Home » Korte Verhalen » Archief » Jaar 2013 » Augustus 2013

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

 

Ziet u iets?

altijf-voor-je-kijken.large.jpg

 

Het ene oog ging zich steeds trager gedragen, wilde niet meer zien wat het behoorde te zien en moest en zou een eigen leven gaan leiden. Nou dat werd dus lijden voor degene waar het oog inzat. Zij moest diverse keren terugkomen bij de opticien om haar ogen door te laten meten want haar rechteroog was troebel aan het worden, oftewel er was staar geconstateerd.

'Gossie ik heb nooit geweten dat troebel zo vies kon zijn', was het nuchtere antwoord van het eenogige slachtoffer die danig in haar rats zat, omdat ze inderdaad nog maar weinig zag met haar rechteroog.

Dat zou een operatie worden, maar de wachtlijsten waren zo lang dat zij zich afvroeg, wat die oogartsen dan wel niet in hun eigen vrije tijd deden.

In het verleden was zij zo slim geweest om met een pincet haar netvlies te beschadigen tijdens het wenkbrauwen epileren en dat kostte haar zes weken leven met een afgeplakt oog. Een ramp vond zij dat. Geen autorijden meer, lezen ging haast niet, tv kijken was te vermoeiend. Kortom die zes weken waren een crime voor haar geweest.

Maar nu die staar in haar rechteroog, die angst dat zij zo blind als een mol zou worden!! Het maakte haar voor het eerst van haar leven angstig, terwijl zij toch al het een en ander op medisch gebied had meegemaakt. Doch een oog missen, wat een ramp voor iemand die graag las, door met haar camera alles van de natuur vastlegde, wat maar een gedicht waard was, haar passie 'schrijven', kreeg voor haar ineens een heel andere dimensie. Zij zag al doemscenario's voor zich. Hoe zij met een stok leerde lopen door het huis en het chalet, hoe zij trappen leerde lopen met de ogen dicht, hoe zij blindelings haar medicatie moest pakken, maar dat was al geen probleem want dat had zij als eerste zichzelf al aangeleerd in het ziekenhuis, toen zij zoveel ineens kreeg dat zij een systeem voor zichzelf ontwikkelde, zodat zij nooit midden in de nacht het licht hoefde aan te doen maar op de tast de desbetreffende medicatie kon pakken. Alles zo gepland dat zij nooit misgreep. Dus die oefening kon zij overslaan.

De optometrist had al gezegd dat het misschien niet eens nodig was een operatie omdat haar linkeroog erg sterk was, maar haar angst was groter dan de man had weg kunnen halen bij haar.

De laatste meting was een genadeslag, zij voelde haar maagpijn, de darmen waren tikkertje aan het spelen, haar humeur had zijzelf het cijfer 4 gegeven, zodat vrouwlief zich maar rustig hield en toen zij eenmaal werd geroepen voor de uiteindelijke test, zat het zweet achter haar oude brillenglazen. Zij zag nu helemaal niets meer, knalde tegen de glazen deur aan, stond op de tenen van de lieve man die snel achteruit sprong en haar langzaam in de stoel drukte waar zij de meting moest ondergaan. De stilte was te snijden. Voor het eerst was zij stil. Normaal had ze praatjes voor een heel voetbalteam, maar nu was zij doodstil, alsof zij wachtte op haar doodvonnis.

'Zo, we gaan beginnen, komt u maar even met uw kin hierop, zal ik eerst even de ogen druppelen en wat testen uitvoeren zodat wij kunnen zien.' Zij luisterde amper, keek naar de fles met verdoving voor de ogen, de meetapparatuur, de oogbal op de pc die als een rode ronde kogel haar aankeek. Het voelde aan alsof dat gekke rode ding wilde zeggen: Nou heb je niets meer te zeggen hè met je grote toeter, blinde vink!

'Zit u zo goed?', vroeg de vriendelijke man terwijl hij haar druppels in de ogen deed. Het prikte en de tranen biggelden over de wangen van de angsthaas. Het was maar een opticien hoor. Ze was nog niet blind, zij moest zich niet zo aanstellen. En zo zichzelf oppeppende, kwam zij uit het dal dat zijzelf gecreëerd had. Het besef dat er mensen rondliepen die nog nimmer de zon hadden gezien, een vogel hadden gezien, de wegen, de velden, de mensen, kortom de hele wereld in kleur en beeld, maar die zich in een donkere wereld zich van alles moesten voorstellen bij al die geluiden die zij hoorden hadden ineens haar intense aandacht. En respect. Wat zat zij nou te klagen en te jammeren omdat er een oog van ouderdom dacht: Doe het nou lekker zelf maar, ik heb mijn tijd gehad, je kan nog iets zien en straks kan je er nog aan geopereerd worden wanneer dat nodig is. Zie dat maar eens te doen bij mensen die hun leven lang al blind zijn en nimmer het daglicht zullen aanschouwen!

Schaamte overviel haar ineens. Hier zat zij om getest te worden voor een bril of een operatie, er waren nog twee keuzes.

Maar die mensen die hun leven lang blind waren, die geen keuze hadden. Wat zouden die van haar denken als zij hier zo zielig zat te wezen tegen zichzelf?

'Het komt wel weer goed hè?', vroeg zij de man met een vrolijke stem.

'Ja hoor, het ziet er goed uit, vergeleken met de vorige meting!', sprak hij hoopvol.

'Nou oké dan, ik wilde alvast een hondje bestellen, maar vrouwlief gaat liever voor een kleintje, dus nu zou het dan toch een grote worden, of anders zeker een stok met streepjes en het idee dat iedereen stopt voor je als je oversteekt, althans dat mag je hopen!' De zelfspot kwam weer terug, de praatjes had ze weer, kortom wat kon haar het schelen dat zij direct met een bril liep die om radiaalbanden vroegen?

De man glimlachte. Hij had die angst al bij zoveel mensen gezien die hij hier in de stoel had gehad en velen van hen moesten ook geopereerd worden of waren al in het stadium dat beide ogen al vol staar zaten. Deze dame had nog alle geluk van de wereld, al moest ze wel elk jaar even langs de huisarts voor een controle, om even de ogen door te laten meten en te kijken of het niet ineens tè snel achteruit ging, maar voorlopig kon hij haar vertellen dat zij met een gerust hart een bril kon uitkiezen, één om mee te kijken en één om te lezen.

Het geluk straalde van haar gezicht, de tranen van de druppels lieten nog wat sporen na op haar gelaat, wat rode ogen en ontzettend grote pupillen. Maar toen zij de deur opendeed en vrouwlief afwachtend de wenkbrauwen ophaalde en net wilde vragen hoe het was, zei het slachtoffer 'kom, zullen we twee brillen uitkiezen?'

Met een gevoel van plezier en geluk en blij dat zij niet naar de operatietafel hoefde, huppelde zij het trapje op naar de etage waar de winkel was om twee monturen uit te zoeken, de glazen stonden al vast, daar was voor gezorgd.

De huppel op de trap was toch even iets teveel van het goede, want voor zij er erg in had, lag zij languit op de trap met haar kin in de winkel en de benen nog in het werkgedeelte van de opticien.

Zij was even vergeten dat zij haar bril nog niet ophad en door die druppels dacht zij nog dat de wereld weer aan haar voeten lag. Die lag er ook, letterlijk en figuurlijk.

'Ach wat ben jij toch een kuiken, die trap is er al jaren hoor!' Haar vrouw hielp haar omhoog en met een rood hoofd pakte zij de bril aan die vrouwlief haar in de handen drukte. 'Hier, zet die eerst even op voor je weer gaat huppelen!' En statig liep zij de winkel in, gevolgd door een verbaasde trouwe echtgenote die even dacht dat je ook zonder bril bij de opticien zomaar even de weg kon vinden. Nee dus. Haar bril opzettend ging zij zitten en wachtte op de verkoopster terwijl vrouwlief al met twee mooie monturen aankwam.

'Hier die, pas deze eens, kijken hoe ze staan. Je moet er toch dikke glazen in hebben, dus je kunt nu niet meer met een dun montuur rondlopen. En wees blij dat groot in de mode is.'

Daar was het blinde vinkje zeker blij mee, want hoewel zij geen donder om wat voor modefratsen ook gaf, in deze kwam het wel zeer goed uit, dat brede en dikke monturen helemaal hot waren.

Zijzelf moet nog steeds wennen aan twee van die zware duikbrillen op de neus, maar je zult haar nooit meer horen klagen dat zij niets meer kan lezen of kan zien. Zoveel respect had zij voor de blinde medemens, die rustig over straat liepen, zo vol respect is zij nu over het feit, dat je zonder ogen nooit koning kunt zijn in het land der blinden.

Want zelfs met eenoog is het dubbel afzien naar alles en iedereen om je heen. Je ziet maar de helft van het leven om je heen, dus je leven wordt nog korter als je het goed beschouwd.

 ©leny kruis

******************************************************************************************

 

 HEB IK WEER


Jaren geleden toen ik nog op kantoor werkte, liep er nog een koffiejuf langs alle afdelingen. Het persoonlijk contact is nu overal in de vorm van automaten.

Maar goed, wij hadden toen juffrouw Annie. Een corpulente dame, altijd goed voor een mop en een lach, sjouwend achter haar koffiekar gevuld met thee en koffie, en de eeuwige gevulde koeken. Ik koos meestal voor de kantine. Maar Annie was niet meer.


Wij kregen allemaal op kantoor het bericht dat Annie in haar slaap overleden was. Hoe mooi kun je dood gaan. Dan de afspraak met collega's over de delegatie die naar de begrafenis gaat. Ik als cheffin viel dat ten deel en sprak met andere collega's af dat wij gezamenlijk bij het kerkhof zouden wachten. En dan samen de aula in. Was je niet zo alleen.
Die bewuste dag van de begrafenis reed ik mijn auto het kerkhof op, parkeerde netjes in een vak. En zag de stoet al aankomen. Maar nog geen enkele collega. Zag ook helemaal geen bekenden. Niet dat ik sociaal met Annie contact had, maar je zou verwachten dat je wel een bekende zou spotten.


Nee dus. Ik keek besluiteloos om mij heen, en schuifelde toen maar achter de stoet aan de aula in. Veel oude mensen. Weinig jongeren zo'n beetje van mijn leeftijd. Annie had toch drie kinderen, allemaal getrouwd en ze was toch al oma? Maar goed, dat zijn dan van die losse gedachten. Dus eenmaal in de aula, vriendelijk knikkend naar de oudjes om mij heen, hoorde ik de muziek. Het Ave Maria schalde door de speakers. Wat raar, ik dacht dat Annie een hekel aan dat nummer had.


Ze had mij ooit vertelt dat het Ave Maria bij de begrafenis van haar zus gespeeld werd, dus daarna had ze een bloedhekel aan dat lied. Ik begreep ook niet echt waarom al die oudjes steeds naar mij keken, ik bleef maar vriendelijk knikken en glimlachen. Toen iedereen plaats had genomen tijdens de muziek nam ik ook maar plaats achterin. Eerlijk gezegd begreep ik hier dus helemaal niks van. Er kwam zo'n zwarte raaf achter mij staan en wilde juist de deur dicht doen achter mij. Ik draaide mij naar hem om, en plots zag ik het naambordje staan. Meneer Verdonk.


Wie was in hemelsnaam Meneer Verdonk. Dat was dus degene die daar in de kist lag. Dat was dus degene die geen Annie heette. Want Annie heette Jaspers van haar achternaam. Het schaamrood voelde ik omhoogkomen vanuit mijn nek. Ik zocht een luik onder mijn voeten, wilde mij verstoppen. Het zweet brak mij uit, keek hulpeloos en hopeloos om mij heen. Ik zat dus gewoon bij de verkeerde familie, bij de verkeerde begrafenis, bij de verkeerde muziek.


Snel stond ik op om gauw de deur achter mij weer open te gooien. En hoorde vaag in de verte Andre Hazes zingen dat ik niet weg moest gaan. Sorry Dre, ik moest wel. Ik zat helemaal verkeerd. Op de gang aangekomen veegde ik het zweet van mijn rode gezicht en keek radeloos en beschamend om mij heen.

Had ik weer. Buiten aangekomen zag ik gelukkig een paar van mijn collega's staan. Zij keken mij verbaasd aan. ''Waar kom jij nou vandaag?" vroeg Truus van de typekamer. Ik vertelde hen het hele verhaal.

Er werd zo hard gelachen dat een man van de begraafplaats zijn kantoortje uitliep om te kijken wie er zo vrolijk naar zijn laatste rustplaats werd gedragen. Ik schaamde mij kapot. Ja wees nou eerlijk. Welke malloot loopt nou achter de verkeerde stoet aan en gaat gezellig mee de aula in om de laatste eer te bewijzen aan een persoon die je dus never nooit gekend hebt?

Ik dus..Maar ja, ik ben eigenlijk een ezel die zichzelf heel vaak aan dezelfde steen stoot. Achteraf was het een leuke anekdote, maar op zo'n moment dat je zoiets meemaakt zoek je wel een luik onder je voeten waar je doorheen kunt zakken van schaamte hoor.

 

©leny kruis

********************************************************************************************

 

MUZIEK

 

muzieknoten1.large.jpg

De muziek die zij hoort doet haar tot tranen toe bewegen en zacht veegt zij met haar ranke vingers de tranen van het zachte gezicht. Zij schaamt zich een beetje maar die muziek maakt zoveel los in haar gevoel dat zij het momenteel niet eens kan schelen dat iedereen mag zien dat zij verdriet heeft, dat zij huilt. 
Zij neemt een laatste slok uit haar sherryglas en zwaait met haar lege glas naar de barman die het seintje stilzwijgend in ontvangst neemt en het glas weer vult.

“Weer zo een die denkt dat ze alleen op de wereld is”, denkt de barman die al zoveel verhalen in zijn loopbaan achter de bar heeft aan moeten horen dat niets hem meer verbaast en nog meer verbaast het hemzelf dat niets hem meer kan raken.
“Weet je dat mijn man al vier jaar dood is?” begint de jongedame het gesprek tegen de barkeeper.

“Nee mevrouw sorry.” Ja, wat moet ie anders zeggen?
“Ja, wij zouden vandaag vier jaar getrouwd zijn, maar toevallig vandaag had ik de gehele dag vrij."Vrij na al die jaren van het prakkiseren en denken en het niet begrijpen”, mompelt zij voor zich uit.
De barman blijft zijn glazen poetsen en leunt een beetje over de bar heen naar haar toe, als een luisterend oor die oprechte interesse toon. Altijd goed voor de fooienpot.
“En deze muziek doet hem aan je man denken, was het jullie nummer?”vraagt hij oprecht.
“Nou dat niet, maar de tekst slaat altijd op je gevoelens, daar worden die klotenummers toch voor gemaakt!’ valt de jongedame ineens uit.

De barkeeper schrikt een beetje van haar reactie, zo slecht is Marco Borsato toch ook weer niet met zijn nummer “Waarom nou jij”. Het is ondertussen al een gouwe ouwe, maar doet het vaak nog goed in de kroeg als er een bepaalde stemming heerst en een goede barman voelt zoiets aan. Dus toen deze jongedame zich achtereen aan de sherry verschuilde door in een half uur meer dan vijf glazen aan haar lever toe te vertrouwen had hij allang in de gaten dat deze dame liefdesverdriet had, of zeker in de put zat. En het feit dat ze alleen binnenkwam, niet op haar horloge keek deed zijn vermoeden alleen maar sterker maken.

“Het is vaak de melodie die alles zo triest maakt”, mompelt zij met dubbele tong. Ze zwaait met haar glas en in één slok gooit zij alles maar naar binnen. De barman kijkt verbaasd. Die zit hier echt om lamlazerus te worden, als ze maar betaald. Hij pakt de sherry, schenkt bij en zegt troostend”Die is van het huis”.

“Nou huis, proost dan maar”, giechelt zij en laat het volle glas zweven rond haar hoofd. Ze is nog als enige klant aanwezig, de barman denkt gelukkig en zij denkt “wat kan mij het schelen.”
“Weet je, hij had er zelf om gevraagd hoor, ik dacht dat wij gelukkig waren maar laat ik nou helemaal verkeerd gedacht te hebben!”

“Hoe bedoel je, was je niet gelukkig of was je man niet gelukkig.” De barman was haar even kwijt in het hele verhaal waar ze eigenlijk nog niets verteld had. Niet hoe hij dood was gegaan en wanneer en zeker de reden, want zijn nieuwsgierigheid was nu wel geraakt bij deze bijna dronken vrouw. Zo jong en mooi en zo triest. Zonde en nu al weduwe. Het zal je maar gebeuren. 
“Nou ik zal maar eerlijk vertellen hoe het gegaan is, anders begrijp je er natuurlijk niets van”, begon zij. Zij zwaaide met haar weer lege glas en de barkeeper tankte gewoon lekker vol, die voelde een spannend of zeker een lekkere roddel aankomen.

“Wij waren net twee dagen getrouwd, kom ik erachter dat mijn geliefde een andere vrouw tussen de lakens laat gillen van genot. Zie ik in zijn mobiel een vreemd nummer staan, lees zijn sms’jes en wordt ineens kotsmisselijk. Alle details van hoe en wanneer en wat en ga maar door, alles hadden die twee tot in detail ge- smst. Vergeet die klojo het eruit te halen!”
“Maar zat je altijd al in zijn mobiel te kijken dan?” vraagt de barman verbaasd eigenlijk over zoveel brutaliteit.

“Luister, als je elkaar vertrouwd om samen een verbintenis aan te gaan moet je elkaar zeker kunnen vertrouwen met dit soort kleinigheidjes toch?”, was haar oprechte verbaasde reactie
“Vertrouwde je hem al niet dan?”
“Ja, natuurlijk wel, maar ik zocht het nummer van zijn vriend waar hij toevallig aan de klus was en wilde hen bellen om te vragen of hij op de terugweg wat fris bij de avondwinkel mee wilde nemen, tot zover niks aan het handje. Tot ik dat klotenummer vond van die trut!”
“Whowwww en wat zei je man toen hij thuis kwam?” 

“Nou ik heb eerst dat nummer gebeld dat gelijk was aan al die hitsige sms’jes en toen kreeg ik een jongedame aan de lijn. Ik vroeg gelijk hoelang zij al een verhouding met mijn kerel had, bleek dat ze al twee jaar aan elkaar geplakt waren. De zwerver!”
De barman kijkt naar de jonge vrouw en ziet haar gezicht veranderen in een hard geworden stalen masker, zonder emotie. Geen traan meer te bekennen. Alleen de hardheid van het gezicht valt hem op. Het beangstigt hem en automatisch doet hij een stap naar achteren.

“Wees maar niet bang hoor, ik ben in therapie voor de rest van mijn leven. Schijnt dat ik een paar persoonlijkheden in mijn hoofd heb. Daarom heb ik mijn man ook met een bijl doormidden gehakt en zijn geliefde ook maar gelijk een knal met een honkbalknuppel gegeven. Allebei zo dood als een pier. Kreeg vier jaar en de rest TBS. Maar dat is toch niet slecht. Ik ben in ieder geval onder behandeling en wordt aan alle kanten geholpen.
Ook met mijn drankprobleem dat ik hier aan het creëren ben”, lacht ze.

De barman is met stomheid geslagen en enigszins angstig doet hij nog een stap van haar vandaan.
‘Waarom zat je net dan te huilen bij dat nummer, mis je hem dan niet echt?” vraagt hij verbaasd. Hij snapt er nu niets meer van. Wat voor gevoelens hebben al die stemmen dan in haar hoofd met één nummer te maken. Hebben al die stemmen die twee mensen dan vermoord? Hij kan er geen chocolade van maken en schud meewarrig zijn hoofd.

“Kijk spijt heb ik niet, ze hebben het allebei verdient. Ik hield van hem anders trouw je niet, klaar toch? Maar als je al twee jaar vreemd gaat waarom trouw je dan nog met een andere vrouw. Had mij lekker met rust gelaten. Nu zit ik mijn leven lang vast aan een schuldcomplex. En ja bij trieste nummers moet ik altijd janken, want dan besef ik pas dat mijn leven al helemaal geregeld is. En dat alles omdat die imbeciel zo nodig zijn leuter in twee gaatjes moest stoppen. Hij had verdomme loodgieter moeten worden in plaats van boekhouder!”

Ze staat ineens op en vraagt om een taxi, ze moet om 11 uur binnen zijn, de rekening wordt neergelegd en de barman draait het nummer van de taxi met zijn gezicht naar haar toe. Voor geen miljoen dat hij nu zijn rug naar haar toedraait. Haar gezicht is van steen. Ineens kweelt er een nummer van Timi Yuro door de boxen en hij ziet de tranen weer komen. Zij is zo “HURT”
Ineens begrijpt hij haar pijn, haar verdriet, haar eenzaamheid. Hij pakt haar rekening en gooit die weg, geeft haar geld terug en zegt: “Zie ik je later nog eens terug hier in de kroeg?”
Dankbaar voor zoveel begrip knikt ze van ja, trekt haar jas aan en op dat moment komt de taxichauffeur binnen. 
“Ik zie je”, zwaait ze.
Hij zwaait en kijkt haar na. 
Zeker weten dat al die personen verenigd in één hoofd hier nog eens komen.

Al wat het alleen maar voor de muziek.

Augustus 2013

 

DE ACHTERVOLGING

 

Haastig liep zij de stoep op en keek vluchtig over haar schouder heen, de angst was op haar gezicht te lezen. Bijna struikelde zij over de stoeprand, maar een langslopende heer kon haar nog net opvangen.

“Sorry”, mompelde zij haastig en trippelde verder op haar kleine naaldhakken. Een mondain type dat de man zijn hoofd deed omdraaien, een type vrouw waar je voor opzij ging, kortom een mooi exemplaar voor de jagende man die achter haar aan zat.

Zij keek weer haastig achterom terwijl zij snel verder liep en zag de man achter zich ook zijn tempo versnellen, zijn blik constant op haar gericht.

“Wat moet die kerel van mij”, mompelde zij zacht voor zich uit terwijl zij keek in welke winkel zij het beste onder kon duiken. Winkels zat, maar weinig mensen die binnen waren.

Opeens ziet zij een telefoonwinkel en rent naar binnen, het zweet staat op haar bovenlip en haar ogen staan angstig wanneer zij de verkoper aanklampt en dringend vraagt of hij snel de politie wil bellen omdat er een vreemde kerel achter haar aanzit. De verkoper kijkt naar de uitgang, door de winkel en ziet niemand behalve de angstige vrouw. Hij loopt naar buiten en ook daar ziet hij niemand stilstaan en naar binnen kijken. Is deze vrouw aan het fantaseren geslagen? Zijn twijfel wordt nog groter als zij blijft aandringen op het bellen van de politie en een man beschrijft die hij niet eens buiten heeft gezien, nog niet eens iemand die op de beschrijving lijkt die zij hem haastig geeft. Maar haar angst is echt.

“Ik kan de politie toch niet bellen als ik niemand zie?” zegt de verkoper vertwijfelt. Hij ziet de angst van de vrouw en alleen in de winkel voelt hij zich ook niet helemaal prettig. Temeer daar hij niet eens zeker weet of het wel waar is. Hij besluit toch de politie te bellen om het hen maar uit te laten zoeken. ‘Wacht u dan maar even, ik bel de politie wel”. Kordaat loopt hij naar zijn telefoon die achter de toonbank ligt en terwijl hij het nummer intoetst kijkt hij op en ziet nog net dat de vrouw als een schicht de winkel verlaat, een verbaasde verkoper achterlatend.

Zij rent door de straat als ze de man weer ziet die net uit een bakkerij aan de overkant de deur uitloopt happende in een bagel en een gluiperige lach van overwinning, alsof hij wist wat er zou gaan gebeuren. Langzaam genietend van zijn broodje slentert hij achter de mooie dame aan zich van niemand iets aantrekkend, alleen ook voor dat mooie schepsel dat straks de zijne zal zijn. Alleen hij weet dat, zij moet maar even afwachten wat er met haar gebeurt. De vrouw versnelt haar pas en het zweet gutst nu over haar voorhoofd langs haar oren en loopt zo langs haar nek in. De vrouw trekt haar hakjes uit en snelt een smalle steeg in, zich niets aantrekkend van de rommel die men daar heeft neergegooid. Ze voelt de hete adem van die enge kerel achter zich. Haar mobiel wil ze niet gebruiken. Wie moet ze in hemelsnaam bellen! Haar moeder? Die lacht al bij voorbaat, die kent haar dochter met die fijne fantasieverhalen die ze altijd maar weer verzint. Ineens voelt ze twee zware handen op haar schouders en woest wordt zij tegen de muur aangedrukt, harde vochtige lippen zoeken de hare. Zij wil gillen maar de adem wordt haar ontnomen door de ene hand van de man die hij voorzichtig doch strak tegen haar keel drukt. “Een kik en ik knijp door”, fluistert hij haar in de oor, terwijl hij direct daarna op haar oorlel knabbelt. Zij is verlamd, totaal lamgeslagen door de snelheid van zijn aanval. Zij had hem niet zien aankomen, zij voelde zijn lippen en voelde hoe hij zijn tong in haar mond perste. Dwingend, gehaast en dominant liet hij haar merken wie er hier nu de baas was. Gillen was geen optie meer. Haar lichaam verslapte en traag gaf zij toe aan zijn hartstocht.

Al kussend voelde zij de grote handen van hem over haar ranke lichaam glijden.

“Wacht nou even tot wij thuis zijn, want direct worden wij opgepakt!” sprak zij nu.

“Ach, wie ziet ons hier nou”, antwoordde de man.

“Nee, ik wil geen gedonder met de politie, kom het is leuk geweest, laten we het thuis afmaken!’ Zij trok haar kleding weer recht en haar schoenen aan keek even om zich heen, gelukkig geen mensen en gearmd liep het echtpaar richting auto. Voor vandaag was hun fantasie weer gevuld en de avond was weer een hernieuwde achtervolging. Geen saai huwelijk was ooit de afspraak. Met dit soort van fantasietjes kon het ook nooit saai worden.

 

©leny kruis