Home » Korte Verhalen » Archief » Jaar 2012 » Mei 2012

DUBBELLEVEN.

 

 

 

De man keek onrustig om zich heen en voelde de stilte die er heerste als een bedreiging. Hij wilde lawaai horen, de buren horen schreeuwen, desnoods gooien met de glazen tegen de muur zoals hij gewend was. Maar die enge stilte die er heerste maakte hem extra bang, ook omdat de man voor hem die zo waanzinnig op hem leek dat het een broer van hem kon zijn maar dan wat ouder en die ook niets zei, alleen maar met een glimlach naar hem keek. Zijn lippen vormden een enkele streep in zijn witte gezicht, totale kleur ontbrak in de doffe ogen die hem glimlachend aankeken. En dat zwijgen, hij werd er bloednerveus van.

“Zeg eens wat man, ik kan niet tegen die stilte.”

 

'Wat wil je horen dan?”

 Zijn stem was zacht en vlak van toon.

“Nou bijvoorbeeld, wie ben je, wat kom je hier doen en hoe kom je hier in hemelsnaam binnen ik heb de deur niet voor je opengedaan.”  Geïrriteerd liep hij door zijn kamer en ging voor het raam zitten, star naar buiten kijkend en daar te zien dat de straat totaal leeg en verlaten was. Zat hij nu tussen leven en niemandsland? Wat was er aan de hand met hem. Sliep hij? Al die vragen stelde hij zichzelf terwijl hij nerveus een shaggie probeerde te draaien, maar door het zweet in zijn handen sneuvelde steeds het vloeitje van de shag.

 

“Van roken ga je dood wist je dat?” sprak de vreemdeling die midden in de kamer bleef staan

“Dood ga ik toch, mag die ene sigaret mij dan nog wat uitmaken?” snauwde hij terug. Hij draaide zijn rug om naar de vreemdeling en woest probeerde hij weer zijn shag in het vloeitje te krijgen.

“Gaat lekker zo!” klonk het spottend vanuit het midden van de kamer.

“Donder toch op man, wie ben je eigenlijk en waar bemoei jij je mee, donder toch op!”

 

“Ja, ik ga ook, maar alleen wanneer het jou en mij uitkomt, wij samen is toch veel gezelliger.”

“Jij bent geloof ik niet helemaal jofel hè. Komt hier zomaar binnenvallen, ik ken je niet eens, al moet ik zeggen dat je verdomd veel op mijn oudere broer lijkt die ik nooit gekend heb, laat staan gehad!” Hij moest hysterisch lachen om zijn eigen taalgebruik en gooide woedend de natte shag en de nog vochtige vloeitjes maar weg.

 

“Dit was dus een reden om te stoppen met roken”, bedacht hij wrang en keek woest naar de man die uitgebreid zijn mantel opendeed, de mantel op de grond liet glijden en hij bukte zich elegant door zijn knieën om de mantel op te rapen, netjes op te vouwen en deze te draperen over de leuning van de stoel waar hij rustig in ging zitten. Dit alles zwijgend terwijl hij de nerveuze man voor zich geen moment uit zijn ooghoeken verloor.

 

“Wie geeft jou het recht om hier zo maar binnen te komen!”, brulde  de man die dreigend voor hem ging staan. De man in de stoel keek hem vanonder zijn lange wimpers aan en vouwde zijn handen ineen.

 “Kijk meneer, je kunt zeuren en zeuren totdat je een ons weegt, maar je moet beseffen dat ik hier momenteel de touwtjes in handen heb." Jij luistert gewoon naar mij en gaat met mij mee of je nou wilt of niet!”

Een schaterlach was het antwoord van de bijna hysterische man die totaal niet begreep wat een vreemde kerel hier in zijn huis deed, zich als een oude kennis installeerde op zijn lieveling stoel en dan nog eens brutaal de mededeling deed dat hij de touwtjes hier in handen had. Nog even en hij had de sleutels van het huis en zou hem, de eigenaar eruit zetten.

 

“En ik ga naar binnen bij wie ik wil en wanneer ik dat wil, dat is mijn kracht!”

Zijn stem klonk nu hard en zwaar, alsof er een ander in zijn lichaam gekropen was die kwaadwilligheid uitstraalde en niet alleen met zijn woorden.

 “Jij gaat gewoon mee, als een persoon die ik nodig heb om te bestuderen wil ik hier kunnen aarden in die gekke wereldje waar jij toe behoort!”

'Wat!” brulde de overvallen bewoner nu in paniek. Die begreep er nu helemaal niets meer van. Hij had de vreemdeling niet eens binnengelaten, zat ineens in zijn voorkamer, stelde zich niet voor, ging zich dominant opstellen  naar hem, die eigenlijk de baas hier in huis was en nou wilde die knakker ook nog dat hij meeging?”Waarheen dan wel, vroeg hij zich in stilte af en angst maakte zich van hem meester.

 

“Waarom moet ik mee en wat is de reden dat je zomaar in mijn eigen huis een overval doet op mijn persoon, wat wil je in hemelsnaam!”brulde hij nou woest. Hij was het helemaal zat met die malloot die dacht dat hij zomaar een mens kon ontvoeren ter ondersteuning van een studie? Het zou niet gekker moeten worden. Hij ging aan de eetkamertafel zitten en probeerde weer een shaggie in elkaar te zetten, zijn vingers beefden zo dat zelfs dat niet meer lukte. De man op de stoel keek met een grijns het hele tafereel aan en bestudeerde tevens gelijk het gelaat van de bouwer die het maar niet voor elkaar kreeg een sigaret te draaien.

 

“Zal ik het eens proberen?", vroeg hij vriendelijk. Zijn stem klonk weer zacht en vriendelijk, weer anders dan de vorige toon. De man aan de eetkamertafel werd er geprikkeld van. Hij keek naar de man in de stoel die ineens abrupt opstond en zich lang maakte. Nog langer dan hij al was? De man aan de tafel twijfelde maar keek wel ineens op naar een wel héle lange kerel. Zijn ogen werden pikzwart, zijn lippen werden een streep in het witte gelaat en zijn eeuwige glimlach was verdwenen.

“Het is tijd, wees maar niet bang, ik zal voortleven hoor voor eeuwig zullen wij deze aarde bevolken, want jullie maken er een rommeltje van en dat kunnen wij niet toelaten.”

 

Voordat hij wist wat er gebeurde en voordat hij zijn aansteker naar zijn shaggie wilde sturen voelde hij een stevige bries tegen zijn lijf, hij keek naar de vreemdeling die een zware wolk uit zijn mond toverde en die richting de man spuwde. Hij hoestte en wuifde die smurrie weg, doch het lukte hem niet. Het laatste wat hij merkte dat hij als een veertje zo licht opgetild werd en in de keel van de man werd gezogen.

 

Oudejaarsdag. De deurbel ging en de oude man stond op, zijn shaggie bungelde in zijn ene hoek bij zijn mond. Hij deed de deur open en een knulletje stond er met een kaartje gaf het hem en zei: ”Gelukkig Nieuwjaar Ome Koos."Koos knikte en gaf de jongen twee euro voor zijn nieuwjaarswens. Het hoorde er nou eenmaal bij. Wat een raar volk die mensheid, gelukkig Nieuwjaar wensen en er nog voor betalen ook?"

 

Logisch dat de Federatie de aarde over zou nemen. Dit was niet meer van deze tijd, dit was totaal ouderwets. Geld gebruiken, terwijl op Fendriaan de stapels goud voor iedereen toegankelijk waren en niemand iets hoefde te betalen.

 

Zou hij ook al omgeruild zijn? Het was een vraag die hij later zou moeten stellen, want het knulletje was al doorgefietst naar de volgende deur.

images.large.jpg

©LENY KRUIS

Mei 2012