij dook ineens naar het keukenkastje en pakte de eerste de beste fles die hij voor handen had en gooide dat in haar gezicht om zichzelf te beschermen tegen haar klappen, zodat hij haar niet vol geweld in het gezicht zou slaan. Had hij dat maar wel gedaan. Dat gooi en smijtwerk was te overzien, maar lichamelijk geweld was hem iets teveel van het goede, dus hij dacht de oplossing te vinden in het spuiten met afwasmiddel of schoonmaakmiddel om haar hysterisch gegil te laten stoppen. Maar in plaats daarvan spoot hij haar vol in het gezicht met een fles zoutzuur die zij 's middags nog gebruikt had om het putje in de tuin schoon te spoelen.

Haar gegil was oorverdovend geweest, het gesis van de verbrande huid rook zij nog en hij was het huis uitgevlucht, belde bij de buren de politie en de arts en maakte dat hij wegkwam.

 

Toen hij werd opgepakt bij zijn ouders zat hij er helemaal doorheen. Hij hoorde dat zijn vrouw misschien voor altijd het licht in haar ogen kwijt zou zijn en dat zou hem op poging tot doodslag komen te staan. Of het nou wel of niet zijn bedoeling was, het kwaad geschied en het leed was haar al aangedaan.

 

Nu had zij gehoord dat hij wegens goed gedrag snel vrij zou komen. Zij zou op hem wachten dat was zeker, zij zou hem laten zien dat zij ook zonder hem kon leven, zelfs in de duisternis die hij haar had gegeven. Maar de haat en het venijn zaten zo diep bij haar dat zij nog steeds niet wist wat zij hem aan kon doen zonder dat zij er ongestraft mee weg kon komen. Al die tijd die planning, die spanning wat zij moest doen,  het oefenen  wanneer de tijd daar was.

 

Haar huidige leven stond geheel in het teken van het feit dat zij alleen maar de wraak wilde jegens hem om wat hij haar had aangedaan.  Zij was altijd tekenlerares geweest en nu moest zij rondkomen van een karige invaliditeitsuitkering. Ze kon er nog net mee rondkomen, hoewel haar zus alles voor haar deed aangaande de rekeningen en al die dingen die voor een blinde een crime waren, was het voor haar moeilijk genoeg om het uit handen te geven. Maar het kon niet anders. Veel dingen uit haar huis hadden de weg gevonden naar de kringloopwinkel, daarvoor in de plaats kwamen wat kleine meubels waar zij zich niet aan kon stoten, haar zus had haar geleerd om de weg in het nieuwe ingerichte huis goed aan te leren en in no time wist zij in het donker alles te vinden en elke stap te doen zonder zich ergens aan te stoten of iets om te gooien. Het ging wennen die duistere wereld.

 

 

Wat een bewondering kreeg zij voor haar medegehandicapte mens. Iemand die doof was, die niets van de wereld hoorde, zich moest behelpen met gebarentaal of liplezen, maar de beat en het ritme van een dans miste, iemand die blind was alleen de duisternis zag, niets anders dan een zwartgrijze wereld. Maar dat wilde niet zeggen dat ze zielig waren! Verre van dat. Voor elk iets wat je mist in een mensenleven was altijd wel een tegenhanger die het goedmaakte. In haar geval was het de haat tegen haar ex-man die haar op de been hielp.  Ooit zou hij voor haar staan en dan zou het haar beurt zijn. Een kogel door zijn oor? Zodat hij voor altijd doof zou zijn? Ook zoutzuur in zijn gezicht? Moest zij wel goed mikken, want zien kon zij niets. Hem van een trap afgooien zodat hij in een rolstoel terechtkwam? Haar fantasie bleek eindeloos op dat gebied.

 

Totdat zij ineens besefte dat zij haar kostbare tijd verdeed met iets dat niet eens de moeite waard was om er ook maar aan te denken. Het leven ging door.  Zij zou nooit meer kunnen zien en had zich al bij dit feit neergelegd, alleen niet bij het feit dat haar ex nog niet genoeg gestraft was. Maar toen bedacht zij dat zij toch haar scheiding had, hij had niets en niemand meer nadat vele kennissen en vrienden hadden gehoord wat er gepasseerd was. Zelfs zijn familie, daar was hij niet meer welkom. Zijn straf was de eenzaamheid die hij nu al ervaarde wanneer hij vrij was. Geen vriend, geen familie, geen vrouw, niemand die op hem wachtte. Geen werk, alleen een reclasseringsambtenaar waar hij eens in de maand zijn tronie moest laten zien, een karige uitkering want ook zijn baan als onderdirecteur van een groot assurantiebedrijf was hij kwijt.

 

Zij stapte onder de douche vandaan, droogde zich af en met een glimlach poetste zij haar tanden.

De ultieme wraak had zij eigenlijk al. Zij had alles en was bezig om het geluk in haar leven te hervinden.

En hij? Zij liep in het donker naar haar slaapkamer en kroop in bed, voelde aan haar kussen en toen naast haar. Hij lag er nog. Haar nieuwe liefde snurkte een gat in de nacht. Haar wraak was al begonnen, hij had niets meer en zij had alles nog alleen in een nieuwe vorm. De duisternis schonk haar ineens dat sprankje hoop en licht waar zij jaren inzat.

Deze liefde met deze man die zij had leren  kennen op het blindeninstituut was heerlijk, een genot. Dus waarom nog die haat voor een eenzame ex die straks in een lege wereld stapte? Tevreden boog zij zich over haar vriend en kuste hem op de tast op zijn voorhoofd.

Zij draaide zich om en  met een grote smile op haar gezicht liet zij zich in de armen van de slaap vallen.

 ©leny kruis