Home » Korte Verhalen » Archief » Jaar 2012 » November 2012

DE STORM

 


Klik voor een vergroting               1

Dit is eerverleden jaar gebeurd, ik wilde jullie dit toch niet onthouden na de storm die wij hier afgelopen week ineens hadden binnen 2 minuten..Hier in Zwolle dan. Vrouwlief is nou naar de hut om te kijken of alles ok is, weet wel zeker van wel, we hebben een sterk huisje gebouwd ( mijn vrouw dan, ik kan nog geen spijker in de muur slaan of ik moet er een stucadoor bij bellen)

 

Als er een weeralarm voor het hele land de ether ingaat dan zit vrouwlief al met een wit gezicht en zorgt dat alles buiten vastligt aan de ketting. De kat binnenhalen, voordat hij met een lang touw meegezogen wordt door de wind, ja je weet het maar nooit omdat er tornado’s waren gesignaleerd.


Ik persoonlijk ben niet bang voor stormen en onweer, kan genieten van een fikse regenbui. Het liefst loop ik erin. Doch als je midden in het bos een chalet hebt wordt het verhaal iets anders dan dat je veiliger in je eigen huis bivakkeert, omdat je net op de televisie hebt gehoord dat er mensen met hun caravan en al het water in waren geblazen.

 

Kijk dan mag je best bang zijn, wanneer je de schade ziet die de bomen over de weg hebben aangericht. En dan te bedenken dat hier om onze hele hut ook bomen staan!

Vrouwlief is waanzinnig in de weer om alles aan de ketting te leggen, nog net zichzelf niet. Ik kan dan wel zeggen: “Joh hier gebeurt niets” maar voordat ik uitgepraat ben vallen de eerste harde druppels en de knallen van het onweer klinken in de verte over Hoogeveen. Dus wel dichtbij.

“Ik vind dit doodeng” zucht mijn vrouw en gaat dichter tegen mij aanzitten. Aangezien we lekker kleffen door het warme weer ( 28 graden) vraag ik lief of ze even op haar eigen plek wil blijven, ik krijg het een beetje te warm.

Nou toen had ik het natuurlijk gedaan.

“Ik ben erg bang voor dit weer en jij schuift mij zomaar van je af?" moppert zij.

“Ja, sorry Claudy maar ik stik de moord van de warmte, alle ramen staan nog open, doe dan de openstaande deuren dicht, kan de kat er ook niet uit.”

Want die zat al in de startblokken om zonder riempje het koele grasveld weer op te zoeken, niet in de gaten hebbende dat de regen al lekker ging doorzetten. Dus de deuren dichtgedaan, ik vroeg nog of ik misschien de gordijnen dicht zou doen zodat ze niets van het onweer zou zien maar dat feest ging mooi niet door.

“Nee, laat maar open kan ik in ieder geval zien wat er gebeurt, als er iets gebeurt. Ik hoop het niet, maar ben als de dood.”

Haar bleke gezicht was op zich al geen gezicht door haar gebruinde huid alom maar ik nam haar in mijn armen en zei: Ik ben toch bij je.” Erg gerust klonk dat niet, want als er een boom op het dak zou knallen zou Claudy er op moeten klimmen want ik heb hoogtevrees. Ze keek mij aan en als haar ogen konden schieten, ja dan was ik nu 'weet je nog die" Leny geweest. Na een fikse regenbui werd het al minder, de wind nam af en de hitte was weer daar, precies 2 graden afgekoeld binnen, buiten trouwens ook.

 

De storm die overal in Nederland huis had gehouden had ons hutje gespaard voor de 2dekeer alweer, want drie jaar geleden was er ook zo een soort van storm en toen waaide het dak van het schuurtje van de buren achter ons en bij de andere buren vielen twee bomen spontaan net naast de auto. Iedereen was die nacht wakker, alleen wij twee hadden de volgende ochtend veel koffiebezoek van alle slachtoffers van het kleine bos waar 12 chalets staan. Wij hadden niets gehoord en zeker waren we niet wakker geworden door al dat lawaai van de storm en het onweer en het kraken van de bomen. Wij waren de enige van iedereen die niets beschadigd hadden door de storm, alleen was er een lampje omgevallen, gelukkig heel.

 

Ach, ik zeg maar zo: Als je lief voor de natuur bent krijg je liefde terug. Dus net als Prinses Irene tokkel ik tegen de bomen en planten, zij geven mij schadevrije jaren terug.

Wij zijn gezegend, kan niet anders. I count my blessings every day als ik hier in ons chaletje zit.

©leny kruis

©eigen foto

 

HET TABOE DAT STERVEN HEET.

 

 Velen zijn er bang voor, bang voor wat er gebeuren gaat, of juist niet gebeuren gaat. Velen zijn er zeker van dat hun geloof in het Hiernamaals sterker is dan de angst om te sterven. Maar als het zover is, is de angst de winnaar van het geloof. Of je moet zo ziek van de pijn zijn dat de verlossing in de dood zit en jij daar op wacht.

 

De dood vraagt niet naar leeftijd, de dood neemt gewoon wanneer het hem/haar uitkomt. Wat is de dood eigenlijk?

 

Voor mij persoonlijk iets mysterieus, een vast gegeven in je leven dat het enige is dat vastligt trouwens, de zekerheid dat je toch doodgaat. Rijk of arm, dat maakt niets uit, je gaat toch alleen die kist in.

 

Vele culturen hebben zo hun eigen rites rond een begrafenis, velen zijn zo verbonden met het leven na de dood dat het haast een feest is om daar naar te kijken als buitenstaander, zo gezellig dat het kan zijn op een begrafenis.

 

Vroeger, nu ook nog wel hoor, maar iets minders, vroeger was het heel normaal dat de rouwstoet achter een dixieland orkestje liep tijdens de uitvaart.

Dansend en zingend waren de stammen in Afrika hun dode op een brandstapel aan het verbranden, tot diep in de nacht ging het feest door, totdat de laatste vonk gedood 

Ikzelf zit nog met zoveel vragen waar ik pas een antwoord op krijg  als ik boven ben, echt niet eerder. Al vroeg verloor ik een klasgenootje aan de verdrinkingsdood. Ik snapte er niets van, vele grachten, iedereen kon zwemmen, maar als je achter een haak van een boot blijft hangen is de dood je vriend. Zijn herinnering was alleen een vaag gezicht in het verleden.

Toen mijn vriendje stierf op 12 jarige leeftijd aan suikerziekte was ik er ook goed ziek van, heb het zo bewust als een 13jarige meegemaakt, Hansje zal ik ook nooit kunnen vergeten.

 

Toen mijn vader stierf mocht ik hem gedag zeggen, als kind van 10 zie jij je maatje als een slapende man met een stoppelbaard die alleen nooit meer wakker wordt. Ik kuste dat rustige serene gezicht van mijn grootste vriend ooit. Heb hem alleen nog in mijn dromen mogen zien en op de paar foto’s die er nog van hem zijn. Hij was pas 40 en door zijn rustige inslapen in zijn slaap is hem heel wat bespaard gebleven. God was genadig, kan niet anders. De oorlog overleefd in een kamp en dan op zo een leeftijd in je eigen bed te mogen sterven is een geschenk waar hij duidelijk blij mee was, want zijn gezicht had er nog nimmer zo rustig uitgezien.

 

Net zoals mij mijn oudste zus, die overleed op 42 jarige leeftijd aan longemfyseem, ook zij gaf zich over aan de rust en de kalmte van het inslapen. Ik was er bij, God zij dank, zij keek mij nog een keer helder aan en sprak: “Zo, ik heb lekker de prikpil gehad, nu ga ik eindelijk slapen.” Zij kneep in mijn hand en sliep in, 8 uur later verklaarde men haar dood. Maar wat een rust straalde zij uit.

 

Toen mijn moeder op eigen verzoek de handdoek in de ring gooide heb ik nog nimmer zo een blij iemand zien gaan als zij. Zij had een afspraak met de dood en kwam die na in de vorm van ook een injectie op verzoek, zat onder de kanker en wilde maar een ding, gewoon lekker naar haar grote liefde toe, mijn vader Max. Zij stierf met een grote glimlach op haar lippen, nou was het al een vrouw die overal om kon lachen, dus het verbaasde mij niets dat zij lachend het schip dat zij haar gezin noemde verliet om het kapiteinschap aan mij over te doen.

 

Toen mijn zusje van 53 stierf aan kanker heeft zij een ontzettende strijd gevochten, vol met morfine gaf zij niet op, zij wilde gewoon niet dood, dat was een kant die ik dus nog bij niemand gezien had. Wat deed dat pijn zeg, wat heeft die vrouw een lijdensweg gehad. Ik had haar moeten beloven om haar te helpen als een ander dat niet deed, maar ook ik kon die belofte niet waarmaken, ze was al terminaal. De ene keer dat ze een beetje bij was, keek zij mij zo link aan, dat ik huilend riep: “Ik kan er niets aan doen, ik mag en kan je niet helpen!” Ik was de wanhoop nabij. Een week later stierf zij toch, met helse pijnen en dat doet bij mij de discussie teniet dat euthanasie gewoon moet kunnen als de patiënt het nu wil of niet, terwijl een arts ziet dat de strijd toch al gestreden is. De familie heeft hier nog lang last van gehad.

 

Nog geen jaar later kwam mijn broer ook gezellig even aan de telefoon om te vertellen dat hij opgegeven was, overal zat kanker, ik werd niet goed op dat moment, wij zaten allen nog in het rouwproces van mijn zusje en komt Moos met zijn verhaal. Maar ook hij was berustend, kalm, sereen. Hoewel we nooit in iemand kunnen kijken heeft hij zelf met vrouw en zonen zijn euthanasie geregeld met de artsen natuurlijk. Vrijdag zou het gebeuren, iedereen was al langs geweest om gedag te zeggen, kapot natuurlijk, hij niet, zag er de humor nog wel van in.

“Ik ben alleen wat sneller bij die ouwe en mamma, nou kan je dat niet hebben dan?”

In de avond van de woensdag voor de bewuste vrijdagmorgen kreeg hij spontaan een hartaanval.

 

Mijn jongste zus kwam twee jaar later met de boodschap dat zij nog 9 maanden te leven had. Boink, kledder, hallo, nog een???Ja, de jongste van de 7 moest ook zo nodig longemfyseem oplopen en met allerlei toeters en bellen door het leven gaan. We hebben ontzettend veel gesproken over haar verscheiden, maar ze was helemaal niet bang, was alleen maar bang om alleen te zijn. Ze beloofde wel dat ze alleen naar boven ging, maar de bewuste avond en nacht van haar sterven zijn wij tot vlak voor haar dood bij haar gebleven, het laatste stukje wilde zij perse alleen gaan.

Maar toen was zij al zover, dat zij niet eens meer merkte dat wij er al niet meer waren. Nog spookt zij dagelijks rond mij en in mijn hoofd. Ik heb al zoveel van mijn jeugd weg moeten brengen, heb nog een halfzus en een oudste broer, alleen nog contact met mijn oudste broer, we overlopen elkaar niet, maar je mist zoveel in je leven als ze er niet meer zijn. Ook vrienden en kennissen die ik via het internet heb leren kennen, veel zijn er al overleden, sommige staan aan de rand van die afgrond.  Maar ik vind de dood op zich iets raars, iets fascinerends hebben, iets ongrijpbaar, iets raars. Bang ben ik niet om te sterven, als kankerpatiënte is er toch wel die angst iedere keer als je op controle moet.

 

Maar dat is goed, dan weet je dat je nog strijdbaar bent. Ook ik ben net zo bang als ik volgende week weer onder de mangel moet. Als ze maar niets vinden denk je alleen maar. Maar als het zo is ben ik niet van plan om mijn leven te rekken ten koste van vrouw en dierbaren die mij weg zien kwijnen op weg naar je laatste wandeling. Ik heb het gezien bij velen om mij heen, ik snap er nog niets van,  weet zelfs ook niet eens of ik het wel wil snappen, juist omdat het zo het eindpunt van alles is.

Maar het schijnt goed toeven te zijn daarboven, want er is nog nimmer iemand teruggekomen.

 

sterven is de eenzaamheid

dan ga je echt alleen

de geliefden die je achterlaat

staan er bij als steen

sterven doe je echt alleen

en elke dag een beetje

maar dat is je in de wieg

al meegegeven

het duurt alleen wat lang

en dan weet je

ik ben niet langer bang

ik ga de weg alleen

ze zien mij later weer

een kus ik moet nu gaan

ik zie ze daar in de verte

al wuiven en staan

zij wachten nu op mij

laat mijn hand los

geloof mij

ik voel mij goed

ik ben nu vrij.

 ©

LENY KRUIS

November 2012