Home » Korte Verhalen » Archief » Jaar 2015 » Januari 2015
angst.jpg
  • Mist achter de duisternis.  

Zij keek met betraande ogen naar de ruiten die beslagen terugkeken, de duisternis drong de karig verlichte huiskamer binnen.
Zij probeerde de druppels van de regen te tellen die op het raam vielen, maar het enige dat bij haar bleef steken waren de getallen die zij niet uit kon spreken. Haar stem zweeg, haar gedachten waren een mallemolen in de rondte van het brein. Rust was geen optie. De onrust in haar hoofd kende geen grenzen meer. Wie of wat kwam er nou weer om de hoek om haar met raad en daad bij te staan?

 

Zij had er zelf een puinhoop van gemaakt. Zij had zelf een vriend verraden door hem gewoon af te lebberen, terwijl zijn vrouw haar beste vriendin was, al jaren. Nooit, nee nooit had zij hieraan moeten beginnen. Zijn zwakte als man had zij misbruikt door te kijken hoever zij kon gaan met zijn gevoelens. Hij was er gewoon ingeluisd door haar. Aan de andere kant verontschuldigde zij zich door te denken dat ook hij beter had moeten weten. Maar toch? Het klopte niet. Zij had hem nooit uit moeten lokken tot een vrijpartij.

Maar het gebeurde ineens, zomaar, ineens terwijl ze gewoon aan het praten waren bij een bakje koffie. Hij was even gekomen om voor haar een boekenrek op te hangen en zij was zo vriendelijk om voor hem een lekker kop koffie te zetten. Niets mis mee. Maar wat er toen mis ging was niet te voorspellen.
Een lang en gelukkig huwelijk, daar was zij tussengekomen, door ook aan hem te vertellen dat zij gevoelens voor hem had. Dat was ineens wederzijds. Nooit zoveel contact samen, want de twee vrouwen waren ontzettend lang vriendin, al lang voor zijn tijd, dus hij accepteerde haar gewoon erbij. Als vriendin van zijn vrouw, meer was het niet.

 

Tot die middag. Het was een puinhoop geworden. Hij was zo eerlijk om dit alles aan zijn vrouw op te biechten en er ook maar gelijk bij te zeggen dat hij wilde scheiden. Ja, dit alles door twee flinke kussen? Maar of zij er nu achter stond? Zij had totaal geen gevoelens voor hem, dat was zij niet. Wie dan wel? Kon zij het hem uitleggen dat zij een Meer Persoonlijkheid Stoornis had?

Dat wist alleen zijn vrouw en zij had dit nooit aan hem verteld, omdat hij totaal niet met gedragsgestoorde mensen om kon gaan. Zijn ene zus was ook Manisch Depressief. Maar hij kreeg totaal geen contact met haar, wilde dit ook niet, kon er niet mee omgaan.

Terwijl zij triest naar buiten keek in de duisternis, wist zij niet wat te doen. Haar vriendin had haar gebeld en wilde totaal geen contact meer met haar. Welke persoon haar vent ook gezoend had, zij was en bleef de schuldige. Hier was geen begrip voor. Ook niet voor haar eigen schuldgevoel dat zij probeerde uit te leggen. En dat zij totaal geen relatie wilde met haar man. Haar man had ook gezegd dat hij dit niet wilde. Maar toch, die twijfels. Zij had hem totaal losgeweekt van zijn vrouw. Dat speet haar erg, maar was niet haar kop thee vond zij zelf.

 

Die ruzie door de telefoon was heftig, maar het kon haar niet deren. Geen moment had zij spijt van haar kussen, geen moment had zij spijt van haar verraad.
Waarom nu vanavond ineens wel? Omdat zij besefte dat zij ineens overal weer alleen voor stond? Zoals ze al jaren stond? Zoals ze al jaren met gevoelens van mensen speelde? Maar ook het onbegrip van alle kanten, dat niet zij de boosdoener was maar een alter ego in haar hoofd die haar al deze domme dingen liet doen, wie zou dit begrijpen?

 

Traag stond zij op van haar stoel en liep naar de keuken, drukte de knop van het licht aan en liep naar de koelkast.
Zij pakte de koude fles jenever en keek er met verachting na. Zou ze een borrel nemen? Zij wist dat dit ontzettend slecht voor haar was, ook door de medicatie die zij had, maar nooit innam. Als ze nu eens een pil tegen haar stemmingswisselingen in zou nemen met een borreltje, zou dit kwaad kunnen?

 

Eigenlijk had zij het nooit geprobeerd, dus waarom niet. Wat had zij te verliezen? Zij liep met de fles naar de voorkamer, pakte uit de salonkast een klein kristallen borrelglaasje, liep naar haar eetkamer toe en met een klassiek gebaar schonk zij de borrel voor zichzelf in.


"Hier mevrouw, voor u en voor u alleen, een borrel op de goede afloop wat dit ook moge zijn," en met een glimlach klokte de drank in het glaasje en zij ging op een stoel zitten, nipte aan de borrel en trok een vies gezicht.
"Dat is lang geleden,"mompelde zij. Dus toen maar een ferme slok genomen. Zij zag de bodem en de fles kwam weer omhoog en zij schonk zich nog eens in.

 

Gelukkig was zij vergeten dat zij een pil in zou nemen, dus haar gezelligheid bleek op dat moment de fles te zijn. Haar vriend en toeverlaat op dit moment. Zij had er vrede mee.
"Laat de wereld maar ontploffen, ik heb mijn lol wel gehad nu. Ik kan er niks aan doen dat die gek helemaal gek op mij is geworden, gelijk zijn huwelijk aan de kant schuift. Wie is er nou maf?"

 

Zij moest lachen om haar eigen woorden, vond dat er wel een goede kern van waarheid in zat. En welke persoon in haar dit ook zo uitsprak, het kon haar geen donder schelen. Haar excuses waren toch altijd dat zij een MPS syndroom had en dat zij er niets aan kon doen. Dat haar beste vriendin dat nou niet begreep was nog steeds een raadsel voor haar, maar daar had zijzelf geen boodschap aan.

 

Beiden hadden een fout gemaakt. Hij ging voor serieus, zij ging voor...ja voor wat eigenlijk? Zij wilde hem eigenlijk wel hebben, doch aan de andere kant ook weer niet als relatie. Want dan zat ze vast. En dat was in het verleden ook al geen succes geweest, dus liever niet. Maar zo een lekkere hap was natuurlijk nooit te versmaden. En dat het toevallig de man van haar beste vriendin was? Sho What. Dat was haar schuld niet!

 

Later vonden de buren haar op de grond langs de eetkamer met een lege fles jenever in de hand en een gebroken glas op de vloer. Waarschijnlijk was ze uitgegleden.
Niemand kwam op het idee om even in de slaapkamer te kijken waar haar medicatie was gebleven, want al wat daar op het nachtkastje stond, waren lege potjes en doosjes.

©
Leny Kruis

Angst.

 

Het is de stilte die heerst, de stilte voor een storm die nergens aangekondigd is. Het is de uitgang die ik zoek, maar verdomme waar zit de deur! De angst knijpt mijn keel bijna dicht als ik over en onder mij allemaal draden zie, die spinnen zich om mijn lichaam heen. Ben ik nou gek aan het worden? Er zitten vreemde mensen in mijn hoofd, ik hoor ze praten, door elkaar. Donder toch op, laat mij met rust ik wil alleen zijn.

 


Wat heeft dit alles te betekenen? Ben ik niet goed, heb ik een neurose? Ben ik bezig gek te worden? Maar wat is gek en wie vertelt mij wat er gebeurt. Hoe vertel ik iemand wat ik voel, wat ik bedoel als ik zeg dat er andere mensen in mijn hoofd praten, die zelfs mij opdrachten geven die ik natuurlijk niet uitvoer. Tja, ik ben niet gek! Ik zie de spinnen toch lopen over mijn lichaam? Ik voel de schorpioenen kruipen langs mijn benen en ze glijden steeds weer naar beneden, omdat de draden van de spinnen zijn en zij willen geen indringers in hun hartige hap die ik voor hen ben.

 

 

Ze rollen mij helemaal in, mijn mond durf ik niet open te doen, want stel dat er een spin in kruipt. Of een zo een dikke worm die ik ook al zag. Of was dat een duizendpoot? Als ik mijn ogen heel voorzichtig sluit hoop ik niet dat zij die opentrekken om ook mijn ogen blind te maken voor de rest wat er misschien nog komen gaat. Ik voel mij echt een cocon. Dat ben ik ook. En de stemmen in mijn hoofd gillen dat ik iets moet doen. Maar ik ben verstijfd van angst voor al deze enge dieren. Ze zijn met duizenden en ik weet niet waar ze vandaan komen.

 

Ineens hoor ik vaag de televisie van de buurman die rechts naast mij woont. Zou ik gedroomd hebben?
Mijn ogen voelen zwaar aan, ik kan niet helder meer denken, dan hoor ik ineens de telefoon naast mij. Ik schrik en duik er gelijk op.


"Mam ben jij dat?”

Ik schreeuw het als het ware door de hoorn.
"Ja meis, wat is er?”

Haar stem stelt mij gerust, maar de hare klinkt ongerust.
'Mam kom alsjeblieft even langs, ik had zo'n nare nachtmerrie.”

 En ik vertel haar van de draden over mijn lichaam, de stemmen in mijn hoofd en de opdrachten die diezelfde stemmen mij geven, rare opdrachten, onmenselijke opdrachten alleen ik weet niet meer wat voor taken ik uit moet voeren. Ik stotter en huil tegelijk terwijl ik mijn moeder vertel van mijn nachtmerrie.
Want ik was in slaap gevallen op de bank en had het gedroomd.
Het enige dat mijn moeder met een geruste stem zegt door de telefoon: "Liefje neem nu maar weer gewoon je medicatie in en dan gaan die stemmen weer vanzelf weg en die spinrag verdwijnt als sneeuw voor de zon, pak een glas water, mamma blijft aan de telefoon terwijl jij je medicatie inneemt.”

 

Ik haat die medicatie, zij maken mij tot iemand die ik niet ben, maar zonder die pillen ben ik helemaal niemand, durf dan niet eens de deur uit en hoor en zie overal dieren en mensen in en om mij heen. Ik ben geen moment eenzaam, maar die eenzaamheid maakt mij kapot.
Zij stelt mij gerust en ik pak mijn medicatie die ik van de psychiater heb gehad, die ik eigenlijk elke dag in moet nemen, anders functioneer ik niet normaal volgens hem. Heeft die dokter toch gelijk gehad en ik ben blij dat mijn moeder elke dag even belt, zomaar voor een praatje.

Het maakt mijn angstige wereld weer een beetje minder bang, alleen al door een telefoontje.

 

 

atls-bij-de-vrkeerde-fotograaf.jpg