Home » Korte Verhalen » Juni 2017
angels-3-1.gif

Dood is dood en en blijft toch dood hoor!!!!

 

“Kan die ouwe doos nou haar rommel niet eens opruimen!’
De oude man in zijn rolstoel mopperde terwijl hij de sinaasappel schillen netjes in de asbak legde, opeen stapelde als een lego pakketje. Zijn chagrijnig gezicht sprak boekdelen. Het dames gezelschap dat ook zijn tafeltje had gedeeld zou de volgende keer niet meer welkom zijn.
De asbak lag nu vol met schillen, peuken zou je er toch nooit meer in vinden, alleen papiertjes, schilletjes, of pitjes. Maar voor het gemak van de oudjes waren ze er door de vrijwilligers neergezet omdat die kleine emmertjes regelmatig gebruikt werden als spuug bakjes voor hen die het nut er niet van begrepen en onterecht dachten dat het sputum bakjes waren. Hij rolde zijn stoel de linkerkant op en stootte tegen een andere stoel.
 
“Godskolere, gaat hier dan niks goed”, mopperde hij voor zich uit. Zijn gezicht straalde een en al onweer uit. Gezellig was anders. Dus daarom zat die man altijd alleen bedacht ik mij toen ik hem vanuit een andere hoek observeerde en keek hoe hij zich scheldend en mopperend uit zijn benarde positie wist te manoeuvreren met zijn rolstoel. Het lukte hem gelukkig. Ik had niet echt zin om deze man uit zijn krappe positie te helpen, daar hij die zelf had veroorzaakt door zijn verkeerde gestuur aan de wielen. Hij tilde zijn oude grijze hoofd op en keek mij met waterige kraal oogjes recht in het gezicht.
“Kan je het zien zuster?”
“Ik ben uw zuster niet hoor!” Ik probeerde de toon wat luchtiger te maken, maar helaas ik verloor het bij zijn chagrijnig gezicht.
“Is toch niet normaal dat die ouwe wijven alles achter hun toges laten slingeren. Doen ze dat thuis ook soms?” Hij bleef mopperen.
“Dat zou u aan die dame kunnen vragen!”
 
Hij keek mij vernietigend aan en draaide zijn rolstoel richting zijn kamer in de gang achter mij. Hij lag op een long stay afdeling. Dus hij was hier waarschijnlijk al een paar maanden. Ik had al gezien dat hij een been miste, maar had hem nog nooit op de therapie gezien, of de eetzaal. Ook niet op de spelletjes middagen die ze hier voor de ouderen organiseerden. Zou hij hier komen als iedereen weg zou zijn? Ikzelf kwam sinds kort in de gezellige eetzaal die door vrijwilligers werd gerund en beheerd. Niets dan lof voor deze inzet voor al die mensen die elke dag hier maar komen eten en drinken. Zij helpen met de medicatie en voeren en houden zelfs de mensen in de gaten die tijdens het eten zomaar in slaap kunnen vallen, met hun toeter in de bak met voer. Een keer was ik daar getuige van en kreeg daardoor zo de slappe lach dat ik daardoor voorlopig mijn gezicht ook niet meer liet zien. Ik schaamde mij achteraf erg erg, maar gelachen dat ik had!!
 
De oude man reed op mij af en bleef mij aankijken, alsof hij overal en nergens de weg hier in deze ruimte kon dromen. Pal voor mijn neus kwam zijn gezicht, hij rook naar zware after shave en vroeg mij toen op wat milde toon: “Wie ben jij dan wel?”
“Ik ben Annie en lig op de andere kant van deze afdeling, afdeling kneuzerij en zo.”
Voor het eerst zag ik een glimlachje op zijn oude gelaat. Het deed mij wonderwel erg goed. Hij kon toch nog lachen. Wie weet wat die man allemaal had meegemaakt hier en thuis misschien ook wel. Voordat ik tot die gedachte kwam, vertelde hij mij zelf al hoe het allemaal begon en zou eindigen.
Het verhaal duurde héél lang, was ook héél triest en op zijn 87ste dit allemaal nog mee te moeten maken zou niet meevallen besloot ik. Ik kon tijdens zijn verhaal alleen maar knikken, te verbaasd en verrast van wat ik allemaal hoorde. Wat is een mensenleven eigenlijk wreed en oneerlijk verdeeld. Zijn humeur was nu weer van de gewone gezellige man die een praatje maakte. Ik was ondertussen wel gebroken van het lange zitten in een houding, omdat mijn benen ook niet meer wilde, maar beleefd als ik altijd ben, ik bleef zitten en luisteren.
 
Na meer dan een uur geluisterd te hebben besloot ik ermee te stoppen. Dit verdriet zou geen einde kennen als ik er zelf niet mee zou stoppen. Zijn vrouw was hij drie maanden geleden verloren, hij kon geen afscheid nemen, want op die dag werd zijn been net afgezet door vaat vernauwingen. Na vier dagen had zijn zoon hem verteld wat er gebeurd was. Hij was er nog kapot van. Na een huwelijk van meer dan veertig jaar op zo een manier afscheid nemen? Ik ben toch even blij dat zo een tijd mij en mijn vrouw bespaard blijven. Wij redden dat niet meer samen. Zijn drie kinderen waren allemaal in de criminaliteit beland, niet zijn wereld en hij had zijn kinderen ook jaren niet meer gezien. Zijn vrouw nog wel, maar die beslissing waren ze samen overeengekomen. Triest was zijn leven. Al die tijd gewerkt voor een gezin, gaat hij met pensioen, wordt zijn vrouw ernstig ziek. Jaren voor haar gezorgd en nu was hij aan de beurt.
 
Zijn mopperen was ik al vergeten. En vanaf die tijd kwam ik regelmatig in de eetzaal, maar ik zag hem eigenlijk nog maar een keer. Hij zwaaide opgelucht en vrolijk naar mij en reed richting zijn kamer.
 
Later hoorde ik van een vrijwilliger dat hij zijn medicatie had opgespaard en alles tegelijk had ingenomen. Weloverwogen en geduldig op het juiste moment gekozen voor een eigen leven na de dood. Respect ouwe, alle respect en het mopperen is u vergeven. Snap het zelfs.
 
©leny kruis

NAAKTEJOKERES.jpg

 

Dood is dood is dood is dood.

 

Dood is de voorloper van je geboorte. Je hebt tenminste één zekerheid in je leven, dat je toch dood gaat. Hoe? Dat is dus de grootste verrassing van je leven.
Hoewel ik mijzelf niet zie sterven aan Kanker, heb ik het natuurlijk ook niet voor het zeggen, kan zomaar gebeuren dat Mevrouw of Meneer Kanker zeggen: "Ja, Kruis nou is het jouw tijd, gaan met die banaan.

Dus heb ik met vrouwlief afgesproken dat ik door de pijp ga. En niet in een kist, ik vond dat altijd wel beter, omdat ik als kind ontzettend verbrand ben en nog de brandplekken op mijn lichaam heb, dus voor mij geen vuur.
Maar ze heeft mij kunnen overtuigen. Temeer daar er toch niemand naar mijn graf komt, behalve zwerfkatten, misschien een loslopend konijntje. Zij gaat ook via de pijp in een potje, dus dat is geregeld.

Ik was als kind al zo bezig met de dood. Het onbegrip, mijn vader verloor ik, toen ik 10 was, op de lagere school een klasgenootje die verdronken was, moesten we allemaal langs de kant van de weg gaan staan met een zwarte band om wanneer de lijkwagen met Sjakie erin langskwam.
Dat staat mij nu nog bij als de dag van toen. Maar ben ik nu bang voor de dood? Nee, totaal niet. Zelfs toen de oncoloog met zachte stem mijn oordeel velde dat ik borstkanker had en dat er wellicht uitzaaiingen zaten, was het eerste dat ik zei tegen haar: "Maakt u gelijk even wat afspraken met de internist over euthanasie, ik wil geen lijdensweg zoals mijn ene zus had."

Haar was euthanasie beloofd, zij was zelfs lid van een of andere vage euthanasie club waar ik maanden voor betaalde, maar bij het moment suprême belde ik, kreeg ik te horen dat ze te bereiken waren tussen kantooruren door de weeks.
Dus de weekends mag je zeker niet sterven. Ik heb ze later op hun sodemieter gegeven wil je niet weten.

Mijn zus heeft een lijdensweg gehad, heeft haar laatste dagen in een "bijna thuishuis"moeten pijn lijden. Maar gelukkig zat ze zo onder de morfine, doch de pijn kwam er gewoon doorheen. Zij was nog een schim van wat zij eens was.
Ik ben nu 64 kom natuurlijk niet veel meer ( haast niet meer) op bruiloften maar meer en regelmatiger op crematies en begrafenissen. Die werken vaak wel op mijn lachspieren hoor. Dat uitgestreken ponem van een persoon die de dode in het leven vaak verrot schold, of kwaad over sprak, doch, ineens niet kwaad spreken over een dode, dat doe je niet. Nou, kijk en daar heb ik altijd een hekel aan gehad. Ieder mens heeft wel een rot trekje in zichzelf die een ander een keer heeft ervaren. Mag dat dan niet gezegd worden als zoiets ter sprake komt? Kom op zeg, heiligen bestaan alleen in de Bijbel (hoewel?)

Ik heb in drie jaar 2 zusjes en een broer weg kunnen brengen, 2 aan Kanker, mijn Moeder, mijn Vader, mijn oudste zus, mijn vriendin, mijn vriendje van vroeger toen ik nog op school zat aan suikerziekte. Hier in Zwolle heb ik ook al diverse goede kennissen en vrienden weg mogen brengen, maar ook de leeftijd speelt natuurlijk een grote rol. Hoewel er daarboven naar leeftijd niet wordt gevraagd. Als het je tijd is ga je gewoon.
Dat is tenminste de enige zekerheid in je leven, dat je doodgaat.

Ik ken een persoon die zegt: "Dood is dood, verder is er niets!"
Maar als er iemand gestorven is in zijn familie of vriendenkring, dan rent hij naar een (goede) helderziende. Dus waar gelooft hij dan in? Ik durf het en wil het hem ook niet vragen, het geeft mij de zekerheid dat hij wel degelijk gelooft dat er meer is dan de dood.

De dood is voor mij het weerzien met mijn geliefden, mijn ouders, en broer en zusters en vrienden die ik in de loop van mijn leven al heb moeten missen. Nu is er de eenzaamheid. Niemand die nog op mijn verjaardag komt, want er is niemand meer. Dus vieren wij onze verjaardag ook niet. Trouwens, wie viert er nou dat hij/zij ouder wordt, des te eerder sta je bij Petrus voor de deur. Ik heb de laatste maanden veel over de dood nagedacht en tot de conclusie gekomen dat het gelukkig een ontzettend sterke zekerheid in jouw leven is die niemand je af kan pakken. Degene die een leven stelen zijn zelf de dieven van deze aarde, maar daarover een andere keer. Er vallen de laatste tijd al genoeg slachtoffers, helaas worden ze steeds jonger en dit alles door geloof, geld en zin doordrijven? Ik wil zelf kiezen hoe ik ga, het wanneer is altijd een verassing toch?
----------------------------------------------------------------------------------------------
Dood is wreed, dood is missen. Dood is dood.

Maar wie het ook is

Wees niet bang voor de zwarte weg

Die langzaamaan lichter wordt

Omdat de dood geen bestaansrecht heeft

In mijn dagelijks bestaan

Ik geloof in mijzelf

Ik geloof in het leven

En wat erna komt

Ach, mij om het even

Want het schijnt er goed toeven

Te zijn

Er is nog niemand

Teruggekomen.

 

©leny kruis