Home » Korte Verhalen » Archief » Jaar 2013 » April 2013

 

manuscriptjansenvanhetlaarfotoachterkant.large.jpg

 

HOUDEN VAN.


Haar blonde haren zwaaien als een waaier over haar schouders gedrapeerd en haar groene ogen kijken mij verliefd aan. Ik bloos en draai snel mijn hoofd richting spiegel van de auto om mijn verlegenheid te verbergen. Zij is ook zo mooi. Het lange blonde gekrulde haar, die zachte huid die er om gevraagd wordt om te strelen, haar slanke benen die willen gewoon geaaid worden. 
Mijn God wat ben ik verliefd op deze droom die naast mij in de auto zit. 

Gelukkig is het wederzijds die liefde, anders had ik toch een groot probleem voor mijzelf geschapen. Maar zij was zo eerlijk om direct te zeggen dat zij nooit meer van mij weg wilde en ik? Ik vroeg haar om te blijven. En nog zijn wij verliefd elke dag een beetje meer. Houden van is allang voorbij, elke keer wordt ik weer opnieuw verliefd op de vrouw waar ik ontzettend mee kan lachen, huilen, mijn verdriet vertellen , luisteren, lieve woorden in elkanders oor fluisteren. En elke dag zeggen "Ik hou van jou". Zelfs als wij soms botsen, dat gebeurt in elk huwelijk, af en toe even jezelf laten gaan en de ander als stootkussen gebruiken, moet kunnen en een goede relatie die gebaseerd is op liefde en vertrouwen kan dit hebben. 

Zij kan het hebben, zij kan mij begrijpen, zij is gewoon een wonder van een mens die alles in het werk stelt om de medemens te helpen in wat voor opzicht dan ook. Een mens die een ander mens helpt. Precies in mijn straatje. Een vrouw die huilt als ze een zielige film ziet, zelf bij een zielige reclame zie ik haar snotteren. Mijn gelach gaat dan over in een knuffel als troost. Want uitlachen doen wij elkander genoeg. 

Ik doe vaak stomme dingen en dan ligt zij in een deuk, wederzijds, als zij steeds in zichzelf praat als ze weer met iets technisch bezig is kan ik daar vreselijk om lachen omdat zij niet eens in de gaten heeft dat zij hardop haar gedachten uit. Ik snap er niets van. Het huwelijk dat wij aan zijn gegaan was gebaseerd op wederzijdse liefde en genegenheid en is bespoedigd omdat mijn ene zus nog kort te leven had en zij wilde perse getuige zijn bij ons huwelijk. 

Wij hebben haar dit gegund en zijn daarom eerder getrouwd als dat de planning was. Maar voor een goed doel, want het jaar daarop overleed mijn broer dus hadden we toch wéér een andere planning moeten maken als er nog een feestje bij zou moeten komen. Het jaar 2006 was redelijk rustig, mijn jongste zus kreeg ineens in snel tempo longemfyseem dat zich sneller ontwikkelde dan ieder gedacht had. Dus in 2007 hoorden wij als een dejá-vu dat zij nog 9 maanden te leven had. Mijn lieve lieve vrouw die dacht dat zij er een familie bij zou krijgen kon nummer drie wegbrengen, een vrouw waar zij als zus mee omging. 

Mijn zus overleed in april 2008. Wij rouwen samen om de ene, komt de andere weer met het bericht dat ze snel doodgaat, toe maar jongens, de beuk erin er kan nog meer bij. Op 6 december ging ook zij naar het licht. En mijn vrouw en ik gingen weer in de rouw doch de volgende en hopelijk laatste in de rij meldde zich al aan. Die had al afscheid van ons genomen in de zomer en besloot enkele weken geleden dat zij nou wel genoeg geleden had. 

Nu zijn wij op 2 nichten na samen. De ziekte kanker is voor mij geen vloek doch zeker geen onderwerp wat je moet ontduiken. Ik heb het zelf gehad en ben na vijf jaar van intens vechten tegen mezelf en door de kracht van mijn moeder die zelf in die periode borstkanker had erdoorheen gekomen. De geest is sterk als je lichaam maar luistert zei zij altijd. Zij heeft het verloren, was een gelopen strijd sprak zij tegen mij terwijl zij mij in de wang kneep en de boodschap meegaf :"Als jij het niet haalt, keel ik je boven zelf wel!" 

Ik heb het gehaald. Maar heb nooit stilgestaan bij het feit dat mijn oudste zus en mijn jongste zus en een broer en nog een zus ineens stukken van mijn jeugd afknabbelden door er vandoor te gaan. 
Daarom ben ik zo blij met een vrouw die mij opvangt, mij begrijpt, mij laat huilen op de gekste momenten, die mij laat schelden op wie of wat dan ook omdat ik mijn agressie niet juist kan ventileren ondanks mijn drie jarige studie die ik gedaan heb in de psychologie om een beetje van mezelf te leren kennen. Dat is zo lang geleden maar het helpt mij nu wel te relativeren dat niet alles negatief in de wereld is. Het is nooit zo donker of het wordt altijd wel licht. Dat zijn altijd de woorden van een lieve vrouw die zo diep in mijn hart zit dat zij er nooit meer uitkomt. Nu weet ik pas wat echt "houden van "is. Het heeft de helft van mijn harde leven moeten duren voordat ik besef wat ik nu in mijn hart en handen heb. 

De reis gaat door en zij zingt de nieuwste liedjes mee op de radio. Nieuwste? Arrow Classic Rock, is het hier wel te maken met een ouwe hippie die in haar jaren is blijven steken. 
Maar zelfs haar stem klinkt als een engel. Ik zet een tweede stem in en ik voel haar hand op mijn dijbeen, zij knijpt er zacht in en zegt dan boven de muziek uit "Dat zijn nou die momenten van geluk waar wij zo zuinig op moeten zijn!" 

 

Laat ze nou gelijk hebben en zacht tuften wij verder het beboste landschap in, genietend van elkaar en de omgeving.

©leny kruis

©eigen foto

 

 

Ik mis je.

 


De stilte van de nacht overvalt mij als ik in mijn ogen wrijf. Een blik op mijn wekker zegt dat het pas half drie in de nacht is.. 

Wat maakte mij wakker dan? De stilte van de eenzaamheid? Het gemis van jouw warme lichaam tegen me aan? Het zachte ademen waar ik altijd zo vertrouwd naar luister, wanneer ik niet in slaap kan komen? 



Nee, niets van dit alles. Ik mis je gewoon. Op de dag valt het gemis best mee, dan heb ik kleine dingetjes te doen, de kat verzorgen, extra een douche nemen, de tijd doden met spelletjes achter de pc, de post doornemen, de boodschappen doen die helemaal nog niet nodig zijn. 

Maar ik mis je zo. Terwijl ik weet waar je bent, met wie je bent, waar je slaapt en waar je een pilsje drinkt. Ik weet waar je zit en hoor je een paar keer per dag over de telefoon. Maar toch, ik mis je vreselijk. 



En vraag mij af waar dat nou weer aan ligt. Ik heb je zelf een paar dagen weggestuurd om even tot jezelf te komen. Om even wat stress van je werk af te schudden. Ik wilde geen vrouw in huis die niet lekker in haar vel zat. Ik wilde een tevreden vrouw, die soms behoefte heeft om alleen te zijn. 

Dus stuurde ik jou een paar dagen naar ons chalet. Jij had totaal geen bezwaar en verheugde jezelf al op een paar dagen lekker knutselen, biljarten, met de mannen een pilsje pakken, kortom jouw dagen waren wel gevuld met de fijne dingen die je even nodig hebt. 

Maar daarom mag ik je wel missen....Ik kan niet klussen, niet biljarten, drinken doe ik allang niet meer en met die mannen kletsen, ach daar heb ik niks mee omdat die gesprekken meestal gaan over mannendingen, apparaten, gereedschappen, bouwen van schuren enz. 

Terwijl ik er eentje ben van de wasmiddelen en koffiepraatjes...Maar zelfs daar kun je over meepraten. Maar God wat mis ik jou. Ik merk zelfs dat de verveling toeslaat hier om mij heen. Ik heb de was al buiten hangen, heb al gedoucht, boodschappen zijn niet nodig en de kat slaapt, zelfs die mist jou. Hij vind het altijd heerlijk om mij te jennen, maar nu is hij zelfs bij mij op het bed komen liggen en hebben we heerlijk geslapen. 

Tot vannacht toen de wekker op half drie stond en ik een beetje verdwaasd om mij heen keek in de donkere slaapkamer. Ik deed het nachtlampje aan en zag dat Charley zich stoorde aan het licht, beledigd het bed afsprong om met vol lawaai zijn ongenoegen op de kattenbak te deponeren.. De rotkat.... 

Maar ook hij mist jou. En dat is zo fijn aan ons huwelijk, al weten we van elkaar waar we zijn, met wie we zijn en horen we elkaar dagelijks een paar keer aan de telefoon, we hebben elkaar nog steeds iets te vertellen, nog steeds moeten we samen lachen, nog steeds is de liefde van ons samen zo diep, zo uniek. Daarom ben ik ook zo blij dat je morgen weer thuiskomt. 

Maar ik mis vooral jouw ogen die mij zo vaak aankijken, dat ik ervan moet blozen, dat je mij nog steeds verlegen maakt. Maar dat zal “houden van” zijn. Maar daarom mis ik je ook zo erg. En als je bedenkt dat we deze maand alweer negen jaar zijn getrouwd, vraag ik me dikwijls af hoe het toch komt dat alles zo intenser wordt tussen ons...De leeftijd misschien? 

 

Nee,  het is het houden van. Maar daarom lief mag ik je toch wel missen? 

©leny kruis

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

GEWOON ZO MAAR.

 


Zij leest nooit mijn stukken. Alleen als er iets naar de uitgeverij moet dan leest zij alles na en kijkt nog even naar de zins opbouw, de kritieken zijn eerlijk en objectief. That's it, meer dan dat krijg ik haar niet voor mijn schrijfkar gespannen. Haar ding is schilderen, films, kortom een kunstenares die niet echt van schrijven houd, maar mij steunt in mijn pogingen. 



Gewoon zomaar een stukje tekst over mijn vrouw, ze leest het toch nooit. 
Gewoon omdat je er altijd voor mij bent. 
Gewoon omdat je altijd naast mij staat, als ik verdrietig ben of het even niet meer zie zitten, of dat ik weer eens door het slijk ben gehaald op een site waar de andere schrijvers/ster die de intentie van het geschreven stuk niet willen of kunnen begrijpen, ik voel mij dan ontzettend onzeker. 



Gewoon is het dan voor jou dat jij zegt dat het mooi geschreven is, gewoon is het dan dat het mijn eigen woorden zijn, en dat er hielenlikkers zijn die het altijd met de sterkste meute eens zijn. Als ik mij geboycot voel, dan ben jij degene die mij de relatieve kortzichtigheid van die zogenaamde slimme mensen in laat zien. Ze hebben een mening net als ik en laten merken dat mijn mening bij de lagere klasse hoort. Dat noemt zij hielenlikkers. Ik lees dan diverse stukken terug van diezelfde hielenlikkers en verrek zij heeft nog gelijk ook. 



En dan maakt zij mij weer sterker mee. Gewoon omdat ik zoveel van haar houd dat ik door het vuur ga voor haar, maar ik sta al in vuur en vlam dus ik hoef niet door het vuur voor haar, zij loopt er zelf wel doorheen en pakt mijn hand om de angst voor het vuur niet te voelen. Wij zijn aaneen geplakt als een stelletje postzegels. Gewoon omdat wij Soulmates zijn. 



Gewoon een vrouw die hard werkt, altijd haar best doet voor haar medemens, ik hoor haar zelden of nooit klagen over de pijn die zij heeft als zij met vochtig weer haast niet kan lopen van de pijn. Artrose in het hele systeem en au dat doet zeer. Het is geen reuma maar valt wel onder die groep (?) Ik kan haar verwarmen met een warmtekussen, een deken over haar heen, een lekker kopje thee en de rust van een heerlijke film. Zo lekker samen op de bank nog steeds elkanders hand vasthoudend, alsof ze nooit van mij weg kan gaan. 
De realiteit is anders. 



We hebben het er over gehad, haar familie is niet blij met haar ( zij is nou eenmaal een ouwe hippie met een hoge opleiding en altijd overdwars gebakken en nog een halfzus ook van een heel stel half zussen en broers die overal en nergens wonen, dus contact, nee niet echt) Ik had een familie, maar die gaan achter elkaar dood, dus haar verdriet is niet alleen de mijne. 

“Ik dacht er een familie bij te krijgen met ons trouwen, maar ik heb er verdorie al drie weg moeten dragen!” Ja liefste, dat weet ik, maar dat is niet mijn schuld. Je bent gek met dat beetje familie dat ik nog heb, dat stemt mij gelukkig. Kan ik je toch iets geven dat je geluk brengt. De lach van een stelletje limoentjes in de familie die kunnen lachen om alles wat er in en om ons leven gebeurt en jij weet dat dit nooit altijd leuke dingen zijn. Liefde is vaak zo soms onuitgesproken, liefde is een vreemd ding; De keren dat wij ruzie hebben dan is het na 10 minuten al uitgesproken omdat wij weten dat er nooit een morgen zou kunnen zijn voor een van ons. Je bent allemaal een mens van een minuut. 



Daarom geniet ik nog elke dag van jou, elke dag is een feest met of zonder goede bui, je bent er, jouw aanwezigheid is altijd voelend en horende, Een dag niet tegen elkaar zeggen: ”ik hou van je is de andere dag dubbel inhalen, maar gelukkig gebeurt dat niet vaak. Ja, als je doodziek van de griep ligt en dan nog is het “Ik hou van jou” 
En met Ronald Giphart kan ik uit de grond van mijn hart zeggen 
“Ik ook van jou."

 

 

©leny kruis 

DAT IS PAS LIEFDE.


Samen liepen wij hand in hand de warme zandweg op. De stilte om ons heen was een waar genieten en de zon deed de rest. Onze nieuwe bloeiende liefde die tussen ons groeide werd steeds warmer naarmate de zon sterker aan de hemel vanuit een strakblauwe lucht op ons neer scheen.Wat kon ik dit moment van geluk koesteren, de rest van mijn leven. Ik keek op haar neer en zag haar zweten. Het was ook heet en voorzichtig trok ik haar dunne vestje los van haar schouders, rolde dit voorzichtig op en deed het in mijn rugzak.“Zo dit scheelt weer in de warmte”, verklaarde ik mijn daad die ik vol liefde voor haar deed. 


Zij keek mij aan met haar donker bruine ogen en haar lange wimpers en ja hoor, ik smolt weer. De warmte van de zon kon niet op tegen de warme gevoelens die ik voor deze vrouw had die zomaar in mijn leven was komen lopen om er hopelijk nooit meer in weg te gaan. 


Wij hadden elkaar ontmoet bij wederzijdse kennissen en het klikte gelijk. Alleen zij was getrouwd en ik had net een nare scheiding achter de rug. Maar ach, het leven gaat verder. En toen ik haar voor het eerst zag wist ik gelijk “Dit is de vrouw die mij nu echt gelukkig gaat maken, alleen weet zij het nog niet." Ik voelde mij als een schooljongen die voor het eerst verliefd was, gooide een glas wijn om, struikelde over mijn eigen voeten bij het lopen naar de tafel met hapjes en tot overmaat van ramp begon ik van de zenuwen ook nog eens te stotteren. Haar man had ik al snel door. 

 


Hij was de baas, de mentor en tevens de leider in het huwelijk. Hij duldde geen tegenspraak en zij sprak weinig, gaf alleen korte antwoorden, maar alleen als haar man haar goedkeuring met een ja knik eraan had gegeven. Ik had dit spelletje snel door. Deze vrouw was niet gelukkig. Ik wist zeker dat ik haar gelukkig kon maken. Deze man waar zij mee getrouwd was kon haar nooit en te nimmer het geluk geven dat ik voor haar in mij had. 

 


Zij keek mij regelmatig aan onder haar donkere wimpers, haar bruine ogen, ik smolt erin weg. Haar ranke lichaam en haar kleine borsten, haar slanke benen, nee bijna magere benen. Het kon mij niets schelen, dit was de vrouw voor mij. Alleen stond haar man nu momenteel als een blok beton in de weg.

Dus eerst zou ik dat blok moeten verwijderen wilde ik haar kunnen veroveren. Dat was makkelijker gedacht dan gedaan want ik kende haar alleen van die receptie. Dus ik liep naar mijn kennis en vroeg zo langs neus en lippen wie die vrouw van die baas daar was en ik wees naar de chef van mijn kennis, waar de man wel heel duidelijk de baas in huis was. 

Mijn kennis vertelde dat het de vrouw van zijn chef was en dat hij inderdaad een dominant figuur was en niet alleen op kantoor. Maar voor de lieve vrede hadden ze hen ook maar uitgenodigd, kwam zijn vrouw ook eens ergens, want hij ging er nogal prat op dat hij bepaalde wat vrouwlief wel en niet mocht in het huwelijk, zich totaal niet geneerde tegenover zijn collega's, gewoon omdat zijn ego dat niet toeliet. Deze vrouw was niet zijn vrouw maar zijn slavin, zijn gevangene.

 

En ik zou de koene ridder zijn die haar uit zijn klauwen zou redden. Alleen daar moest wel een plan voor komen. En op dat moment had ik nog niets, alleen een zwetend gezicht en een verliefd bonkend hart. 


Stil liepen wij verder het bospad op, samen de natuur in. We hadden elkaar gevonden en ik zou haar nimmer meer loslaten. Haar man? Ach die heeft zij gewoon verlaten. Of hij haar, dat is nog helemaal niet duidelijk en nog minder belangrijk. Zij is nu bij mij gekomen en gebleven, we hadden een heerlijke zalige wilde nacht en nog een wildere dag, de slaap sloegen wij over. De liefde hield ons wakker. Zij was gewoon het huis uitgevlucht terwijl hij op kantoor zat. Zij had alleen het belangrijkste meegenomen en zonder enige spijt was zij bij mij ingetrokken. De liefde bleek gelukkig wederzijds, al op de receptie waar ik haar al stille hinten gaf in de richting van “Als je ergens heen wilt, hier is mijn adres”, of “Wees geen vreemde voor mij, ik zal er voor je zijn.” 

Het klonk zo vertrouwd voor beiden dat zij stiekem al het adres in haar hoofd geprent had en het papiertje in de toilet verscheurde ean doorspoelde zodat haar man het nooit zou kunnen achterhalen. Want wie dacht er nu aan een portier die een vrouw van een chef het hoofd op hol zou kunnen brengen? Niemand toch! 
“Zou hij al weten dat ik hem verlaten heb voor altijd?” vroeg zij mij terwijl zij schuin naar mij keek. 
“Hij zal nou toch wel weten dat jij vertrokken bent na drie dagen?” sprak ik spottend. 
“Is hij gewoon op kantoor geweest dan?” 


“Ja hoor, niets aan de hand, nog even autoritair en snobistisch als altijd en geen vuiltje aan de lucht en ik deed ook precies wat ik altijd doe!”, antwoordde ik haar ter geruststelling. 


De leugen viel mij zwaar maar in deze moest ik wel liegen. De politie was geweest om het personeel te ondervragen, omdat de hoge baas zijn chef al twee dagen niet gezien of gehoord had en vrouwlief nergens te bekennen was en dat dit wel een hèèl raar iets voor deze man was waar punctualiteit in zijn woordenboek nummer een stond. 
Ik kon haar moeilijk vertellen dat haar inmiddels ex-man dood lag in zijn eigen auto in de achterbak met zijn hersens ingeslagen door een krik. 

Ik moest toch wat! Al was het niet het beste plan, maar als je overwerkt en je hebt de sleutels is het altijd makkelijk om even naar je werk terug te fietsen en de chef een hengst voor zijn domme dominante kanis te geven en door alle forensische films die je tegenwoordig op de televisie ziet zou dit de perfecte moord kunnen worden.

Bij mij was de politie al geweest, zij konden aan mijn klokkaart kijken dat ik op tijd uitgeklokt had, dat de buren mij niet weg zagen fietsen via de brandgang door de tuinen richting kantoor, dat ik wachtte totdat die arrogante vent eindelijk naar zijn auto liep en ik hem met een autokrik van de sloop een mep op zijn hoofd gaf, de sleutels opving en de achterbak opende en zijn zware bebloede lichaam erin gooide, half opgevouwen weer dichtdrukte met de sleutels erin. 

Mijn bebloede plastic vuilniszakken trok ik van mijn lichaam af en rolde deze in een andere vuilniszak. Zo die ging morgen met de vuilniswagen de grote hoop op. En mijn kleren zaten zonder enig spoor van wat en wie dan ook. Het ging allemaal zo vlug dat hij nooit geweten had wie of wat hem raakte. Ik kwam uit het niets, raakte hem vol op de schedel en bedacht alleen op dat moment dat zijn vrouw nu de mijne zou zijn. Voor altijd. 
In liefde en oorlog is alles geoorloofd toch? 

April 2013