Home » Korte Verhalen » Jaar 2018

 

ANGST

 

Het is de stilte die heerst, de stilte voor een storm die nergens aangekondigd is. Het is de uitgang die ik zoek, maar verdomme waar zit de deur! De angst knijpt mijn keel bijna dicht als ik over en onder mij allemaal draden zie, die spinnen zich om mijn lichaam heen. Ben ik nou gek aan het worden? Er zitten vreemde mensen in mijn hoofd, ik hoor ze praten, door elkaar. Donder toch op, laat mij met rust ik wil alleen zijn.
Wat heeft dit alles te betekenen? Ben ik niet goed, heb ik een neurose? Ben ik bezig gek te worden? Maar wat is gek en wie vertelt mij wat er gebeurt. Hoe vertel ik iemand wat ik voel, wat ik bedoel als ik zeg dat er andere mensen in mijn hoofd praten, die zelfs mij opdrachten geven die ik natuurlijk niet uitvoer. Tja, ik ben niet gek! Ik zie de spinnen toch lopen over mijn lichaam? Ik voel de schorpioenen kruipen langs mijn benen en ze glijden steeds weer naar beneden, omdat de draden van de spinnen zijn en zij willen geen indringers in hun hartige hap die ik voor hen ben. Ze rollen mij helemaal in, mijn mond durf ik niet open te doen, want stel dat er een spin in kruipt. Of een zo een dikke worm die ik ook al zag. Of was dat een duizendpoot? Als ik mijn ogen heel voorzichtig sluit hoop ik niet dat zij die opentrekken om ook mijn ogen blind te maken voor de rest wat er misschien nog komen gaat. Ik voel mij echt een cocon. Dat ben ik ook. En de stemmen in mijn hoofd gillen dat ik iets moet doen. Maar ik ben verstijfd van angst voor al deze enge dieren. Ze zijn met duizenden en ik weet niet waar ze vandaan komen.

Ineens hoor ik vaag de televisie van de buurman die rechts naast mij woont. Zou ik gedroomd hebben?
Mijn ogen voelen zwaar aan, ik kan niet helder meer denken, dan hoor ik ineens de telefoon naast mij. Ik schrik en duik er gelijk op.


"Mam ben jij dat?”

Ik schreeuw het als het ware door de hoorn.
"Ja meis, wat is er?”

Haar stem stelt mij gerust, maar de hare klinkt ongerust.
'Mam kom alsjeblieft even langs, ik had zo'n nare nachtmerrie.”

 En ik vertel haar van de draden over mijn lichaam, de stemmen in mijn hoofd en de opdrachten die diezelfde stemmen mij geven, rare opdrachten, onmenselijke opdrachten alleen ik weet niet meer wat voor taken ik uit moet voeren. Ik stotter en huil tegelijk terwijl ik mijn moeder vertel van mijn nachtmerrie.
Want ik was in slaap gevallen op de bank en had het gedroomd.
Het enige dat mijn moeder met een geruste stem zegt door de telefoon: "Liefje neem nu maar weer gewoon je medicatie in en dan gaan die stemmen weer vanzelf weg en die spinrag verdwijnt als sneeuw voor de zon, pak een glas water, mamma blijft aan de telefoon terwijl jij je medicatie inneemt.”

 

Ik haat die medicatie, zij maken mij tot iemand die ik niet ben, maar zonder die pillen ben ik helemaal niemand, durf dan niet eens de deur uit en hoor en zie overal dieren en mensen in en om mij heen. Ik ben geen moment eenzaam, maar die eenzaamheid maakt mij kapot.
Zij stelt mij gerust en ik pak mijn medicatie die ik van de psychiater heb gehad, die ik eigenlijk elke dag in moet nemen, anders functioneer ik niet normaal volgens hem. Heeft die dokter toch gelijk gehad en ik ben blij dat mijn moeder elke dag even belt, zomaar voor een praatje.

Het maakt mijn angstige wereld weer een beetje minder bang, alleen al door een telefoontje.

 

© Leny Kruis