Home » Korte Verhalen » Archief » Jaar 2014 » Juli 2014

 

 

 

ANGST.

aaahand-in-o0g2.large.jpg

 

Het is de stilte die heerst, de stilte voor een storm die nergens aangekondigd is. Het is de uitgang die ik zoek, maar verdomme waar zit de deur! De angst knijpt mijn keel bijna dicht als ik over en onder mij allemaal draden zie, die spinnen zich om mijn lichaam heen. Ben ik nou gek aan het worden? Er zitten vreemde mensen in mijn hoofd, ik hoor ze praten, door elkaar. Donder toch op, laat mij met rust, ik wil alleen zijn.

 

Wat heeft dit alles te betekenen? Ben ik niet goed, heb ik een neurose? Ben ik bezig gek te worden? Maar wat is gek, en wie vertelt mij wat er gebeurt. Hoe vertel ik iemand wat ik voel, wat ik bedoel als ik zeg dat er andere mensen in mijn hoofd praten, die zelfs mij opdrachten geven en die ik natuurlijk niet uitvoer. Tja, ik ben niet gek!

 

En die draden om mijn lichaam, het lijkt wel alsof ik in een spinnenweb terecht ben gekomen, wie haalt mij hieruit?  Het zijn allerlei vragen die ik aan niemand kan stellen, want ik kijk om mij heen en zie dat ik alleen in de kamer zit. Vaag hoor ik de televisie van de buurman die rechts naast mij woont. Zou ik gedroomd hebben? Mijn ogen voelen zwaar aan, ik kan niet helder meer denken, dan hoor ik ineens de telefoon naast mij. Ik schrik en duik er gelijk op.

 

"Mam ben jij dat?” ik schreeuw het als het ware door de hoorn.

"Ja meisje, wat is er?” haar stem stelt mij gerust, maar de hare klinkt ongerust.

'Mam ik had zo'n nare nachtmerrie."  

En ik vertel haar van de draden over mijn lichaam, de stemmen in mijn hoofd en de opdrachten die diezelfde stemmen mij geven, rare opdrachten, onmenselijke opdrachten alleen ik weet niet meer wat voor taken ik uit moest voeren. Ik stotter en huil tegelijk terwijl ik mijn moeder vertel van mijn nachtmerrie.

 

Want ik was in slaap gevallen en had het gedroomd.

Het enige dat mijn moeder met een geruste stem zei door de telefoon: "Liefje neem nu maar weer gewoon je medicatie in en dan gaan die stemmen weer vanzelf weg en die spinrag verdwijnt als sneeuw voor de zon, pak een glas water, mamma blijft aan de telefoon terwijl jij je medicatie inneemt.”

 

Zij stelde mij gerust, ik pakte mijn medicatie die ik van de psychiater had gehad en die ik eigenlijk elke dag in moet nemen, anders functioneer ik niet normaal volgens hem. Heeft die dokter toch gelijk gehad en ik ben blij dat mijn moeder mij elke dag even belt, zomaar voor een praatje.

Juli 2014