Home » Petra » Korte Verhalen

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Oudergesprekken


Oudergesprekken, je maakt wat mee! Met 4 kinderen is elk oudergesprek anders. Drie keer per jaar zitten ouders, leerkrachten en kinderen om de tafel. Bij elk kind met een ander gevoel. Vaak is al aan het gezicht van de leerkrachten te zien welke kant het gesprek op zal gaan. Ik zit klaar met pen en papier om het besprokene op papier vast te leggen. Daar sta ik om bekend. Leerkrachten reageren wisselend op mijn geschrijf, de een wat ongerust en goed oplettend wat hij of zij met me bespreekt, de ander maakt er grapjes over. Als ik treuzel om het te pakken wachten ze geduldig tot het papier op tafel ligt. Maar dan kan het gesprek toch echt beginnen!

Zo stond oudste dochter op school bekend als een meisje dat altijd vreselijk lief en hardwerkend van karakter was. Thuis kon ze zich enorme zorgen maken over proefwerken, werkstukken en presentaties. Ze werkte keihard en haalde prima cijfers; en nam geen genoegen met een zeven of lager. We moesten haar ijver indammen om ervoor te zorgen dat ze ook nog genoeg slaap en ontspanning kreeg. Tijdens de oudergesprekken kreeg ze veel complimenten. De leraren waren erg tevreden over haar. Bij die oudergesprekken was ze altijd rustig en beleefd en deed goed mee aan het gesprek. De gesprekken waren altijd rustig en prettig.


Zoonlief was buiten school heel actief met politiek, muziek, vrienden, vriendin en werk. Nooit zag ik hem studeren! Hij gaf aan dit in zijn vrije uren op school te doen. Bij oudergesprekken was hij zelden aanwezig omdat hij in de avonduren vergaderingen had. 
De mentoren vonden hem een 'coole gast' en snapten dat hij niet aanwezig kon zijn. Ik vond hem inmiddels volwassen genoeg om zijn boontjes zelf te doppen. Met school werd afgesproken dat ouderavonden niet meer nodig waren, tenzij er problemen waren. Hij rolde zijn jaren door en zelfs toen hij de weken voor het eindexamen de ziekte van Pfeiffer kreeg wist hij nog met vlag en wimpel te slagen! Mijn ongeruste waarschuwingen sloeg hij in die jaren laconiek in de wind met de opmerking: "Mam, denk aan je hart! "

De jongste: ach hoe lief nog. Praten over hoe het loopt op school. Haar rapporten zijn prima en ze is rustig in de klas. De oudergesprekken zijn gezellig, vrolijk en ontspannen. De leerkrachten zijn inmiddels al jaren bekenden voor me. Het is meer een gezellig bezoekje! Het laatste rapport ziet er weer mooi uit en ik maak me dan ook weinig zorgen over het aankomende gesprek.

Maar dan: 15-jarige dochter doet het meer dan goed op school. En toch is elk oudergesprek in haar bijzijn een groot avontuur. De mentoren moeten tijdens de gesprekken stiekem om haar lachen. Erachter komen waarom ze zo druk was bij biologie? Logisch toch! "Dat skelet kijkt me voortdurend aan en dat leidt me af!" Ook had de leraar dezelfde puntenslijper als thuis! Een dezelfde dag verkregen straf wegens veel kletsen was ze 'vergeten' aan me te vertellen. Toen een leerkracht die haar jarenlang had geholpen vroeg of ze er wat aan haar hulp had gehad, was het antwoord: "Eigenlijk had ik het prima zelf gekund."

Het laatste gesprek was met meerdere leerkrachten. Één leerkracht begon het gesprek. Toen ik te snel een aanvulling wilde doen werd ik figuurlijk op mijn vingers getikt door deze enthousiaste man. Goed, hij had gelijk. Ik had hem even moeten aanhoren. Dochterlief voorzag dit van het volgende commentaar: "Jahaaaaa, even geduld, mam!!!"  Ze keek me hierbij corrigerend aan. Het leek mij verstandiger om niet te reageren. Ik liet alles op zijn beloop. Liet iedereen praten, luisterde en reageerde braaf op de momenten dat dat van me verwacht werd. En toen werd aan dochterlief uitgelegd dat je je kunt blind staren op problemen, maar dat het beter is oplossingsgericht te denken! Ze keek wat verbaasd en vroeg wat ze precies bedoelden. Na een heldere uitleg riep ze enthousiast dat ze het snapte. En dat ze het snapte wilde ze aangeven met het volgende voorbeeld: "Mama richt zich vooral op mijn problemen! Zij moet dus voortaan ook oplossingsgericht denken!!!" Hier herkende ik mijn ‘zwakke’ punt. Ik was perplex, de blikken waren op mij gericht. Lachende leerkrachten en een triomfantelijke blik van Jorine. De vlammen sloegen me uit en ik begon zenuwachtig te lachen. Ook de leraren begonnen te lachen. Ik heb gevraagd of ik de rest van het oudergesprek van onder de tafel verder mocht volgen.

Het gapen van Jorine aan het einde van het gesprek werd door haar uitgelegd. "Gisteren heb ik tot heel laat geleerd voor mijn proefwerken!" Jullie snappen dat het gesprek nu word afgerond. We mochten naar huis. Zij vrolijk en uitgelaten, weer helemaal fit. Ik wat stil, maar trots op dit kind. Volgende week is er weer een oudergesprek. Samen met  mijn 15 jarige dochter.

Ik kijk er nu al naar uit! 

©Petra Jansen

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

                                                    Fietstocht

Vandaag is het een echte dag om er op uit te gaan. De zon schijnt volop en het is niet te warm. Precies zoals ik dat lekker vind. Dat ik niet de enige ben blijkt verderop wel uit mijn verhaal!

Ik heb vandaag een fris zomerjurkje aan en heb besloten de armen en benen maar eens bruin te laten worden!

Het is voor mij een vrije dag dus ik heb alle tijd. Ik pak mijn fiets en ga op mijn gemak richting het platte land hier net buiten ons dorp.

Nu woon ik al jaren op deze plek en ken ondertussen bijna alle mooie stukjes. Als ik het dorp uit rijd kom ik langs een grasveld met daarachter dichte struiken en hoge bomen. Op het grasveld huppelen wilde konijnen rond, de jonkies vrolijk springend achter hun moeders aan. Als ik het bruggetje over fiets waar de eenden zwemmen met hun inmiddels flink gegroeide kuikens, kom ik uit in the middle of nowhere en zie alleen nog maar bomen, struiken en weilanden. Het ruikt naar bloemen en vers gemaaid gras.
Opeens zie ik een aantal pony's in het gras grazen. Een paar kijken mij even aan, maar zijn te druk om me meer aandacht te geven. Een pony ligt in het gras te rollen en te draaien en blijft stil op z'n zij liggen en kijkt mij daarbij lodderig aan. Zijn vacht zit onder de grassprieten. Hij geniet van het mooie weer. Dat is wel te zien en het werkt nog aanstekelijk ook!
Ik geniet van mijn fietstocht en fiets verder!


Bij een oud wit huis lopen drie ezeltjes rond. De man die daar woont hangt over het hek en kijkt tevreden naar zijn land en prachtige dieren. Wat een heerlijk plekje is het hier. Rust en stilte regeren en dat is tegenwoordig heel zeldzaam.
Ik rijd door en kom uit bij een weiland met schapen. Vol verwachting lopen ze naar me toe in de hoop dat ik wat te eten heb meegenomen, maar aangezien ik niets van hun bestaan hier wist gaat dat feest helaas niet door.

Opeens hoor ik de kerkklok van onze mooie grote Lambertuskerk twaalf keer slaan. Zelfs het carillon laat van zich horen en dus wordt het tijd om naar huis te gaan, want mijn hongerige kinderen komen naar huis!
Terug op het fietspad ga ik op huis aan. Verderop springt het stoplicht op rood om de grote weg over te steken, terug naar de bewoonde wereld.


Aan de overkant zie ik de Pim-Pam-Pet club van ons dorp staan. De 60+wandelclub wacht op groen licht om over te steken. Ze lijken er zin in te hebben. Getooid in dezelfde kleuren waarbij een normaal mens vlekken voor de ogen krijgt lijkt het alsof ze een uniform dragen. Gestoken in afritsbare broeken en slobberende shirts waarin uitgerekte boezems richtingloos zwabberen. Ondanks de hitte dragen ze windjacks en niet te vergeten enorme wandelschoenen waarmee bergwandelaars hun bergpaden betreden. Maar de enige berg die zij betreden is hooguit het stoeprandje.

Voorop staat de 'leidinggevende' in een oogverblindend geel hesje. Nou ja, voorop? Het is een zooitje ongeregeld! De groep van een man of 20 staat verspreid over de stoep en op het grasveld, en niet te vergeten: het fietspad! Ze kletsen elkaar de oren van het hoofd.
Dan springt het licht op groen. De akela roept: "GROEN!" en de stoet zet zich tegelijk in beweging. Niet alleen op de stoep, maar ook op het fietspad. Het fietspad waar ik fiets. De akela roept met luide stem "FIETS!" Maar helaas, hij wordt niet gehoord! De wandelaars kijken mij wat suffig aan maar doen geen stap opzij! Ik stap af en wring me hortend en stotend door de groep. Als ik aan de overkant aankom kijk ik nog even perplex om!
Waar zijn de ouderen waar ik in de bus voor opsta, die ik voor laat gaan in de winkel? Ergens zullen ze zijn maar niet in onze 60+ Pim-Pam-Pet wandelclub!

 

©Petra Jansen.

 +++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

 

 

00000000000ZEIKWEERPETRA.jpg

Kort winkelen.

 

Op een koude stormachtige vrijdag zou ik naar mijn lieve vriend Peter reizen. Maar eerst plakte ik er een dagje naar mijn ouders aan vast. De ochtend liep nogal gehaast en het leek of alles tegenzat.
Ik had mijn witte, zachte, wollen lievelingstrui gewassen. Ik dacht dat hij wel droog zou zijn voor ik moest vertrekken, maar daar had ik me in vergist. Op het moment dat ik moest vertrekken was hij vochtig, maar de col en de onderrand waren eerlijk gezegd nog zeiknat. Maar ja, ik ben eigenwijs en had mijn zinnen op DIE trui gezet. En dus trok ik hem aan met mijn jas erover. Ik pakte mijn koffer en vertrok richting bus.


De routes van de bussen waren veranderd en in plaats van 5 minuten moest ik nu 20 minuten lopen. Normaal gesproken dan....
Halverwege realiseerde ik me opeens dat ik mijn medicijnen vergeten was. Dit is een medicijn voor elke dag en als ik hem vergeet krijg ik vreselijke koppijn. Ik moest dus terug. En na een dik half uur wandelen door een flinke storm met windkracht 9, en een flinke regenbui kwam ik koud en verzopen aan bij de nieuwe bushalte. Wat had ik het koud! Pas toen ik in de bus zat realiseerde ik me dat ik, dankzij de natte trui niet alleen een natte jas had. Mijn jas was van binnen en van buiten nat, maar ook mijn T-shirt en de bovenkant van mijn broek. Natuurlijk was er geen oplossing voor op dat moment, dus er bleef niets over dan mijn reis van drie kwartier koud en bibberig te vervolgen.

Aangekomen bij de bushalte vlakbij mijn ouders hield ik het niet meer uit. Mijn ouders zaten met smart op me te wachten maar ik dook toch het eerste kledingzaakje in om iets droogs te kopen. Ik vond een zwart hemdje en een bloesje in de uitverkoop en wilde snel afrekenen en doorsnellen naar mijn ouders. Maar dit liep anders dan gepland. Er stond een dame van een jaar of zestig voor me. Ze kwam slipjes ruilen.

'Deze slipjes heb ik eergisteren bij jullie gekocht, maar ze passen niet. Ik heb maat XL nodig.' Vertelde ze luid en duidelijk.
Deze maat was niet meer beschikbaar in de winkel. De verkoopster besloot een aantal winkels te bellen in de enorm wijde omgeving. Bij de vijfde winkel stond ik me op te vreten en had zij eindelijk beet. Toen moesten de gegevens van de klant in het grote boek opgeschreven worden om haar te kunnen bellen als deze waren aangekomen. Ze wist haar telefoonnummer niet meer, zelfs bij haar adres vergiste ze zich. Toen het grote boek eindelijk was opgeborgen waren we een minuut of 10 verder. Ik hoopte dat ik nu eindelijk aan de beurt zou zijn, maar toen vroeg de verkoopster of mevrouw een klantenkaart had! Die had ze niet maar wilde ze wel. Mijn ogen begonnen vanzelf te rollen en mijn gezucht kon ik niet meer onderdrukken! De verkoopster keek me expres niet aan. De klant begon zich steeds meer thuis te voelen.

De details over de te kleine slipjes kwamen nu naar boven.

‘Ik deed dat slipje aan en na een half uur zat hij in mijn spleet. En bij het kruis schuurde het zo vreselijk!’

Ze maakte daarbij een gebaar met haar billen waardoor ik er tot mijn afschuw beeld bij kreeg. Mijn ogen rolden nu alle kanten op en ook de verkoopster wist niets meer uit te brengen dan:

'Dat is inderdaad niet aangenaam.'

Nee, dit wachten en aanhoren was aangenaam!!! Mijn ouders zaten te wachten en ik wilde droge kleren aan!!!! Eindelijk vertrok de klant na een enorme uitleg over wanneer de slipjes aan zouden komen en hoe haar klantenkaart werkte. Toen ik voor de verkoopster stond zei de met een zucht: 'Bedankt voor uw enorme geduld! Wat duurde dit lang!!'

Ik mopperde wat, betaalde en vertrok. Op naar een warm huis, droge kleren en rust.

 

©PMJansen  

            

 

 

 

 

 

.

                                       Floor de waakpoes

Sinds een dag of drie is er onrust in huis. De garage wordt aan de buitenkant gerenoveerd.
Eergisteren stond er opeens een vreemde man in de tuin met veel soorten materialen en gereedschappen. En die gereedschappen hadden elk één ding gemeen: ze maakten een vreselijke herrie. Tussen de bakstenen werd het oude cement weggehaald. De brokstukken vlogen in het rond.

Voor de keukendeur staan onze drie poezen in een rijtje klaar om hun ochtendwandeling te beginnen. Maar zodra ik de deur open zie ik ze twijfelen. Floor zet een paar stapjes naar buiten maar tegen zoveel lawaai is zelfs ons stoere poezenbeestje niet opgewassen! Ze rennen weer geërgerd naar binnen en delen elkaar flinke tikken uit, en besluiten dan het huis binnen onveilig te maken. Ze rennen trap op- trap af tot ze uitgeput in slaap vallen; ieder op een eigen verdieping.



De tweede dag van de renovatie verloopt anders. We zien de 'werkman' maar heel even. Met een hoge drukspuit spuit hij de garage schoon! Overal in de tuin liggen plassen water.
Kijk! Dit is pas interessant! Eindelijk kunnen de dames en heer naar buiten om deze plassen water te bestuderen. Pootjes erin en afschudden. Slokje drinken terwijl je in huis bakjes met fris drinkwater hebt staan. Het maakt niet uit, ze hebben dolle pret en kunnen gelukkig weer naar buiten!

boksende-kat-1.large.gif



De derde en laatste dag van de renovatie is aangebroken. Om half 8 staan de poezen weer voor de keukendeur, klaar om naar buiten te rennen. Floor gelooft haar ogen niet. Alweer staat er een vreemde man in de tuin, met een helm en een kruiwagen.


Prinses en Zwiebertje rennen angstig naar binnen maar Floor raapt alle moed bij elkaar en gaat recht voor de man staan. Ze heeft er nu wel genoeg van en staat naar de man te grommen als een stoere waakpoes! De man moet er erg om lachen want Floor ziet er klein, lief en heel ongevaarlijk uit.


Zolang hij aan het werk is staat ze er met haar roze neusje bovenop om te kijken of hij zijn werk wel naar behoren uitvoert.

Na een uur is de man klaar. De rust keert terug en over elkaar rollebollend rennen de drie poezenbeesten naar buiten, klaar voor nieuwe avonturen!

 

 

 

Donderdag, 13-11-2014.

©Petra Jansen

 

 

 

 

 

                    Een wonderlijk verhaal.

Natuurlijk zou ik jullie kunnen vertellen dat ik ergens naar toe reisde, op vakantie ging of dergelijke dingen. Maar zo gebeurde het niet.
Nee, ik stond plotseling naast een groot meer, omringd door palmbomen. Je zou denken: in welk tropisch oord ben ik beland? Maar ook dat was niet zo. Overal lag verse sneeuw. Ingepakt in een warme jas, een dikke sjaal en een wollen muts liep ik op mijn winterlaarzen langs het meer.

 

Ik draaide me om en zag overal houten kraampjes staan. Het was donker en alle kraampjes waren verlicht met zachte verlichting. Het rook er naar vers gezaagd hout en er brandde vuurkorven. Ik besloot om rond te gaan kijken.

In een kraampje stond een oud echtpaar. Ze hadden een grote ketel waaruit heerlijke geuren opstegen. Toen ik langsliep riep de vrouw me. Ze reikte me een zakje aan. Ik maakte het zakje open en rook de zoete geur van gepofte kastanjes. Het water liep me in de mond en ik kon de drang niet weerstaan om er eentje te proeven. Ik hoefde niets te betalen en ze wenste me fijne kerstdagen. Ik voelde me een gelukkig mens.

Ik liep verder en rook de geur van verse vis die uit het meer opsteeg. Maar ik was nog steeds alleen? Wat was er aan de hand?
Opnieuw kwam ik bij een kraampje met daarin een man die broodjes verkocht en hij bood mij er een aan. Weer hoefde ik niet te betalen. Ik bedankte de man en nam een hap. Het broodje smaakte anders dan ik verwachte: zout. In eerste instantie reageerde ik verbaasd en vroeg me af of ik het wel lekker vond maar als snel was ik aan de smaak gewend. Er kwam opeens een gevoel van verdriet naar boven; een traan biggelde over mijn wang. Wat gebeurde er met me. Ik wilde dit helemaal niet!

Wat was hier gaande? Ik was op een soort kerstmarkt maar niet in Nederland. Ik kreeg dingen aangeboden, maar hoefde niets te betalen, Ik was alleen en leek doelloos rond te lopen. En toch leek het of ik gestuurd was en me er iets verteld werd.
Het leek alsof ik een duwtje in mijn rug kreeg om door te lopen. Bijna als vanzelf liep ik rechtsaf. Ik rook dieren en stro. In eerste instantie dacht ik dat ik bij een kerststal aangekomen was, maar hier was een kudde schapen. Een herder zat er rustig bij op een houten kruk. Zijn ogen vielen mij op en hadden iets aantrekkelijks. Ik leek ze te herkennen. Ze stonden vriendelijk en de man wenkte mij. Hij gaf me een gevoel alsof ik hem kende, een gevoel van geluk en vertrouwen. Wie was dit?

Ik liep zwijgend op hem af. Hij trok een tweede krukje bij zich en gebaarde mij te gaan zitten. Hij gaf me een glas warme zoete wijn. Ik was inmiddels door en door koud en voelde dit warme zoete vocht mijn lichaam verwarmen. De verlaten- en verdrietige gevoelens verlieten mij, en ik kreeg er een gevoel van rust voor terug.

Toen begon de man te spreken: Ik ben het nieuwe jaar. Het komende jaar zul je zoute momenten kennen. Zout zoals het broodje dat je hebt gegeten, maar je zult het aankunnen. En zoet zoals de kastanjes die je proefde, maar vooral zoet zoals deze warme wijn. Het geluk en warmte zullen overheersen en je kracht geven. Wees sterk en heb vertrouwen in jouw kracht!

Had ik geslapen of had ik gedroomd? Opeens zit ik in mijn stoel met mijn rode deken over me heen. Op de grond ligt een zakje. Velletjes van gepelde kastanjes liggen op mijn deken met in mijn mond de smaak van warme zoete wijn.

Ik voel me gelukkig en behaaglijk warm.

Ik weet het: ik heb weer vertrouwen gekregen. Ik kan deze toekomst aan, wat er ook gebeurt.

 

©Petra M. Jansen.

Zondag, 19-Okt-2014.

 

 

                                                  Floortje


 

Floortje kwam twee jaar geleden bij ons wonen. Haar moeder was een prachtig zwart, slank zwerfkatje dat zwanger was van 3 kittens.

Ze werd opgevangen in een gastgezin. De vrouw die voor deze poezen zorg droeg was een bijzonder iemand. Ze had een deel van haar huis en tuin ingericht voor de poezen die ze tijdelijk opving en 2 slaapkamers waren ingericht als kraamkamers. Alles was schoon en verzorgd. De katten zagen er rustig, gelukkig en gezond uit. 

Ik kwam met mijn oudste dochter kijken naar Floortje. Ons oog was op dit mooie poesje gevallen, natuurlijk was ze niet de enige waar we op vielen. Maar helaas, we hadden nog plek voor één poes. 
We werden eerst rondgeleid door de vrouw die deze katten zo liefdevol opving en verzorgde. De poezen kwamen op ons af en waren vol vertrouwen. Dat was voor mij een goed teken. Ze hadden warmte en een goed verblijf bij deze vrouw. Ze waren allemaal sociaal en vertoonden een normaal en nieuwsgierig gedrag.

We werden naar boven geleid, naar een van de kraamkamers. Hier bevond zich de zwarte mama-poes met haar kleintjes. Ik herinner me niet meer welke kleur de andere kittens hadden. Floor was in ieder geval zwart-wit. Wat me opviel, was dat de moederpoes heel verzorgend was. Één piepje van haar kittens en ze liet ze drinken. Ze waren 8 weken en aten gewoon, waren zindelijk. Bij de moeder drinken moest nu stoppen, want deze verloor kracht. Bovendien was ze net gesteriliseerd en had rust nodig. 
Het werd dus tijd dat onze Floor met ons meeging. En wij waren er klaar voor! We verheugden ons op haar komst! 

Iets zei me dat ik haar niet zomaar moest oppakken. De moeder van Floortje zocht contact met me. Ze klom op een krabpaal om op mijn hoogte te komen. Ze keek me aan op een bestuderende manier. Ik begon zachtjes tegen haar te praten. Vertelde dat we haar kitten mee gingen nemen en dat we heel goed voor haar zouden zorgen. Moederpoes gaf me kopjes en likte me. We voelden een band: zij en ik.
Ik pakte Floortje in mijn armen en liep naar haar moeder toe. Ze likte haar kitten, maar ook mijn hand. Het leek bijna of ze me haar goedkeuring gaf om haar jong mee te nemen. Ze sprong op de grond en miauwend riep ze Floor. Ze ging op haar zij liggen en gaf Floortje haar laatste voeding.

Floortje was daarna goed gevoed, levendig en rende alle kanten op. Ze rende weg en kwam weer terug. Ze leek er een spelletje van te maken. Uiteindelijk wist de vrouw die voor haar gezorgd had haar te pakken. 

Na alle goede aanwijzingen over de verzorging van Floortje en het invullen van de papieren mocht ze mee! Veilig in haar mandje vertrokken we in de auto naar haar nieuwe huis! 

De komst van Floor was een grote verrassing voor mijn jongste dochter. Het zou haar poes worden en de komst was een grote wens van haar. 
Op mijn verzoek sloot ze haar ogen. Ik zette het kleine pluizenbolletje op haar schoot. Toen ze haar ogen opende schoten de tranen in haar ogen van blijdschap. Ze is nog elke dag intens blij met haar poezenbeestje en samen knuffelen ze nog veel!

Nu nog de kennismaking met onze Prinses. Dit was wel het meest spannend! Prinses, onze mooie lapjeskat, keek Floor nieuwsgierig aan. Ik hield Prinses vast, oudste dochter lette op Floor. Wat zou Prinses gaan doen. Ze snuffelde aan de neus van Floortje. We zetten ze op de grond zodat ze elkaar rustig konden leren kennen.

Opeens besloot Prinses zorg te gaan dragen voor dit kleine vertederende wezentje. Ze likte haar geruststellend en waakte over haar als een moeder. 
En zo werd Floortje een heel erg welkom lid van ons gezin! 

 

©Petra Jansen


 

          002: 090414

                               Meisje in de trein.


Het is zo'n dag waarop ze bij de NS zware dingen meemaken.  Er was een vreselijke aanrijding geweest op het traject waar ik normaal gesproken met de trein langsrij. Ik moest een andere trein nemen om op de plaats van bestemming te komen. Natuurlijk had ik begrip voor de situatie, maar ik was ongeduldig en bezig met maar één ding: aankomen waar ik naar toe ging.

Het is carnaval en de trein zit vol verkleedde en duffe carnavalsvierders. Ze hebben er al twee feestdagen – en dito nachten opzitten en dat is duidelijk te zien. Het is druk in de trein. De gangpaden staan meer dan vol en de controleur heeft het controleren maar opgegeven. Op een stoel naast me zit hij rustig met een tijdschrift weg te dromen en bekijkt foto’s van verre zonnige landen met witte stranden.

Tegenover me zit een moeder met een blond dochtertje. Ik schat haar iets ouder dan mijn jongste van tien. Iets boeit me aan haar. Een mengeling van kind en het toekomstige grote meisje zijn allebei aanwezig in haar verschijning. Herkenbaar, want dat zie ik ook bij mijn jongste terug: meisjes tussen servet en tafellaken. Ze is ongerust of ze wel in de goede trein zit, en verwonderd over wat ze om zich heen ziet. Nieuwsgierig of haar vader al thuis is en dat zij en haar mama als eersten thuis zouden zijn. Ze overstelpt haar moeder met vragen. Glimlachend en rustig krijgt ze op alles antwoord. Moeder en dochter, al een hechte eenheid. Dat zie je in een oogopslag.

Aangezien wij in het westen van het land arriveren hebben de carnavalsvierders de trein inmiddels verlaten. Studenten nemen hun plaatsen in; ze moeten hier weer naar school na een week vakantie. Het wordt weer rustig in de trein. De controleur staat op en ziet weer kans zijn ronde te doen. Het meisje laat trots haar kaartje zien en bestudeert de man aandachtig. Met een glimlach wenst hij haar een goede reis en gaat weer verder.

De trein nadert het station waar het meisje met haar moeder en ik moeten uitstappen. Haar moeder pakt meerdere buitenspeelattributen onder de arm. Opeens voel ik dat het meisje haar voeten tegen de mijne schuift.  Ze zoekt contact en kijkt wat verlegen. Ik zie haar naar mijn tassen kijken en merk dat ze hoopt  op een praatje. “Hallo”, zei ik tegen haar. Als ik vraag hoe oud ze is vertelt  ze dat ze elf jaar is. Ik vertel haar dat mijn jongste bijna net zo oud is als zij, en wij maken gezellig een praatje.

Ik sta op om uit te stappen en wens haar een mooie dag. 
Ze streelt over het kwastje van mijn handtas. “Ik vind jouw tas zo mooi, ” zegt ze, terwijl zij mij ook haar tas laat zien. Een echte damestas, met veel mooie pastelkleuren! Opvallend veel roze. Ik kan niet anders dan de tas erg bewonderen. Samen met haar mama lopen wij naar de deur om uit te stappen. Daar scheiden onze wegen.

Een bijzondere ontmoeting op een drukke en gehaaste dag zorgt ervoor dat ik me realiseer dat je om je heen moet kijken om de mooie dingen te zien. Een meisje van elf geeft me deze wijze les, zonder het te beseffen. 

 


 ©Petra Jansen.


 

 

      Stiltecoupé.

 

 

Afgelopen weekend was het prachtig weer en ik ging een weekendje op stap. Aangezien ik meestal alleen reis kan ik rustig in een stiltecoupé gaan zitten zonder andere reizigers te storen. Af en toe niesen, hoesten, een per ongeluk afgaande telefoon stil moeten zetten of het prullenbakje te hard dicht laten gaan kan gebeuren. 
Deze geluiden veroorzaken alleen nergens zoveel ergernis als in de stiltecoupés.

Afgelopen weekend was niet zomaar een weekend. De zon scheen en bovendien kon je deze zondag gratis terugreizen met je Boekenweekgeschenk. Er heerste een grote drukte op de stations en in de treinen. Bovendien waren er wat treinen uitgevallen dat bij de dagjesmensen voor paniek zorgde. Ze renden de conducteurs achterna voor informatie en renden dan weer terug richting aangewezen treinen. 
Aangekomen op de juiste perrons zwaaiden diezelfde mensen trots met hun dagkaartjes, die zij bij een bekende landelijke drogist hadden gekregen. Niet wetend hoe ermee om te gaan sloeg de paniek opnieuw toe. Moeten de kaartjes afgestempeld worden of moeten ze inchecken? Dit vraagstuk leverde ook weer problemen op. Een oudere dame zwaaide met haar dagkaartje voor een blauw en rood oplichtende pilaar bij de roltrappen. Een oplettende controleur zag het gebeuren en wees haar hoe het werkte.
Normaal gesproken koop ik op het station thee of koffie voor ik de trein in ga. Maar ook dat lukte deze keer niet. De dagjesmensen hadden kortingsbonnenbonnen gekregen: voor een bekertje koffie, of thee met een appelflap erbij. Rijen dik stonden ze voor de kiosken. Voor de meesten vergeefse moeite omdat de wachttijden bij de kiosken langer waren dan die voor de trein. 

Ik besloot de stiltecoupé in te stappen waar nog een enkele plek te vinden was. Wat rumoerig ging er een groepje jonge meisjes zitten. Verder was het hier erg stil. Er heerste zelfs een dreigende stilte en dat trok mijn aandacht. Ik pakte mijn telefoon om hem op stil te zetten en voelde ogen prikken. Ik keek op, recht in de ogen van een schuin tegenover me zittende man. 
Je zou kunnen verwachten dat hier een romantisch lenteverhaal begint, maar nee. De man was een jaar of 45 en droeg een zwart leren jack, zwarte spijkerbroek en zwarte werkschoenen. 
De man gebaarde me dat ik hier stil moest zijn en wees naar de letters 'silence' op de ramen. Ik besloot niet te reageren maar mijn interesse was gewekt. Wie was deze man dat hij vond dat hij in de stiltecoupé de dienst mocht uitmaken? Hij deed geen laptopwerk, las niet;  eigenlijk niemand in deze coupé las iets. Langzaam en rond spiedend zat hij een plastic beker yoghurt leeg te lepelen. Verder was iedereen in de coupé druk bezig met stil zijn.


Achter mij praatten 2 meisjes zachtjes. Ik bleef de man tegenover mij gebiologeerd aanstaren, wachtend op zijn reactie en die kwam al gauw. Langzaam en dreigend stond hij op en liep naar de meisjes toe. Met de yoghurt nog om zijn mond siste hij ze boos toe dat ze hier niet mochten praten. Ze waren ervan onder de indruk en bleven de rest van de reis stil. Zelfs fluisteren durfden ze niet meer. Tevreden ging de man zitten. Zo! Dat had hij eens even snel opgelost, zag je hem denken.

Wij arriveerden in Tilburg en hier stapte een keurige oudere dame de trein in. Ook zij betrad onze dreigende stiltecoupé. Al snel proefde ook zij de sfeer. Op dat moment ging haar telefoon. Ze drukte hem razendsnel weg en ook zij zette hem op stil, maar de woedende blik van de man tegenover mij had ook zij al ontvangen. Ze besloot niet te reageren en geen lawaai te produceren.
De man gooide zijn, inmiddels lege yoghurtbakje in de prullenbak, maar vergat hierbij dat deze prullenbakjes dichtknallen. Ik zag hem stiekem rondkijken toen hij onverwacht deze knal veroorzaakte. Ik besloot hem recht aan te kijken, neutraal maar doordringend en streng. Hij zag het maar keek direct weg. 

Aangezien ik last heb tijdens deze periode van alle mooie en heerlijk geurende bloesems en stuifmeel ontsnapte mij een nies, misschien iets te luidruchtig. Dat geef ik toe. Ik hoorde de meisjes achter me gniffelen en achterom kijkend gaf ik ze een knipoog. Nu ontstond het volgende probleem: haal ik mijn neus op of snuit ik mijn neus. Beide maken lawaai. Aangezien ik keurig ben opgevoed besloot ik toch mijn zakdoek tevoorschijn te halen wat al geknisper veroorzaakte. Een geluidje van niks, maar in deze sfeer een zeer luidruchtige bezigheid. Ik moest even moed verzamelen en snoot toen mijn neus. Alle reizigers keken met een grote grijns naar me, behalve de controlerende heer. Ik zag hem vanuit mijn ooghoeken met een dreigende blik naar me kijken. Ik nam mij voor het niet te zien, dumpte de zakdoek in het prullenbakje en liet het met een diepe zucht luidruchtig dichtknallen. Zo! Gedaan en mijn frustratie was voor even met de knal van de prullenbak verdwenen. 

Wij arriveerden bij het volgende station: Breda. Hier kwamen twee heren binnen met rugzakken. Ze waren gezellig aan het praten en zagen niet dat ze in een stiltecoupé waren. 
Bovendien gingen ze naast en tegenover de 'stiltecontroleur' zitten. Alle reizigers keken naar de man: wat zou hij gaan doen? Hij keek woedend en hield zijn vinger tegen zijn lippen. Hij siste: "Sssssssssttttt!" en wees met zijn vinger priemend naar het woord 'silence' op het raam. De heren sloten meteen hun mond. 

 

Bij het volgende station mocht ik de coupé verlaten om over te stappen op de volgende trein.
Ook hier was het druk en ik had weinig keus. Opnieuw was er alleen een plek in de stiltecoupé. Ik stapte binnen zocht een plekje en voelde al direct de sfeer. Ook hier heerste rust, maar niet dreigend. De mensen fluisterden zachtjes en hielden rekening met elkaar. Zonder dreiging of dwang.

Wat was dat voor een man die in de eerste stiltecoupé zo dwingend de stilte opeiste en daarmee een  dreigende sfeer veroorzaakte. Blijkbaar kan het ook anders, zonder dwang. Volgende keer ga ik weer in de stiltecoupé zitten. Heerlijk die rust, maar ik hoop op vriendelijke en gezellige medereizigers. We mogen elkaar er best op wijzen dat we niet voor niets in een stiltecoupé zitten. Maar dat kan ook op een vriendelijke manier.


 

 

 

  Onverwacht bezoek

 

Het is 4 uur 's middags. Het is stil in huis. Jongste speelt bij een vriendinnetje. Oudste en puberdochter zijn vertrokken naar de grote stad om eens ouderwets te shoppen. Zoonlief en ik zitten in de woonkamer. Buiten is het koud, ondanks dat de zon schijnt.

Ik zie uit mijn ooghoeken een schaduw langs het huis voorbij komen. Dan gaat de bel. Op zich niet vreemd. Zoonlief staat op en gaat richting voordeur. Ik hoor vaag een mannenstem. Dan staat zoon in de kamer en kijkt me wat bezorgd aan.

 “ Mam, buurman van verderop staat aan de deur. Hij is ladderzat. Wat moet ik doen?” Ik vraag of buurman een agressieve dronk lijkt te hebben. Dat blijkt niet zo te zijn. Verder is hij zo dronken dat hij tot niets meer in staat is. Dankzij zijn werk als EHBO’er bij grote evenementen heeft zoon redelijk wat ervaring opgedaan om met aangeschoten mensen om te gaan. Ik ga met mijn telefoon in de hand achter de deur staan, klaar om in te grijpen als het nodig mocht zijn!

Zodra zoon de deur open doet, kijkt buurman hem wat verdwaasd aan. Hij weet zich even geen raad en zegt dan: 'Ik weet absoluut niet wat ik hier doe!' Zoonlief antwoordt dat hij het ook niet weet.

 "Wat doe jij hier?" vraagt buurman met dubbele tong.

 "Uh, ik woon hier," antwoordt zoon zuchtend. Buurman zoekt en zoekt en opeens lijkt hij het weer te weten.

"Is je vrouw thuis?" vraagt hij. Als zoon zegt dat hij niet getrouwd is gaat buurman verder.

“Ik geloof dat ik het weer weet. Ik wilde je zus vragen om mee te gaan sporten!”
Ik kan jullie wel vertellen dat, zelfs áls ze thuis was geweest ze NIET tot de deur zou zijn gekomen.

 “Ik heb me moed ingedronken,” zegt buurman lallend. “Nu durf ik het te vragen want ik vind haar zo'n lekker wijfie!'

Terwijl buurman nog wat onverstaanbaar  praat probeert zoonlief hem overeind te houden. Na rustig op hem in gepraat te hebben verdwijnt buurman weer net zo rustig en waggelend als hij gekomen is.

Een dronken man die zo om mijn mooie oudste dochter vraagt, heeft het wel voor eeuwig bij me verbruid! Wat denkt hij wel! Het is een prachtig en wijs meisje en alleen het beste is goed genoeg voor haar! Mijn tijgerinnenbloed borrelt volop. Mijn oudste dochter, mijn kanjer!

In haar leven heeft ze moeten laten zien hoe sterk ze is. Ze is wijs genoeg om deze man te ontwijken. En toch heb ik zin om mijn huis volop te barricaderen en haar te beschermen!

 ©Petra Jansen

 

 

KONIJN.

                                        


Over de meeste van onze huisgenoten heb ik het al eens gehad. De kinderen, de poezen, maar nog nooit over het dier dat verreweg de meeste aandacht nodig heeft. Ik heb het over Oma Konijn, genaamd Miffy. Ze is in ons leven gekomen toen ons vorige hangoor konijn Nijntje overleed. Ze was een heel aanhankelijk beestje. Op een ochtend ging het zo slecht met haar dat ik haar onverwacht en direct moest laten inslapen. Ik was er zelf vreselijk verdrietig van. Natuurlijk omdat we onze Nijntje kwijtraakten. Maar ook omdat de kinderen niet voorbereid waren. 

Wat ik verwachtte gebeurde. Dikke tranen werden vergoten en ik had mijn handen vol om 4 verdrietige kinderen te troosten. Een behoorlijke uitgebreide begrafenis werd geregeld met een graf onder de bessenstruik. Nijntje kreeg nog wat voer mee naar de konijnenhemel. En toen mocht ze gaan. We hadden er vrede mee.

Maar in de tuin stond nu een leeg hokje. We misten onze Nijntje vreselijk. En uitgerekend ik viel voor Miffy. Een grijs-wit zacht hangoor konijnenbolletje. En dus ging ze mee. In de tuin hadden we een groot hok met ren en daar heeft ze jaren gewoond. Ze riep ons als ze honger had, groef de vreselijkste kuilen in onze tuin en stal onze harten. 

Tot ze na al die jaren, afgelopen zomer, opeens ziek werd. Ze at niet meer, dronk niet meer en ging zienderogen achteruit. Oudste dochter, in haar vrije tijd de beste dierenverzorgster ter wereld, pakte direct de telefoon en belde de dierenarts. Hiermee redde ze op het nippertje het leven van onze Miffy! Terwijl ik jongste voorbereidde op het ergste, vocht de dierenarts voor het leven van Oma Konijn. Ze kwam weer thuis, maar de dierenarts had ons gewaarschuwd: de volgende dag zou ze misschien niet halen. Een intensieve medische verzorging was noodzakelijk en daar hoorde ook dwangvoeding bij. 

Oudste dochter verhuisde Oma Konijn naar binnen, compleet met nieuw hok. De hele dag verzorgde ze de incontinente oma. Oma ging in bad, oma kreeg dwangvoeding, oma werd ingezalfd en vooral: Oma Konijn werd vanaf nu platgeknuffeld. Ze knapte duidelijk op! Elke dag zag ze er beter uit, at en dronk ze weer en werd levendiger. En elke avond kwam ze op een handdoek bij ons op de bank zitten. Soms zit ze zich te wassen, soms wandelt ze wat rond, maar het liefst slaapt ze met haar koppie in de nek van puberdochter na haar kippenvel te hebben bezorgd door al het gesnuffel. 

Bovendien wordt ze streng bewaakt door Prinses, onze 2-jarige poes. Vanaf dag 1 dat konijn in huis trok ligt Prinses op de kooi. Maakt konijn een vreemd geluid dan gaat ze direct kijken. Als ze erg ongerust wordt komt ze ons halen door hard miauwend tussen ons en konijn heen en weer te rennen. 
Ze voelt zich pas rustig als de konijnenkooi open is en ze bij konijn kan gaan liggen. Ze besnuffelen elkaar en likken elkaar schoon.
Echte vriendinnen zijn het geworden! 

We hopen dan ook allemaal dat we nog lang van Miffy, haar geknuffel en gesnuffel kunnen genieten! 

 ©Petra Jansen

 

Mama uit de running

zwabberhobnd.large.gif

Op een dag sta ik op met rugpijn. Een zeurende pijn die tussen mijn schouders zit, maar een warme douche 
helpt meestal wel. Ik sta nog geen 2 minuten onder de douche of de pijn wordt zo heftig dat het zweet me 
uitbreekt.
Ik droog me af voor zover dat lukt, trek met moeite mijn ochtendjas aan en weet nog net mijn bed te bereiken 
voor bij mij ‘het licht uitgaat’. Als ik weer bijkom trek ik een handdoek over me heen. Zoonlief van 20 komt om 
de hoek kijken, want een moeder in bed, dat is natuurlijk vreemd. Hij stelt zijn vertrek naar school uit om even 
met mij te overleggen en zorgt dat ik pijnstillers krijg. Voor hij naar school vertrekt licht hij zijn zussen in, zodat 
die weten wat er aan de hand is. Pas als alles gedaan is, drukt hij me meerdere keren op het hart dat ik hem 
mag bellen als het niet gaat, en wanneer hij wel en niet bereikbaar is. Dan vertrekt hij naar school.


Jongste is die dag thuis en besluit een boterham voor me te maken, maar eerst helpt ze me in mijn pyjama en 
trekt het dekbed over me heen. Zelfs met medicijnen haal ik net de badkamer. Dan snel terug naar bed. Ik merk 
dat ik de dag liggend zal moeten gaan doorbrengen. Dit stukje wordt geen geklaag over mijn gezondheid, maar 
meer een verwondering wat er om me heen gebeurt.
De jongste van 9 en de middelste van 15 nemen mijn taken zonder mopperen over. Ze hebben net een week 
vakantie. De 15-jarige bestiert het huishouden of het niets is. Zij geeft aanwijzingen aan de jongste hoe zij kan, 
en mag, helpen. Samen overleggen ze over het avondeten. De middelste heeft nog nooit gekookt, maar nu 
staat ze in de keuken te kokkerellen alsof ze het al jaren doet! Als het klaar is krijg ik een bord voor mijn neus. 


Liggend peuzel ik al het lekkers op. Drinken krijg ik met een rietje, of het nou koffie is of water. Zij zorgt ervoor 
dat ik genoeg fruit krijg en dat het me aan niets ontbreekt. Als ik even overeind moet, houdt zij me waakzaam 
in de gaten of het wel goed gaat. ´s Nachts slaapt de jongste naast me. Zelfs in haar slaap streelt ze mijn rug. 
´s Ochtends brengt zij mij direct water om mijn pijnstillers in te nemen.
Deze kanjers hebben me 4 dagen lang geweldig verzorgd, en het huishouden gerund. Ik keek vol bewondering 
en trots toe.

 

Mijn onrust om als moeder niets te kunnen doen, veranderde in rust, verwondering en een gevoel 
van geluk om hoe deze kinderen zijn: lief, zorgzaam en ondernemend. Het is mede dankzij deze kinderen dat ik 
weer zo snel op de been ben.
Ik ben trots! Trots op mijn kinderen.


©Petra Jansen

 

 

Een wonderlijk verhaal. 

                                        
Natuurlijk zou ik jullie kunnen vertellen dat ik ergens naar toe reisde, op vakantie ging of dergelijke dingen. Maar zo gebeurde het niet.

Nee, ik sta plotseling naast een groot meer, omringd door palmbomen. Je zou denken: in welk tropisch oord ben ik beland? Maar ook dat is niet zo. Overal ligt sneeuw, verse sneeuw. Ik loop langs het meer met dikke winterlaarzen aan mijn voeten, een warme jas aan, een wollen muts op en een sjaal om. Ik voel me verloren en eenzaam. Ik ben hier alleen, ken niets en niemand.

Ik draai me om en zie overal houten kraampjes staan. Het is donker maar alle kraampjes zijn verlicht met zachte verlichting. Het ruikt naar hout en naar vuur. Ik besluit om rond te gaan kijken.

In een kraampje staat een oud echtpaar. Ze hebben een grote ketel waaruit heerlijke geuren opstijgen. Als ik langsloop roept de vrouw me. Ze reikt me een zakje aan. Ik maak het open en ruik de zoete geur en zie gepofte kastanjes. Het water loopt me in de mond. Ik steek er een in mijn mond en voel me gelukkig. Ik hoef niets te betalen en ze wenst me fijne kerstdagen.

Ik loop verder en ruik de geur van het meer. Waarom ben ik alleen? Wat is er aan de hand?

Opnieuw kom ik bij een kraampje. Hier staat een man. Hij verkoopt broodjes en biedt mij er een aan. Weer hoef ik niet te betalen. Ik bedank de man en neem een hap. Het broodje smaakt anders dan ik verwacht: zout. In eerste instantie reageer ik verbaasd en vraag me af of ik het wel lekker vind maar als snel ben ik aan de smaak gewend. Ik voel me opeens verdrietig, een traan biggelt over mijn wang. Wat gebeurt er met me. Ik wil dit helemaal niet!

Wat is hier gaande? Ik ben op een soort kerstmarkt maar niet in Nederland. Ik krijg dingen aangeboden, hoef niets te betalen,ben alleen en lijk doelloos rond te lopen. En toch lijkt het of ik gestuurd ben, of er me iets verteld wordt.
Het lijkt alsof ik een duwtje in mijn rug krijg om door te lopen. Bijna als vanzelf loop ik rechtsaf. Ik ruik dieren en stro. In eerste instantie denk ik dat ik bij een kerststal aangekomen ben, maar hier is een kudde schapen. Een herder zit er rustig bij op een houten kruk. Zijn ogen vallen me op en trekken me aan. Ik lijk ze te herkennen. Ze staan vriendelijk en de man wenkt me. Hij geeft me een gevoel van geluk en vertrouwen. Wie is dit?

Ik loop zwijgend op hem af. Hij trekt er een tweede krukje bij en gebaart me te gaan zitten. Hij geeft me een glas warme zoete wijn. Ik ben inmiddels door en door koud en voel dit warme zoete vocht mijn lichaam verwarmen. Het verlaten en verdrietige gevoel verlaat me.

Dan begint de man te spreken: " Ik ben het nieuwe jaar. Het komende jaar zal zoute momenten hebben. Zout als het broodje dat je hebt gegeten, maar je zult het aankunnen. Zoete momentenals de kastanjes  en vooral zoet als deze warme wijn. Het geluk en warmte zullen overheersen en je kracht geven. Wees sterk en heb vertrouwen in jouw kracht!

Heb ik geslapen  of gedroomd? Opeens zit ik in mijn stoel metmijn rode deken over me heen.
Op de grond ligt een zakje, kruimels liggen op mijn deken en in mijn mond proef ik een nasmaak van warme zoete wijn. Ik voel me gelukkig en behaaglijk warm..

Ik weet het, ik heb weer vertrouwen gekregen, vertrouwen in de toekomst. Ik kan deze toekomst aan, wat er ook gebeurt.

 

©Petra Jansen

 

 

 

 18-12-2013                                       

 

                                                       De treinreis deel 2

 

Rustig zit ik te genieten van de treinreis en het mooie uitzicht. Om me heen rommelt en babbelt het gezellig tot er een controleur verschijnt. Het gepraat verstomt en iedereen gaat op zoek naar de verschillende soorten treinkaarten. De controleur kijkt nogal vermoeid en wil zichtbaar zo snel mogelijk de trein door wandelen.

 

Als hij een paar stoelen van me af is gaat mijn telefoon. Ik schat in dat ik kan opnemen, even kan zeggen dat er net kaartcontrole is en dat er even gewacht moeten worden. Maar, het blijkt de jongste te zijn. Haar tand zit los en er moet verteld worden dat de deze inmiddels volledig kan ronddraaien. Ik weet haar het mondje even te snoeren vlak voor de controleur voor mijn neus staat. Hij pakt mijn dagkaartje aan, kijkt er nauwelijks naar en zegt dan met strenge stem en dito blik: “Mevrouw, u zit in een stiltecoupé! Hier mag u niet praten en al helemaal niet bellen. Wijzend naar het woord ‘silence’ op het raam zegt hij: “En u heeft nog wel een bril op!” Tja, daar heeft deze strenge man wel gelijk in. Ik heb een bril op, zit in een stiltecoupé en ben aan het bellen. Ik zou natuurlijk een heel verhaal kunnen beginnen over dochterlief of de eveneens druk pratende medepassagiers in de wagon maar ik besluit wijs te zijn en mijn mond te houden. Ik zie mijn medepassagiers breed lachend en medelevend naar me kijken en zeg dan: “U heeft helemaal gelijk! Ik mag hier niet bellen. Mijn excuses en ik ben blij dat mijn bril met sterkere glazen volgende week klaar is.” Hierop beginnen er wat mensen te grinniken, maar ik besluit serieus te blijven kijken en sorry te blijven zeggen. Mopperend verlaat hij de coupé en dan gaat de telefoon bij een medepassagier. “Gewoon opnemen, hoor,” roepen een paar mensen haar toe.

 

De reis gaat rustig verder en na anderhalf uur kom ik aan op het station waar ik moet overstappen.

Een klein ritje maar, dus ik verwacht weinig problemen, maar vlak voor ik uitstap komt er opnieuw een strenge controleur op me af en vraagt om mijn kaartje. Aangezien mijn dagkaartje al is bekeken verwacht ik geen problemen en geef het hem aan met een vrolijk gezicht. Maar alweer heb ik geen geluk! “Mevrouw”, bijt hij me toe. “Dit zijn vernieuwde dagkaartjes! Deze dient u niet af te stempelen, maar u hoort in te checken als u vertrekt en uit te checken als u aankomt! Het staat er in kleine lettertjes onderaan en u dient deze te lezen!” Zo! Dat is duidelijke taal. Ik vertel hem dat ik er voortaan op zal letten, maak niet teveel stennis, want ik wil de trein zo uitstappen. Hij laat het zo, maar is zichtbaar geërgerd door de zoveelste domme treinreiziger die niets snapt van deze nieuwe dagkaartjes.

Als hij wegloopt, vertelt een oude dame naast me dat ze de week er voor ook met eenzelfde soort kaartje heeft gereisd en door de controleur de trein uit is gezet met een fikse boete. Ik kom er dus nog goed vanaf!

 

Na een mooie dag zal ik ook weer terug moeten met mijn dagkaartje. Deze keer besluit ik dan ook te zorgen dat ik alles volgens de regels doe. Bij vertrek check ik in en hoop op een rustigere reis. Maar helaas. De avonturen zijn nog niet ten einde. Ik ga zitten en word al snel omringd door veel jongeren. Niet zomaar jongeren, maar jongeren die harde housemuziek opzetten. Ze zijn op weg naar een dancefeest. Dit feest is op de plek van mijn eindbestemming, dus ze zullen voorlopig nog niet uitstappen. Ze zijn al bezig met het ‘in de sfeer komen’, want er komen grote hoeveelheden bier tevoorschijn. Ook lopen ze af en aan naar de wc, iets wat mij in eerste instantie niet verbaast, gezien het bier. Maar al gauw begin ik de reden van dit heen en weer geloop te snappen. Elke keer als de deur open gaat dringen walmen wietlucht de coupé binnen. Naast mij begint een jongen half dansend en zingen zijn sjekkie te draaien. Niet alleen met tabak, want er komen kleine zakjes uit zijn jaszak. Hieruit komt wiet, maar ook een witte poeder, hasj vermoed ik.

 

En dan staat de controleur opeens naast ons. Hij vraagt om onze kaartjes. Tot mijn stomme verbazing loopt hij na controle verder zonder een opmerking te maken over wat hij ziet.

Als de jongen nogal dronken en vervelend wordt, lijkt het mij verstandig om een andere zitplaats te zoeken.

Ik sta op en loop naar een volgende coupé. Ook hier zitten veel zingende jongeren en hangt een indringende wietlucht, maar de sfeer is gemoedelijk. Ik besluit hier de rest van de reis te gaan zitten.

Ik kijk wat rond en zie schuin tegenover me een man zitten, met brede getatoeëerde armen en dito nek. Hij heeft een grote hond bij zich die met streng ‘geblaf’ van de man rustig wordt gehouden.

Ze zitten op een plek met 4 stoelen. Hond zit om de beurt op de 3 vrije stoelen. Inmiddels heeft de controleur zich vermeerderd tot 3 controleurs en ze lopen nu deze wagon binnen. Ik vermoed dat er wel een opmerking zal komen over hond op de stoelen, aangezien schoenen op zittingen ook niet getolereerd worden. Ik zie ze een blik werpen en vervolgens snel wegkijken. De moedigste van de 3 vraagt om het treinkaartje van de man. Na controle lopen ze verder.

 

Mijn kaartje word ook gecontroleerd en ik haal opgelucht adem als mijn kaartje wordt goedgekeurd! Deze keer heb ik alles goed gedaan en loopt ik geen risico op een boete of de trein uitgezet te worden.

 

De trein rolt inmiddels het station van mijn eindbestemming binnen. Ik stap uit en door de massa wietrokende en aangeschoten jongeren loop ik richting uitcheck paaltje. Ik ben bijna thuis!

 

©Petra Jansen

 

 

 

                                  Treinreis deel 1

 

Op een onverwachte, vrije en doordeweekse dag, besluit ik de trein te pakken.

Bij een drogist waren de dagkaartjes in de aanbieding. Al vaker had ik daar gebruik van gemaakt en ik weet hoe goedkoop en hoe gemakkelijk dat is.

Het kaartje borg ik zorgvuldig op in mijn tas en ik vertrok richting station.

 

Daar aangekomen ontdek ik dat ik, ondanks de doordeweekse dag, niet de enige ben die van deze kaartjes gebruik maak. Het perron staat overvol. Studenten met volle schooltassen kijken wat waterig uit hun ogen. Zakenmensen staan keurig aangekleed met dure tassen klaar voor de nieuwe werkdag. Verder staan er op dit perron overheersend dagjesmensen, wapperend met hun dagjeskaarten lopen ze op de controleurs af die op het perron verschijnen. Met veel geduld worden de hordes mensen door de controleur geholpen die in mijn buurt staat. Vol humor geeft hij ze raad en zorgt ervoor dat al deze mensen hun reis goed en vrolijk kunnen starten.

Aangezien ik al vaker met dagkaartjes heb gereisd loop ik op de stempelautomaat af en zorg dat de goede dagstempel op de gewenste plek duidelijk afgedrukt staat. Ik ben er klaar voor!

 

Ik ga klaarstaan op een plek, waarvan ik weet dat daar de minste mensen richting treindeuren zullen hollen. Dat is het voordeel van vaker reizen. De trein komt het station inrijden en de mensen lopen druk heen en weer, gokkend waar ze het beste kunnen gaan staan, hopend op een zitplek gezien de drukte. Wonder boven wonder stopt de trein met de deuren precies voor mijn neus. Achter mij ontstaat geduw, maar ik probeer toch zo goed mogelijk plaats te maken voor de uitstappende reizigers.

De trein instappen lukt redelijk aangezien ik vanzelf de trein in geduwd word. Als een van de eersten sta ik in de wagon en loop de trap op waar ik kans heb op een mooi uitzicht  en wonder boven wonder vind ik een prachtige plek. Natuurlijk heb ik niet staan nadenken welke plek het meest geschikt zou zijn, aangezien ik anders de volledige reis had moeten blijven staan. Ik mag dus spreken van geluk.

 

Ik kijk om me heen en zie een zenuwachtige moeder met 2 kinderen, zichtbaar niet gewend om met de trein te reizen. Ze blijft maar twijfelen of ze in de trein zal blijven zitten of toch de auto zal pakken. Het is dat de kinderen blijven smeken, anders was ze gillend de trein uitgerend. Ik zie een opa en een oma met twee kleinkinderen, voorbereid op alles: voorleesboeken, spelletjes, broodjes, drinken komen uit de tassen. Deze mensen hebben er zin in, dat zie je zo.

 

De trein zet zich in beweging en naast mij zit een student die zijn laptop uit zijn tas vist. Het plan is om te gaan werken want ik zie een programma verschijnen dat voor mij onbegrijpelijk is. Ook wordt er in een hoek een rekenmachine geopend. Hij is klaar voor de reis, werkend of niet, want zijn Facebook is inmiddels ook geopend en krijgt meer aandacht dan de rest.

 

Achter mij hoor ik om de 2 minuten geboer. Ik word erg nieuwsgierig naar wie dit voor elkaar weet te krijgen, maar besluit uit beleefdheid niet direct om te kijken, maar hiervoor het goede moment af te wachten. Dat moment zal pas later bij het volgende station komen. Een keurige oude Indiase dame, gekleed in prachtige traditionele kleding en met gitzwarte lange vlecht, verlaat luid boerend met haar kleinkinderen de trein. Een gewoonte die in haar cultuur volledig normaal is, maar waar wij van opkijken.

 

Ondanks al het geduw en getrek zit iedereen voorlopig rustig en de trein zet zich precies om 09.02 uur in beweging! De reis kan beginnen!

Maar dat niets is wat het lijkt lees je de volgende keer……..

 

Wordt vervolgd…..

 

©Petra Jansen

Korte Verhalen