Home » Korte Verhalen » Archief » Jaar 2013 » Oktober 2013

 

 

Hoor zie en zwijg even.

 

Het zal zo een jaar of vier geleden zijn toen mij het ergste overkwam dat een niet gehandicapte kon overkomen. Het begon met het feit dat ik opeens een andere bril nodig had en tegelijk een leesbril. Bij de meting kwam men erachter dat ik staar had aan een oog. Ik had zelf niets gemerkt, behalve dat ik de laatste tijd wel snel moe aan de ogen was wanneer ik zat te tikken of te lezen. Doch ik vond een nieuwe bril dus wel zo makkelijk. Helaas zette de staar zich door aan ook het andere oog en voordat ik er erg in had werd ik op een ochtend wakker en zag niets meer. Totale duisternis omhulde mij. Mijn vrouw belde direct de huisarts en hij kwam zo snel hij kon.

 

Ik was letterlijk en figuurlijk de weg kwijt, totale paniek maakte zich meester van mij en ik bleef huilen. Het idee dat ik nooit meer iets zou zien het kon er bij mij niet in. Toen de huisarts zich in verbinding stelde met een oogarts moest ik nog 14 dagen wachten voordat ik aan de beurt was. Nou viel dat nog mee met al die wachtlijsten, maar al met al bleef mijn paniek zich vasthouden in mijn hoofd en lichaam.

 

Gevolg was dat ik van de zenuwen mijn stembanden overbelaste en het gevolg daarvan was dat ik ineens ook geen stemgeluid meer kon produceren. "Rust alom", grapte mijn vrouw, doch ook haar ongerustheid nam toe bij haar toen ik geheel blind en stom naast haar op de bank zat. Zij was mijn stem en zij speelde ook nog eens voor mijn ogen. Beiden waren wij hopeloos radeloos maar zeker niet moedeloos totdat ik in diezelfde periode een dubbele oorontsteking kreeg.

 

Het gevolg daar weer van was dat ik doof werd aan beide kanten, mijn huisarts was op cursus en ik kreeg een vervanger die mij met paracetamol het weekend in liet gaan en niet de benodigde oordruppels voor de pijn en de ontsteking, namelijk lidocaïne en een antibioticakuur. Ik had het helemaal gehad nu. Ik was blind, doof en sprakeloos doch zeker niet stom. Doofstom bestaat niet, de meeste doven hebben vaak meer papieren gehaald dan ik op een school.

 

De stilte die in mij heerste deed mij denken aan de stilte die de doven elke dag weer ervaren, het beangstigde mij en verlamde mijn stembanden nog meer. Ik kon ook niets opschrijven want ik zag niets. De duisternis om mij heen deed mij beseffen dat een blinde de kunst van het horen nodig had om te overleven en de kunst van het spreken was voor doven en blinden een kunst op zich.

 

Iemand die niet meer kan spreken maar wel kan zien heeft altijd nog de mogelijkheid om te schrijven of te tikken op een pc, in ieder geval zich mondig maken.

Maar ik had geen van drie en besefte dat ik geluk had omdat ik wist dat dit tijdelijk was. Mijn spraak zou terugkomen door rust, mijn gezichtsvermogen door een operatie aan de staar en mijn gehoor zou zich herstellen na de genezing van de oorontstekingen die zich meester hadden gemaakt van de geluiden om mij heen.

 

Laat mij het horen zien en zwijgen nou eens doorbreken door te zeggen die ik de blinde zie met de meeste hoogachting, de dove eer met de meest diepe buiging die ik kan maken en de niet sprekende eer door te luisteren naar de gebaren die de stilte maakt.

 

Ik lees de mens.

 ©leny kruis

Oktober 2013