Home » Korte Verhalen » Archief » Jaar 2012 » December 2012

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

r.

BRIEF AAN KAREL

 

Liefe jonge

 

Hoe is ut nouw met jouw? Gaat ut weer een beetje nadat die kerel van de kit jouw een paar blauwe ogen hed getimmert terwijl jij nooit wat doet? Ja behalleve dan dat je die ene knakker zijn arm het gebroken in de waserette.

 

Dat doe je toch nie somaar? Dan kan je verwagte dat je een paar pompe voor je kanis terug krygt van de prinsemarij. Ik denk oak niet dat het nojig is om een klagt in te dienen want die gasten dekken elkaar allemaaal, het benne net dekhengsten die gasten. Maar die blauwe oagen stoan je goed hoor dat weer wel.

 

Alleen jammer dat je er weer een week extra moet blijven logeren van de rechter. Die verdient ook een linkse direkte op sein oag vind je niet? Weet je niet woar die woant??

 

Dan sal ik um es effe besoeke en vrage waarom hij mijn kleine soon een week extra bajestijd geeft omdat ie nouw toevallig een collega een arm breekt tijdens eens stoeipartijtje, of was er iets meer an de hand? Karel je mot wel eerlyk tege je moeder sein hoor anders kan ik je niet helleppe, en doar benne moeders voor.


Opoe was van de week haar gebit kwijt, zat ze de hele tijd op haar eigen tanden tijdens het voetenballe. Die ouwe had haar gebit uitgeedaan en zo dement als een deur had se vergeten die fietsestalling er weer in te doen.Wat had se een pruimedantenmondje, je kon er so een appel indouwen en terugtrekken an het steeltje.

 

Maar gelukkig hebbe we ut gebit weer gevonden toen se een skone luier om moest.

Gerrit sit ook nou in Breda want die was so bijdehand om de plisie te bellen in plaats dat ie Marie belt dat ie eraankomt, belt die lummel naar de kit om te segge dat ie thuis kwam.

Nou die heeft ook een paar jaar gratis onderdak. Het wort so wel stil in huis met al die uithuisige sonen van mij. Je vader praat al lang niet meer tege mij, maar dat komt ook omdat ik altijd maar gelijk roep KANIS HOUWE….Ja dan segt ie al niks meer, moar hy is wel liev hoor.


Greet laat je de groeten doen en je hoeft voorlopig geen haast te maken om thuis te komme segt se, se werrekt tegenswoordig bei een of andere klup waar se alleenig in een bikini of so motte lope om de gaste te bediene, dat is de wet segt se. En wie ben ik om de wet niet te eerbiedigen??

So goser ik skrijf je gauw weer en moak je maar niet druk hoor hier gaat alles wel goed…

Liefs van je mamma.

Kussies


PS. O ja ik ben vergeete dat ik door de buuf ben uitgenojigt voor een dameselleftal tegen allemaal van die gleuvenduiksters, allemaal van die liefe lesbiese meiden.Nou die moaken we in met fijf meiden want doar hebbe we tog geen elluftal foor nodig.

Alleen mot ik wel uitkijke want die skijts skijnt een ex van de boas van de tegepartei te sein. Dus miskien dat je moeder effe gaat proeve wat de andere kant nou is, maar ik blijf altijd je mamma dat weet je tog goser van me.

Liefs van je ma en ik hout je op de hoogte…skrijv je gau terug an je moeder? Dag goser van me....

 

Dag joge van je moeder ik hout van jou hoor.

©lLENY KRUIS

FOTO BRON INTERNET.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

HOELANG GELEDEN?

 

Hoelang was het nou geleden dat zij hem voor het laatst had gezien? Een jaar of twintig, zo niet langer? Warrig keek zij zijdelings naar zijn strak gezicht. Ja, hij was het wel degelijk die zo strak en stijf naast haar stond. Nog altijd die vreemde oorschelp waar hij altijd mee gepest werd en nog altijd zijn volle lippen waar alle meiden op school helemaal idolaat van waren, zijn donkerbruine ogen, haast tegen het zwart aan die je als het ware doorprikten wanneer hij naar je keken. Zij kreeg het er warm van. Zou hij haar nog herkennen na al die jaren? Zij was natuurlijk veranderd, kleur haren waren met een pak verf lekker gekleurd, een zonbruine teint van haar zonnebank, lange nepnagels, niet die afgekloven nagels die zij vroeger op school altijd had, haar opgespoten lippen en borsten. Nee, zij dacht niet dat hij haar nog zou herkennen na al die jaren.

 

Maar hij was niets veranderd, nog geen millimeter, nog geen halve meter gegroeid, nog even groot en sterk zoals hij daar naast haar stond bij de bushalte.

Zou zij hem aanspreken? Zou hij überhaupt nog met haar willen praten zeker na de laatste streek die zij hem op school geflikt hadden? Hij wist dat zij de aanleiding was van die rotstreek en als jongere sta je niet stil bij de consequenties die men later van pesten over kan houden. Maar nu schaamde zij zich voor haar gedrag, zo kinderachtig, maar toch…

 

De herinnering kwam bovendrijven als een vlek olie op zee die zich uitspreidde tot een geheel drama. Dat zou het ook geworden zijn als zijn broer hem niet op tijd had gevonden, met een touw om zijn nek. En waarom? Omdat het meisje waar hij straalverliefd op was hem opgeilde op school, uitdagend en geinig om te spotten met je liefje, opgejut door de andere meiden liet zij zich aanpraten dat zij hem moest versieren en als het zover was dat hij iets wilde proberen de onschuldige maagd uithangen en het op een gillen zette, terwijl de rest van de jongeren in de bosjes lagen te schuilen en zich verkneuterden op dit schouwspel.

 

Zij zag zichzelf nog zitten in zijn ouwe brik van een auto, zoenende en hij met zijn hand heel voorzichtig over haar borsten. Zij liet het toe, totdat zij een van de jongens buiten in de bosjes zag seinen dat het wel genoeg was. Zij knikte met haar hoofd en gaf hem een klap in het gezicht. Vol verbazing en onbegrip keek hij haar aan toen zij de autodeur opengooide en het op een gillen zette. De hele groep kwam achter de bosjes vandaan en lagen in een deuk van het lachen, terwijl hij er met een rode kop in zijn auto bijzat, een hand op zijn zere wang en de andere op zijn gulp.

 

Hij was goed in de maling genomen, woest was hij. Zag de helft van zijn klasgenoten en reed als een gek op huis aan, rende naar zijn kamer, gekleineerd door de mooiste van de klas waar hij zo verliefd op was, voelde zich vies en smerig en zo vernederd. Nooit, nee nooit zou hij meer met een vrouw meegaan. Hij was hopeloos en verdrietig, wilde een eind aan zijn leven maken, knoopte een dik touw om zijn steunbalk die tegen het plafond als sier was gemaakt en pakte een stoel, deed de lus om zijn hoofd. Maar voordat de jongen de stoel weg wilde trappen rende zijn jongere broer zijn kamertje binnen en net op tijd om zijn broer op te vangen. Zij had toen alleen dat verhaal van die broer gehoord via de leraar en dat hij niet meer op school zou komen. Zijn opleiding zou hij elders volgen.

 

Ineens keek hij haar opzij aan, hij voelde al steeds haar blikken maar reageerde er niet op, star bleef hij voor zich kijken totdat hij zich plotseling omdraaide naar haar en haar midden in het gezicht keek.

Zij schrok zichtbaar en glimlachte alleen maar, even niet wetende wat te zeggen.

Hij bekeek haar met een ijzige blik van boven naar beneden en draaide toen zijn hoofd weer weg van haar, weer recht voor zich uit.

Zij was zo verrast door zijn actie en geen reactie dat zij enigszins gebelgd was over het feit dat hij haar als een soort van keurmeester had bekeken.

Wie was hij dan wel niet om zo tegen vrouwen te doen?

“Heb ik iets van u aan misschien?" Vroeg zij hem pinnig

“Nee hoor dame, nou ja dame. Ik bedoel, je zit me de hele tijd al te bekijken, mag ik dan even terugkijken naar de eerste liefde uit mijn leven dat mij haast mijn leven had gekost door die kolerestreek die jullie met me hebben uitgehaald?”

Zijn zware stem klonk bitter en zij wist even niets te zeggen. Nog nooit had zij naar de bus verlangd als nu op dit moment.

 

“Ja, wat wil je dat ik zeg?” beet zij hem toe.

“Zeg maar niets, het is al zo lang geleden en aan jou te zien is het zeker al lang met al die verbouwingen die je hebt laten doen in de loop der jaren, ben toch maar blij dat mijn verliefdheid is gaan slijten ten goede van mij!”

Zo die kon ze in haar zak meenemen, deze steek onder water kreeg ze gratis en voor niets.

“Kun je me de kans niet geven om te zeggen dat het mij spijt?”

“Ach, wat is spijt ik ben er alleen maar harder door geworden, tot spijt van andere mooie vrouwen die ik daarmee natuurlijk gekwetst heb!”

Nog steeds zijn blik vooruit en niet kijkende naar haar deed hij een stapje naar achter.

De bus kwam eraan en een zucht van verlichting ontsnapte door haar lippen. Gelukkig daar was ze zo van af. Hij had haar dus herkend en was nog steeds vol van haat over wat zij hem geflikt hadden. Terecht. Maar nu waren ze volwassen dus nu moest het maar eens over zijn.

 

Terwijl de bus een draai maakte in de bocht om naar de halte te rijden keek de man nog eens rustig om zich heen met een glimlach om zijn mond en keek haar toen weer recht in het gezicht aan.

“Ga je me nu vertellen dat het je allemaal spijt?”

“Nou die intentie had ik wel maar nu.!”

De bus kwam eraan en voordat zij wist wat er gebeurde gaf hij haar een duw in de rug, zo voor de wielen van de bus die niet meer op tijd kon remmen. Een gil, hij bleef rustig staan terwijl hij haar lichaam zag schokken. Toen was het stil, doodstil.

 

Terwijl de politie de man de handboeien omdeed zag hij nog dat zij op een brancard werd gelegd, een slappe pop zonder enige vorm van leven.

“Zo die maakt geen kerels meer gek!" Hij lachte en keek een verbaasde politieagent aan die zijn wenkbrauwen omhoog deed.

“Ja, zij speelde de hoer, hier midden bij de bushalte, dan spoor je toch niet goed!”

En met een rustige kalme blik liep hij met de agenten naar de auto. Een koude onbewogen man zonder gevoel. Hij had eindelijk zijn wraak en wat een geluk, hij leefde nog.

 

 

 

 ©LENY KRUIS

December 2012