Home » Korte Verhalen » Archief » Jaar 2014 » Mei 2014

 

 

OMA

in the spotlight Spotlight Verhaal

Haar gerimpelde handen trillen als zij de naald oppakt en het garen voorzichtig in het oog van de naald wil steken om verder te gaan met het borduren van de twee slopen die zij wil geven aan haar kleindochter die snel gaat trouwen. Haar enige kleindochter, haar lieveling.
Ze wist geen beter cadeau te bedenken voor die twee, ze hadden alles al en woonden al jaren samen. Geld was geen optie, als zij dood zou gaan was zij toch de enige erfgename van haar oma, dus aan geld zou het haar straks niet ontbreken. Want als zij nu al alles gaf had zij straks niets meer en ging alles op aan die moderne hebbedingetjes die ze toch al van haar hadden gehad. Een flatscreentv, een I-pod. Zij was al te oud voor al die nieuwe snufjes, ondertussen had ze ook al drie mobiele telefoontjes versleten die ze van oma had gehad. Soms dacht zij dat het nooit genoeg was bij die jongelui.
 
Ze werkten allebei, dus voor het geld hoefden zij het zelf niet te laten, maar het was makkelijker om het oma te vragen, zeg liever te lenen en dan nooit terug te geven, want kleindochter lief wist dat ze toch alles kreeg van oma.
Terwijl ze zo heerlijk rustig haar gedachten laat gaan over haar kleinkind en beseft dat zij eigenlijk de enige levende familie nog is van haar kant, dringt het ook ineens tot haar door dat zij zich een beetje te veel gebruikt voelt. De steken in het sloop worden met ferme druk in de stof gestoten. Oma wordt ineens kribbig en een beetje boos. Ineens is daar het gevoel dat zij misbruikt wordt door haar enige kleinkind.
 
 “Verdorie, ze komt alleen als ze iets nodig heeft. Van spontaniteit heeft ze zeker nooit gehoord”, moppert de oude dame voor zich uit. En weer gaat een venijnige steek het sloop in en ineens ziet zij dat zij al die tijd dat zij mijmerde over haar kleinkind alle steken verkeerd geplaatst heeft. Weer alles uithalen!Zou het niet makkelijker zijn om een setje te kopen? Maar zij bedenkt zich. Pérse wil zij iets persoonlijks geven aan hen die elkaar lief hebben en oma als bank van lening zal hun dat geven, al moet zij al haar vingers tot bloedens toe verpesten met al dat gefrummel met al die steken.
 
Uit balorigheid laat ze de foute steken zitten en gaat verder met haar naaiwerk, haar handen trillen sterker, ineens is zij zich bewust van het feit dat zij al jaren in de maling wordt genomen door die twee. Een nieuwe auto, oma betaalt, een nieuwe tv, oma betaalt, verleden week kwam ze langs omdat ze een nieuwe spelcomputer had gezien en die vriend van haar, goh hoe heet die jongen nou ook alweer, wilde dat zo graag. En oma je krijgt het de volgende maand in één keer terug hoor dat bedrag.
 
Oma gaf toen niets, vertelde dat haar pasje geblokkeerd was omdat ze drie keer haar pincode vergeten was, waarop kleindochter liefjes sprak dat oma dat maar voortaan dan aan haar over moest laten. Ja, ze was me daar van de pot gevallen. Oma was niet dement hoor en zeker nog in staat om zelf te pinnen. Maar ze had even geen zin om mee te lopen naar de bank, net herstellende van een knallende koppijn. Maar kleindochter had daar totaal geen interesse voor, vroeg niet eens hoe het ging met haar. Viel direct met de deur in huis. Nou ze was gevallen, Oma hield mooi haar knip dicht. En kleindochter ging onverrichter zake leegwaarts op huis aan, zonder geld en zwaar de pest in.
 
Maar nu was oma boos. Boos om alles wat haar ineens als oma geliefd maakt. Alleen haar geld dus. “De hebbers, de paria”s, de uitnemers. Ze moesten zich doodschamen om zo een oude dame als ik zo in de maling te nemen en ik, ik trap er iedere keer weer in, het is afgelopen, uit met het feest”. Kordaat gooit zij de sloop naast haar op de bank, loopt naar de telefoon en belt haar notaris voor een afspraak, zo spoedig mogelijk.
Met een glimlach om de mond gaat ze zitten en fluitend met het liedje op de radio borduurt ze weer heerlijk aan de slopen voor het liefdespaar.
 
 
Op de trouwdag is er van alles en nog wat, alles door oma betaalt. Maar niemand die dat weet. De gastenlijst is groot, de enveloppen hopen zich op en oma zit als een trotse grootmoeder met haar pakketje te wachten tot iedereen hun cadeau heeft afgegeven. Zij is de enige met een pakketje met cadeaupapier. Maar dat mag de pret niet drukken, het enige wat zij wil is hun gezichten zien als zij het openmaken en de slopen met de enveloppe zien.
Eindelijk is het zover. Oma biedt hen het zelfgemaakt cadeau aan en de wenkbrauwen van beider net gelukkig getrouwde gaan omhoog.
 
“Zelf gemaakt oma”, reageert kleindochter wat schaapachtig.
“Ja kind, ik dacht kom laat ik nou eens zelf iets maken, geld is zo passé glimlacht zij en drukt nog even extra hard het pakket in beider handen, haast dwingend om het nú open te naken.
Kleindochters vingers bibberen, die verwacht misschien obligaties, of een pakket aandelen. Maar als ze de twee geborduurde slopen uitvouwt valt er een enveloppe uit, die pakt ze gelijk op en scheurt die haast open, de slopen totaal negerend.
Als de enveloppe geopend is haalt ze er een handgeschreven brief uit, door oma zelf geschreven.
 
“Lees het maar hardop zodat iedereen kan horen wat je van je lieve om gehad hebt”, jent oma toch nog een. Ze kan het niet laten.
Met een blozend gezicht zit de bruid te kijken naar de bruidegom die verlegen zijn hoofd de andere kant opdraait.
Alsof het doek is gevallen staat de kleindochter op en met een plechtige stem begint ze aan de brief, omdat ze totaal niet weet wat erin staat. Ze hoopt op een flinke som geld, maar dan…
“Beste lieve kleindochter van mij en natuurlijk jouw man niet te vergeten,
 
Jullie hebben al zoveel van mij gekregen en geleend en geplukt dat ik niets meer terug hoef te hebben, hierbij zijn al jullie geleende schulden gelijk afbetaald. Het restant bij leven en na mijn dood gaat naar diverse goede doelen die ik al in samenwerking met mijn notaris heb vast laten leggen. De villa wordt verkocht en dat geld is voor het dierenasiel in het dorp. Jullie kunnen deze kussenslopen goed gebruiken en dan kan je ook eens dromen hoe het is om rijk te zijn en hopelijk te blijven, Rijk zijn is leuk, maar jezelf rijk te maken over de rug van hen die jou lief zijn is pure liefdesdiefstal. Steel elkanders liefde maar, op een kussensloop gaat dat beter dan bij je oma op de bank.
Want ik ben de bank van lening niet meer. Hoop dat je wel blijft komen, want ik ben tenslotte de enige familie die je nog hebt,
Alle liefs van je Oma.
 
Kleindochter is uitgesproken en je kunt een speld op het grasveld horen vallen.
 

 

 

DE VOLKSVIJAND

Iedereen kan ermee te maken krijgen, ik ben er zo een. In het verleden toen ik 24 was kreeg ik te maken met volksvijand nummero uno. Niet uit te roeien, ware het niet dat er een heel stelletje slimme vogels iets bedacht hadden om deze sluipmoordenaar te verrassen met een tegenaanval. Deze oorlog duurde voor mij vijf jaar en nog wat jaartjes naweeën. Maar de vijand was gesloopt en was niet meer teruggekeerd op het slagveld. Hij had heel wat schade aangericht, maar de huidige slimme meneertjes en mevrouwtjes hadden daar wel wat op gevonden, in de vorm van pilletjes slikken en doorgaan met je leven. Maar ik had hem verslagen. O zo.
 
Totdat ik in diezelfde periode zag dat die sluipmoordenaar mijn moeder aanviel.  Zij verloor de strijd en overleed. Daarna werd het even rustig, totdat mijn ene zus tegen die gluiperd aanknalde, ook zij had nog 9 maanden van strijd tegoed, maar verloor het van die gek, ondanks de inzet van al die slimme mensen die dachten deze sluipmoordenaar wel even te pakken te nemen. Het werden lapmiddelen, zij overleed in 2004, in het jaar 2005 was mijn broer de klos. Alle strijd van die gluiperd tenietgedaan met alles wat er maar bestond om hem te bestrijden, maar niets hielp. En ook hij was ten prooi gevallen aan de sluipmoordenaar. Mijn jongste zus ging in 2008 door een andere moordenaar, waarvan je zeker weet dat je de verliezer bent, longemfyseem, net als mijn oudste zus. Oorzaak? Roken! Tot aan haar laatste ademhaling wilde zij nog roken, omdat zij wist dat ook zij nog maar 9 maanden te gaan had. Zo hield ik weinig over van mijn jeugd als dit zo door zou gaan. Nu had ik alleen nog een oudste broer en een zus die ook op geleende tijd leefde, maar die nam het leven voor lief.
 
Ik leefde mijn leven, stopte met roken en drinken en probeerde zo goed en zo kwaad als het ging een normaal leven te leiden, zonder wat voor stoorzenders dan ook. Totdat ook de sluipmoordenaar bij mij langskwam. Ook ik was alweer ten prooi gevallen aan die sluipmoordenaar, hij was weer teruggekomen, alleen op een andere plaats. De slimme mensen dachten geen moment van twijfels maar gelijk een dag na de kerst in 2010, opereren met die hap. Een hap uit mijn borst was het zeker, maar de sluipmoordenaar had toch nog het lef om zich uit te zaaien, dus in 2011 was ik weer aan de beurt voor een operatie om de restanten van die gifangel er uit te peuteren. Het leverde mij een lamme arm en hand op, 4 chemo’s, waarvan de laatste bijna mijn leven koste, maar de slimme mensen hebben mij 72 uur lang met flessen en slangen in leven weten te houden totdat ik weer ongeveer wist waar en wie ik was.
 
Toen nog even 28 bestralingen van anderhalve minuut elke dag. Ik dacht het nu wel gehad te hebben. Ware het niet dat die sluipmoordenaar toch nog de weg wist naar mijn eierstokken. Dus de slimme mensen hadden een echo gemaakt en gezien dat er op de eierstokken ook dingen zaten die er niet hoorden. Eruit met die hap. Dus voor deze dame geen kinderen meer. Nou, ja ik ben 60 dus wat zeur ik nog.
 
De sluipmoordenaar was wel lekker bezig. Kom ik er 14 dagen geleden achter dat er in mijn hals een knobbel zit, bel de oncoloog, die verwees mij als de sodemieter naar de huisarts voor een echo, wat bleek? Zaten ze lekker met z’n drietjes feest te vieren in mijn strot en ik maar moeite hebben met slikken! Zou die sluipmoordenaar weer aan de gang zijn? Ik was niet bang meer, omdat ik weet wat me te wachten staat. Nu, aanstaande dinsdag een punctie en gelijk een biopsie, want de  patholoog en arts zijn erbij aanwezig, willen direct de uitslag weten. Ik zie wel wat er gebeurt. En weet je nou waar ik zo pist off over ben?
 
Ik zou drie weken geleden al met vakantie gaan voor een lange tijd, nu ben ik drie weken verder en zit nog thuis!!!!Alleen omdat die sluipmoordenaar zich nog niet bekend wil maken.
Ieder mens kan er ooit eens mee te maken krijgen, de sluipmoordenaar klopt niet aan je deur, hij nestelt zich gewapend met weinig ergens in een lichaam en een goeie slimmerd die hem weet te vinden en te verslaan. Helaas is die haat van mij tegen deze moordenaar nog niet getaand omdat hij al zoveel van mij persoonlijk heeft afgepakt, niet alleen mijn zus en broer en moeder en tante? Maar ook een stuk eigenwaarde van mezelf dat ik kwijt was als vrouw, mijn God, dat deed zeer. Het heeft heel lang geduurd, voordat ik gewend was aan een kaal hoofd, met dank aan de chemo, het heeft heel lang geduurd voordat ik mij weer in gezelschap van mijn vrouw mezelf durfde uit te kleden, terwijl zij niet eens keek. Omdat zij wist wat het voor mij als vrouw betekende. Maar het is niet mijn schuld. Ik wilde alleen maar leven. En nu? De keuze is gemaakt door mijn vrouw en mij. Mocht het zo zijn dat die achterlijke sluipmoordenaar toch in mijn strot huis is gaan houden, dan ga ik gewoon weer de weg bewandelen die men mij aanbied. Dan maar weer kaal, ik heb mijn bandana’s nog, dan maar weer een litteken. Mijn lichaam is zowat al een landkaart. Maar wel mijn landkaart. Ik weet alle plekjes, allen hebben een eigen verhaal.
Enne, ik woon in het land van onzekerheid, maar de zekerheid laat ik graag binnen. Dat zijn slimme mannen en vrouwen in witte jassen die heel lang geleerd hebben om deze sluipmoordenaar, ze noemen hem Kanker, uit mijn systeem te jagen.
Ze doen hun best maar, als ik daarna eindelijk met vakantie mag? Please???
 

©
leny kruis

 

 

 

in the spotlight Spotlight Verhaal


Duisternis



Als de televisie de laatste tonen laat horen en de knop wordt uitgedrukt is het stil in de haast donkere kamer. Alleen een kleine schemerlamp brand nog. Zij loopt er naar toe en terwijl zij de schakelaar omzet doet zij direct het grote licht in de woonkamer aan zodat zij niet struikelt in het donker. Het slaat eigenlijk nergens op, want het is verspilde energie, maar het idee gaf haar innerlijke rust. En het is al zo donker om haar heen. De geluiden, ach daar is zij al aan gewend en het laatste nieuws vult zij zelf wel met plaatjes die praten, doch de duisternis die zij achter haar ogen voelt maken haar droevig en gelukkig is de angst die zij maanden had, verdwenen, zij voelt nu waar zij loopt, weet de weg in huis en kan elk geluid dat haar niet bekend voorkomt herkennen.
 
Het blind zijn was voor haar een handicap waar zij niet mee kon en wilde leven. Het instituut waar zij een tijdje logeerde om aan haar nieuwe status van blinde te wennen had een ommekeer in haar leven moeten worden, maar juist daardoor was zij verbitterd en grimmiger de wereld ingegaan met het idee dat haar tijd wel weer kwam.
Ooit kon zij zien, kleuren gewaarworden, de zon in haar gezicht voelen en van de warmte genieten van die grote gele bol daarboven in een strakblauwe hemel. Nu was het nog maar een enge droom. Maar de werkelijkheid was helaas anders. Door een stomme ruzie met haar ex-man en het feit dat hij zijn woede uitte door zoutzuur in haar gezicht te gooien omdat zij om een scheiding wilde vragen waren haar straf nu dat zij blind door het leven ging. Haar ex zat nog steeds vast, maar ooit zou er een dag komen dat hij vrij zou komen en dan? Zou hij haar opzoeken en zien wat hij teweeg had gebracht?
 
Hij had al gehoord dat zij blind geworden was aan beide ogen en dat had hem een paar maanden psychische hulp gekost in de gevangenis, maar dat was niet genoeg voor haar. Hij zou ook moeten boeten voor het feit dat zij niets meer van de wereld kon zien, alleen ruiken en horen. Zij kon zich bij thuiskomst uit de kliniek wonderwel heel goed redden in deze donkere wereld. Alles wat zij hoorde was voor haar een foto die zij omzette in levende beelden, dus in gedachten had zij haar eigen televisiekanaal gecreëerd. Nu kon zij er mee leven, maar ooit zou er een dag komen dat hij weer voor haar stond en dan?
 
Zoutzuur teruggooien? Dan zat zij straks vast, dus dat was geen optie. Haar plannen en haar haatgevoelens werden met de dag sterker en wilder van vorm. Van alles had zij hem al in gedachten aangedaan, alleen met deze handicap dat zij niets meer kon zien van en in het leven maakte dat haar haat tegen hem steeds dieper en dieper ging zitten. Haar woede kende geen grenzen en haar ooit diepe liefde voor hem was al tanende toen zij erachter kwam dat hij een korte verhouding had met haar beste vriendin. Toen begon zij over een scheiding en dat was zijn eer te na, een knallende ruzie en gegooi met servies en glazen en omvallende stoelen, hij gooide met spullen, zij sloeg en voordat zij er beiden erg in hadden waren zij  in de hitte van de strijd in de keuken beland.
 
Hij dook ineens naar het keukenkastje en pakte de eerste de beste fles die hij voor handen had en gooide dat in haar gezicht om zichzelf te beschermen tegen haar klappen, zodat hij haar niet vol geweld in het gezicht zou slaan. Had hij dat maar wel gedaan. Dat gooi en smijtwerk was te overzien, maar lichamelijk geweld was hem iets teveel van het goede, dus hij dacht de oplossing te vinden in het spuiten met afwasmiddel of schoonmaakmiddel om haar hysterisch gegil te laten stoppen. Maar in plaats daarvan spoot hij haar vol in het gezicht met een fles zoutzuur die zij 's middags nog gebruikt had om het putje in de tuin schoon te spoelen.
Haar gegil was oorverdovend geweest, het gesis van de verbrande huid rook zij nog en hij was het huis uitgevlucht, belde bij de buren de politie en de arts en maakte dat hij wegkwam.
 
Toen hij werd opgepakt bij zijn ouders zat hij er helemaal doorheen. Hij hoorde dat zijn vrouw misschien voor altijd het licht in haar ogen kwijt zou zijn en dat zou hem op poging tot doodslag komen te staan. Of het nou wel of niet zijn bedoeling was, het kwaad geschied en het leed was haar al aangedaan.
 
Nu had zij gehoord dat hij wegens goed gedrag snel vrij zou komen. Zij zou op hem wachten dat was zeker, zij zou hem laten zien dat zij ook zonder hem kon leven, zelfs in de duisternis die hij haar had gegeven. Maar de haat en het venijn zaten zo diep bij haar dat zij nog steeds niet wist wat zij hem aan kon doen zonder dat zij er ongestraft mee weg kon komen. Al die tijd die planning, die spanning wat zij moest doen,  het oefenen wanneer de tijd daar was.
 
Haar huidige leven stond geheel in het teken van het feit dat zij alleen maar de wraak wilde tegen hem om wat hij haar had aangedaan. Zij was altijd tekenlerares geweest en nu moest zij rondkomen van een karige invaliditeitsuitkering. Ze kon er nog net mee rondkomen, hoewel haar zus alles voor haar deed aangaande de rekeningen en al die dingen die voor een blinde een crime waren, was het voor haar moeilijk genoeg om het uit handen te geven. Maar het kon niet anders. Veel dingen uit haar huis hadden de weg gevonden naar de kringloopwinkel, daarvoor in de plaats kwamen wat kleine meubels waar zij zich niet aan kon stoten, haar zus had haar geleerd om de weg in het nieuwe ingerichte huis goed aan te leren en in no time wist zij in het donker alles te vinden en elke stap te doen zonder zich ergens aan te stoten of iets om te gooien. Het ging wennen die duistere wereld.
 
 
Wat een bewondering kreeg zij voor haar medegehandicapte mens. Iemand die doof was, die niets van de wereld hoorde, zich moest behelpen met gebarentaal of liplezen, maar de beat en het ritme van een dans miste, iemand die blind was alleen de duisternis zag, niets anders dan een zwartgrijze wereld. Maar dat wilde niet zeggen dat ze zielig waren! Verre van dat. Voor elk iets wat je mist in een mensenleven was altijd wel een tegenhanger die het goedmaakte. In haar geval was het de haat tegen haar ex-man die haar op de been hielp.  Ooit zou hij voor haar staan en dan zou het haar beurt zijn. Een kogel door zijn oor? Zodat hij voor altijd doof zou zijn? Ook zoutzuur in zijn gezicht? Moest zij wel goed mikken, want zien kon zij niets. Hem van een trap afgooien zodat hij in een rolstoel terechtkwam? Haar fantasie bleek eindeloos op dat gebied.
 
Totdat zij ineens besefte dat zij haar kostbare tijd verdeed met iets dat niet eens de moeite waard was om er ook maar aan te denken. Het leven ging door. Zij zou nooit meer kunnen zien en had zich al bij dit feit neergelegd, alleen niet bij het feit dat haar ex nog niet genoeg gestraft was. Maar toen bedacht zij dat zij toch haar scheiding had, hij had niets en niemand meer nadat vele kennissen en vrienden hadden gehoord wat er gepasseerd was. Zelfs zijn familie, daar was hij niet meer welkom. Zijn straf was de eenzaamheid die hij nu al ervaarde wanneer hij vrij was. Geen vriend, geen familie, geen vrouw, niemand die op hem wachtte. Geen werk, alleen een reclasseringsambtenaar waar hij eens in de maand zijn tronie moest laten zien, een karige uitkering want ook zijn baan als onderdirecteur van een groot assurantiebedrijf was hij kwijt.
 
Zij stapte onder de douche vandaan, droogde zich af en met een glimlach poetste zij haar tanden.
De ultieme wraak had zij eigenlijk al. Zij had alles en was bezig om het geluk in haar leven te hervinden.
En hij? Zij liep in het donker naar haar slaapkamer en kroop in bed, voelde aan haar kussen en toen naast haar. Hij lag er nog. Haar nieuwe liefde snurkte een gat in de nacht. Haar wraak was al begonnen, hij had niets meer en zij had alles nog alleen in een nieuwe vorm. De duisternis schonk haar ineens dat sprankje hoop en licht waar zij jaren inzat.
De liefde met deze man die zij had leren  kennen op het blindeninstituut was heerlijk, een genot. Dus waarom nog die haat voor een eenzame ex die straks in een lege wereld stapte?
Tevreden boog zij zich over haar vriend en kuste hem op de tast op zijn voorhoofd.
Zij draaide zich om en met een grote smile op haar gezicht liet zij zich in de armen van de slaap vallen.

©Leny Kruis


 

 

 

 in the spotlight Spotlight Verhaal

 

HET VERLANGEN.

Zij keek naar zijn starre gezicht dat als een gebeeldhouwd gesteente naar het televisiescherm zat te staren. De contouren van zijn zachte gezicht vertoonde verdrietige sporen van het niet herkennen van de voorbijgaande beelden die de televisie hem lieten zien. Weer geen bekende gezichten. Gelaten lieten de joden zich in de wachtende treinen duwen en stompen door de Duitsers op weg naar de vernietigingskampen. Ooit hoopte hij zijn moeder en zijn broers te zien. Ooit. Maar elk jaar weer zat hij als genageld voor de buis en was er niet weg te slaan, de video stond op een ander kanaal wanneer er bij een andere zender ook oorlogsdocumentaires werden uitgezonden. Hij wilde niets missen.
 
Zijn speurtochten langs de kampen en de musea waren voor niets geweest, maar zijn verdriet om zijn geliefde moeder en broers wonnen het zelfs van de brief die het Rode Kruis op haar verzoek had gestuurd dat zij waren omgekomen in Sobibor en Auschwitz. Dat wist hij nu wel, maar de levende beelden die hij elk jaar weer zag wilde hem die hoop nog geven dat hij een glimp kon opvangen wat ooit zijn familie was geweest.
 
Al was het maar het instappen van zijn moeder, al was het maar het uitzwaaien naar haar toen zij zich nog eenmaal huilend omdraaide naar die kleine jongen die zwart en vuil en met gescheurde kleren achter het hek zijn kleine handje optilde om huilend zijn moeder te roepen dat hij meewilde. Een klap van een Duitser was het antwoord en iemand uit Rotterdam siste hem toe: “Hou je bek anders moet je ook mee, kop houwe nou!”
Vol schrik hield hij op met huilen en keek de Duitser aan die hem geslagen had. Die gaf hem een bemoedigende knipoog. Later zou hij beseffen dat diezelfde Duitser hem wilde sparen voor het vernietigingskamp.
 
Hij had ternauwernood de oorlog overleefd, als enige van zijn familie, samen met een tante die hij niet kende. Zij ving hem na de oorlog op en bracht hem groot. Het gemis van zijn moeder kon zij nimmer goed maken, ook haar verdriet ging ten onder aan al het leed dat zij had gezien en meegemaakt.
 
En nu weer met die herdenking op 4 mei zat hij weer met de knokkels op de rand van de stoel als een robot te kijken en te luisteren naar al wat langs kwam aan oorlogsdocumentatie. In al die jaren dat zij getrouwd waren hadden zij al zoveel gedaan om erachter te komen waar zijn moeder en zijn broers en vader naar toe gedeporteerd waren en waar zij vermoord waren. Gedood kwam in zijn woordenboek niet voor. Het was zuivere moord.
Hij als kleine jongen zijn moeder uitzwaaiende en zijn broers en vader een knuffel gevende, het waren nachtmerries die zo vaak terugkwamen dat hij ervoor in therapie ging. Maar de pijn en het verdriet van die kleine jongen bleef diep binnen in hem branden als een nooit dovende fakkel.
 
Zij keek haar man triest aan. De tranen in zijn ogen waren elk jaar hetzelfde alleen het werden er minder, het verdriet bleef maar de pijn was nu te dragen. Met een diepe zucht leunde hij naar achter in de stoel en mompelde: “Weer niks.”
 
 “Nee, weer niks,” bedacht zij. Het zou ook nooit iets worden, alles was al geweest. Alles wist hij al. Alleen dat kleine sprankje hoop dat hij ooit een bekende zou zien op al die oude films uit de kampen gaf hem elk jaar één dag verdriet en één dag hoop.
 
“Wil je nog koffie?” vroeg zij zacht terwijl zij hem over zijn stoppelbaard aaide.
“Ja, doe maar”, knikte hij voor zich uit en hij draaide zich naar zijn vrouw, keek haar met betraande ogen aan en voordat zij wist wat er gebeurde snikte hij het ineens uit. Zijn hoofd verborg hij in haar schoot terwijl zij op de rand van de stoel ging zitten. Het enige wat zij kon doen was hem over zijn hoofd aaien als een klein kind.
 
Wat zat dit diep. Voor hen die deze weg nooit gegaan zijn is het door het leven lopen met zo een zware tas op je rug als kleine jongen een zware last die haast niet te tillen is op dit soort van dagen die als een mokerslag weer beelden bij je naar binnen haalt die je liever nimmer zou willen zien, laat staan zelf meemaken.
 
Zij kuste zijn tranen terwijl zij zelf mee zat te huilen, zijn verdriet was haar verdriet. En het begrip over wat er in hem omging begreep zij maar al te goed. Want ook zij had in de oorlog familie af moeten staan aan de beulen van de oorlog.
Alleen: wat wist men eigenlijk van al die duizenden zigeuners en homo’s en gehandicapten die ook vermoord en vergast waren?
 
Ter nagedachtenis aan mijn Oma die vergast werd in Birkenau, mijn vader die elk jaar de beelden bekeek op de televisie in de hoop dat…, tante Martha, Rachel, Moos, Levi, David, Leny, Max en al die andere familieleden die ik hierdoor nooit heb mogen leren kennen, alleen in de boeken en papieren die in Westerbork opgeslagen liggen.


OPDAT WIJ NOOIT MOGEN VERGETEN!
 
 ©
leny kruis
 

 

Helaas nog altijd actueel, al is het in een ander land. Een vliegtuig, een trein en je bent in het oorlogsgeweld. Helaas.

 

 

 

Als het leven jou pakt

 

Als ik mijn zus naar haar laatste rustplaats breng is het 5 mei 2008. Zij heeft nu de rust waar zij zo lang naar verlangde. Wij rijden triest terug naar ons chalet en gaan pas in oktober weer op huis aan, als we te horen krijgen dat onze hartsvriend nummer 2 ook terminaal is en al in het verzorgingstehuis is opgenomen. Hartsvriendin nummer 1 is ook terminaal maar heeft alles al geregeld voor haar euthanasie. 

Na dit derde bericht gooi en smijt ik met alles wat ik in mijn handen krijg, gelukkig geen servies. Al mijn manuscripten liggen door elkaar en vrouwlief loopt het samen met mij op te ruimen. 
“Houdt het nou nooit op?” vraag ik haar, in de hoop op een antwoord. 
Het is toch te gek voor woorden, eerst mijn zus in april dan Beppie die even gedag komt zeggen op ons vakantieadres omdat ze er nooit geweest was en eigenlijk afscheid kwam nemen voordat de ziekte de overhand nam en zij zelf in kon grijpen. 
Kom je thuis hoor je dat vriendin nummer 2 al stervende is. Ik heb nog nimmer zo hard gereden als die dag naar het verzorgingstehuis waar zij naar toe was gebracht na bestraald te zijn in een ziekenhuis. 
Kom ik in haar kamertje, staat het blauw van de rook en een klein kaal koppie staart mij met die lachende kraaloogjes aan.
“Tjeemig Johanna doe die sigaret toch uit, lijkt hier wel een hasjkeet!” 
“Och wat maakt dat nou uit ik ga toch dood!” 
'Moet je het bespoedigen dan?” 
“Ach, als de pijn te erg is krijg ik een spuitje heeft de dokter gezegd, dus wat kan mij dat schelen, ik vind alles best!”

Zij zat in haar laatste fase van erkenning en vond alles wel goed. 
Haar medicatie liet haar geen pijn voelen, maar ze zat nog en we plaagden elkaar zoals we jaren elkaar altijd als een stel kleuters liepen te jennen. Haar heldere lach in dat magere gezicht is nu nog goud waard voor mijn herinnering. Meer niet. Want normaal gingen wij op de zaterdag. Totdat ik op 5 december vrijdagmiddag ineens tegen vrouwlief zei:”Kom op we gaan even langs die hazewindhond!”

Deze naam had ik haar gegeven omdat ze altijd als een speer liep, als je met haar de stad inging was zij al thuis voordat ik in een winkel had afgerekend. 
Toen wij daar kwamen wisten wij het al, die zou er vannacht tussenuit piepen. Dat zei zij ook toen ik haar gedag kuste en vroeg haar of zij mijn zusjes en broer even gedag wilde zeggen als zij naar boven ging. 
Wij kenden elkaar zo goed, lachend kneep zij in mijn hand en met gesloten ogen beloofde zij mij dat, maar wilde nu slapen. Wij gaven haar een laatste knuffel en ze was al in dromenland. Op de zusterspost had ik al vernomen dat zij niets meer at en geen medicatie meer innam. Zij wilde niet meer, kon niet meer. En in de nacht van 6 december is zij naar het licht gegaan. 


Verleden week kregen wij een telefoontje dat ook Beppie was overleden, die hele euthanasie was een farce. Niemand die bereid was om haar te helpen, alleen de morfine wat hoger zetten elk uur een beetje meer. Voor haar kinderen heeft de nacht héél lang geduurd. Maar ook zij is gegaan al was het niet met de beloofde afspraken die zij had geregeld met de artsen en de huisarts. Maar als het leven je pakt is het voor de nabestaanden hard te verteren dat ze er niet meer zijn. Maar dat is ook het nadeel van het ouder worden. Je raakt steeds meer mensen kwijt die je lief zijn. Maar ik vraag U, mag het nou een keertje stoppen? In 5 jaar tijd 5 lieverds van ons weggebracht, in 10 maanden 3 lieverds. Eigenlijk gemiddeld 1 per jaar statistisch gezien, maar het leven is geen statistiek. Het leven gaat gewoon door.
Verrek en in augustus eindelijk een bruiloft.... 

Ter herinnering aan hen die ons lief zijn. Nooit uit mijn gedachten, altijd in mijn hart.

©Leny kruis

Mei 2014